Openheid is een kleurenpalet

Impressie 'Vormgeven aan openheid over afstamming'

Tijdens het tweede seminar van het Drieluik ‘Wie is de donor?!’ stond het thema vormgeven aan openheid over afstamming centraal. Zowel professionals als ervaringsdeskundigen bespraken op dinsdag 6 februari vragen als ‘Is openheid nog een punt van discussie?’, ’Wie is verantwoordelijk voor het vormgeven van openheid?’ en ‘hoe zijn afstammingsvraagstukken geregeld in het recht’. En wat blijkt? Er is nog veel werk aan de winkel, op zowel maatschappelijk, sociaal als juridisch vlak. Ellen Giepmans, directeur-bestuurder Fiom: ‘We zijn er nog lang niet. We moeten haast maken de geleerde lessen mee te nemen om de schade in de toekomst te beperken.’

Bij de start van het seminar wordt even stilgestaan bij de eerste bijeenkomst van het Drieluik. Tijdens die middag, op 27 november, stond met name het perspectief vanuit de spermadonor centraal. Ellen Giepmans blikt met dagvoorzitter Mariëlle van Oort op die dag terug: ‘Het verhaal van de partner van spermadonor Ferry van Elven is me bijgebleven. Zij gaf toentertijd aan dat het ontmoeten van de donorkinderen echt voor een aardverschuiving heeft gezorgd, dat het de gehele omgeving raakt.’

Het vertellen

Daarna is het de beurt aan de eerste spreker: Astrid Indekeu. Naast psychologe, is zij ook seksuologe en doctor in de Biomedische Wetenschappen. Momenteel is ze zowel werkzaam in België (KU Leuven) als in Zweden (Karolinska Instituut). Astrid geeft aan een echte toegepaste onderzoekster te zijn die altijd de link met de praktijk wil leggen. Het gaat haar vooral erom het brede spectrum te laten zien van zaken die spelen bij donorconceptie. Dit alles zonder een oordeel te willen of kunnen vellen.

Astrid Indekeu Vormgeven aan openheid over afstamming
Astrid Indekeu

Eerste vraag die naar voren komt: ‘Moeten we het eigenlijk nog wel hebben over openheid? Haar eenduidige antwoord luidt: ja. Uit meta-onderzoek, uit 2016, blijkt dat – alhoewel ouders van donorkinderen allemaal met de beste intenties starten - slechts 15% van hen over de afkomst vertelt aan hun kind wanneer deze onder de 10 jaar is. Vijftig procent heeft wel de intentie het te vertellen maar uiteindelijk is de helft van de ouders niet open over de donorconceptie. Indekeu trekt parallellen met landen als Amerika en België waarin ook nog steeds geen breed gedragen statement is over openheid. ‘We onderschatten wat “zich herkennen” in familie voor donorkinderen betekent’, aldus Astrid.

Kleurenpalet

En wat verstaan we dan onder donorconceptie? ‘Een verhaal dat zich vormt bij iedereen die erbij betrokken is.’ Astrid bekijkt hoe groot de kring zou moeten zijn die geïnformeerd moeten zijn; is dat alleen familie? Zijn dat ook vrienden? Zou de school ook betrokken moeten zijn. Momenteel is ze bezig met het introduceren van lespakketten voor scholen, in zowel Zweden als België. ‘Openheid is voor iedereen een uitdaging. Je moet werken om ook de donor daarin een plek te geven. Om een veilige context te creëren om naar buiten te kunnen treden.’ Daarnaast pleit ze ook voor het aandacht geven aan het ‘verlies’ dat speelt bij het ontbreken van een genetische band. ‘Open zijn, dat doe je samen. Het vormt één woord maar daarachter gaat een heel kleurenpalet schuil met oneindige combinaties van factoren, variaties en gradaties.’ 
Het is dan ook, volgens Astrid, een thema dat breed gedragen moet worden door alle partijen rondom het donorkind; men moet daarin elkaar helpen en ondersteunen. Panklare richtlijnen of stappenplan in ‘hoe vertel ik het mijn donorkind” bestaan niet. Dit naar aanleiding van enkele vragen daarover vanuit de zaal. ‘Wat past bij jou? En geef daarbij vooral ook ruimte aan je kind’, is Astrid’s advies.

Mathis

Veerle Laureyns Seminar Vormgeven aan openheid over afstamming
Veerle Laureyns (links) in gesprek met Mariëlle van Oort

Het verhaal van Veerle Laureyns staat vervolgens op het programma. Met behulp van een eicel van haar beste vriendin kreeg ze zoon Mathis, die inmiddels 13 jaar oud is. ‘We zaten nog volop in “de strijd” om een biologisch kind te krijgen toen we te horen kregen dat we uitbehandeld waren.’ Eiceldonatie werd als oplossing aangedragen. ‘Ik ging toentertijd vrij gemakkelijk mee in het verhaal van de arts’, vertelt Veerle. Haar zus en haar beste vriendin bieden beiden aan wel een eicel te willen afstaan.

Uiteindelijk kiest ze voor de laatste en is vrij snel in verwachting. De eerste jaren heeft ze moeite om zich echt over te geven aan het moederschap, aan het echt in contact komen met haar zoon. Vanuit instanties krijgt ze te horen dat de beste leeftijd om tegen een kind voor het eerst open te zijn over zijn afstamming de leeftijd van een jaar of vier is. Als dat moment echter aanbreekt, blijkt er geen goede aanleiding te zijn en wachten ze tot Mathis zelf met de vraag komt. Dat is op 6-jarige leeftijd. ‘Ik was enorm gespannen maar hij ging er heel goed en ontspannen mee om.’ Veerle is dan al een hele tijd bezig om het verlies van de onvruchtbaarheid, iets waar in het gehele proces nauwelijks aandacht voor is geweest, een plek te geven. ‘Het was een heel rouwproces. Ik voelde me buitengesloten. Ik kon pas een relatie opbouwen met Mathis, de volledige verantwoordelijkheid op me nemen, toen ik daar mee klaar was. Als ik al eerder te horen had gekregen om ook met het verlies te leren omgaan, had dat gescheeld. Dan had ik mijn gevoelens niet zo onderdrukt.’

Relatie vormgeven

Na de pauze neemt Ties van der Meer, voorzitter van stichting Donorkind, het woord. Hij is zelf donorkind maar heeft daarnaast ook gedoneerd als spermadonor. Hij wil met name in dit verhaal de donorkinderen een plek geven, dat hun stem gehoord wordt. Gandhi’s beroemde uitspraak “Whatever you do for me, but without me, you do against me” wordt door hem aangehaald. ‘Als we niet open zijn dan doe je iets tegen kinderen. Met alle betrokkenen samen moeten we die relatie gaan vormgeven’, aldus Ties. Hij stelt de vraag hoe mensen familie van elkaar zijn of worden. ‘Is dat door de biologische band die je met elkaar hebt of de sociale band.? Of wordt die gevormd door een juridische handeling zoals trouwen of adopteren? Wat in de loop der tijd wel gebleken is: biologische en sociale banden sluiten elkaar niet uit.’ Wat zijn dan de verwachtingen die je hebt over elkaar wanneer je het hebt over donorconceptie? ‘Dat wat je met je eigen verwanten hebt, projecteer je niet zomaar op de donor’, zo blijkt ook uit uitvoerige gesprekken die hij voerde met donoren.

Ties komt zelf uit een gezin, waarbij zijn broer geadopteerd is (Colombia) en hij dus “van een donor is”. ‘Als we met vriendjes speelden en ze stelden vragen over mijn broers huidskleur dan ze ik altijd ‘Hij is geadopteerd en ik ben van de spermabank’ en dan gingen we weer spelen. Bij ons thuis heeft openheid altijd gespeeld. Als donorkinderen te horen krijgen; je mag niet van die ander houden dan geef je indirect aan: en dus ook niet van jezelf. Die donor moet ergens een plek krijgen in het geheel, hoort ergens thuis in dat familienetwerk.’ 

Ties van der Meer Vormgeven aan openheid over afstamming
Ties van der Meer staat klaar voor zijn presentatie

Recht hebben op

Naast alle ervaringsverhalen komt ook jurist Laura Bosch, die werkzaam is voor Defence for Children aan bod in het programma. Centraal in haar presentatie staan vragen als “Waar heb je als kind recht op’?”, “Wat mag je als kind vragen?” en “Wat mag je als kind afdwingen?”. ‘Mogen weten van wie je afstamt, is voor een kind heel belangrijk’, aldus Laura. ‘De aangifte bij de gemeente is echt een moment van belang. Daarmee wordt letterlijk gezegd: je hoort bij mij, stamt van mij af. Ik geef je een naam en neem mijn verantwoordelijkheid. Bij donorkinderen ontbreekt dat vaak.’

Laura Bosch Vormgeven aan openheid over afstamming
Astrid Indekeu, Laura Bosch & Ties van der Meer

Laura vraagt zich openlijk af of het verschil dat in het rechtssysteem wordt gemaakt tussen “gewone” kinderen en donorkinderen wel zo rechtvaardig is. Ze gaat in sneltreinvaart door het rechtssysteem, op zowel nationaal, Europees als internationaal niveau en laat aan de hand van voorbeelden zien dat niet overal eenduidig wordt gekeken naar het recht van (donor)kinderen op afstammingsinformatie. Dit terwijl dat wel zo nodig is “om mens te kunnen zijn en het leven te kunnen leven”.

‘Het afstammingsrecht schiet alle kanten op. We worstelen met een juiste, consequente manier om het vorm te geven.’ Als laatste wordt nog de rechtszaak tegen dr. Karbaat, eigenaar van de fertiliteitskliniek MC Bijdorp aangehaald. Laura was daar als jurist bij betrokken. Begin van dit jaar zal er een bodemprocedure starten. ‘Als samenleving moeten we afspraken met elkaar gaan maken. En snel ook; we lopen achter met alle nieuwe, opkomende technieken op dit vlak. Dat alles met als hamvraag: hoe geven we dit alles, met respect, vorm.’

B-donor

Moeder Esther Heij vertelt daarna in een vraaggesprek over haar twee donorkinderen, die ze kreeg met behulp van de kliniek van dr. Karbaat. Ze dacht daarbij twee kinderen te krijgen van een B(bekende)-donor maar dit bleek een anonieme donor te zijn. Tot op de dag van vandaag weten haar kinderen nog niet van wie ze afstammen. Wel zijn ze in een groepsmatch betrokken met halfbroers en -zussen. 

Moeder Heij Vormgeven aan openheid over afstamming
Esther Heij vertelt over haar gezin (zie achtergrondfoto)

Openheid is een werkwoord

De dag wordt afgesloten met een paneldiscussie waarbij een aantal stellingen de ingang van het gesprek vormen. Een levendige discussie onstaat, die loopt van het wel/niet vermelden van donorconceptie op het paspoort van een kind (en wat dit kan oproepen in het buitenland aan reacties) tot aan het wel/niet oprichten van een Register Onstaansgeschiedenis (ROG) (zoals voorgesteld door de Staatscommissie Herijking Ouderschap) en de vraag of alle donorkinderen behoefte hebben aan openheid. ‘Openheid is het doorbreken van geheimhouding’, geeft een aanwezige concluderend aan. 
Het afsluitende woord is aan Ellen Giepmans: ‘Wat ik vooral uit deze middag meeneem, is dat openheid een werkwoord is. Een verhaal dat je samen, met elkaar, vormgeeft. Klopt je verhaal en wat is nodig om het, met respect voor elkaar, passend te maken? We moeten nu de zaken goed regelen om mensen te informeren over de consequenties van hun handelen. Ik denk dat we daarin zo transparant mogelijk moeten zijn. En we zijn er nog lang niet. We moeten haast maken om de lessen uit het verleden mee te nemen om de schade in de toekomst te beperken.’