‘Alsof de bliksem insloeg; de ontmoeting was voor mij heel ontroerend’

Impressie Seminar ‘Spermadonatie, een veld in beweging’ 

‘Spermadonatie, een veld in beweging’. Dat is de titel van het eerste seminar (van drie) dat Fiom organiseerde rond het thema donorverwantschap. Tijdens de middag is ingegaan op de rol en positie van spermadonoren. Naast een historische schets van de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID), kwamen actuele thema’s aan bod zoals het opstellen van richtlijnen en standpunten, het omgaan met een thema als openheid en het huidige en gewenste hulpverleningsaanbod. Een breed palet aan deskundigen uit het beroepenveld was present en deelde haar ervaringen.

De middag start met een korte introductie van Ellen Giepmans, directeur-bestuurder van Fiom, die in samenspraak met dagvoorzitter Mariëlle van Oort de dag opent. Wat het belangrijkste thema van de dag is, volgens Fiom, vraagt de dagvoorzitter zich af. ‘Donorkinderen hebben het recht te weten van wie ze afstammen’, aldus Ellen. ‘Het is belangrijk om te leren van het verleden en van recente ontwikkelingen. Zodat toekomstige generaties donoren, donorkinderen, (wens)ouders en artsen niet meer te maken krijgen met de worstelingen die nu worden ervaren. Het doel van de eerste bijeenkomst is dan ook verbinden en leren van elkaar.’

Historisch overzicht KID

Monique Mochtar, gynaecoloog en in die functie ook voorzitter van de Special Interest Group (SIG) Gameetdonatie trapt de middag af met een eerste presentatie. Vanuit historisch perspectief neemt ze de aanwezigen in vogelvlucht mee door de geschiedenis van Kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID). De allereerste vruchtbaarheidsbehandeling vond al in 1884 plaats. In de jaren 50 van de vorige eeuw waaide het over naar Nederland, waar de artsen Levi en Swaab pionierden op dit vlak. Zij ondervonden veel weerstand en KID werd gezien als ‘koud overspel’. Toen in Leiden de eerste spermabank met ingevroren zaad ging werken, was er sprake van openlijke donorwerving waarbij de anonimiteit als vanzelfsprekend werd gewaarborgd. 
Nieuwe technieken veroorzaken nieuwe hulpvragen en ook nieuwe manieren van kijken. ‘Elk verzoek betreft een individuele afweging’, aldus Mochtar. Ze behandelt in de presentatie het thema vanuit zowel medisch, ethisch, juridisch als psychologisch perspectief. Het beeld ten aanzien van donoren is gewijzigd in de loop der jaren. Waar eerst de donor volledige anonimiteit beloofd werd, kwam (pas) in de jaren 80 het adagium op dat niet alleen het recht van de donor geldt maar dat ook een kind het recht heeft om zijn roots te leren kennen. 

Monique Mochtar Wie is de donor
Monique Mochtar

Communicatie en samenwerking

In 2004 werd de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) van kracht en kan er via Nederlandse klinieken niet meer anoniem gedoneerd worden. In 2016 werd de SIG Gameetdonatie opgericht. Donorkinderen zijn zichtbaar geworden. ‘Waar donoren zich voorheen onaantastbaar waanden, komt nu alles aan het licht. Het vernietigen van dossiers heeft geen zin (gehad); met DNA komt alles aan het licht’, aldus Mochtar. Ze vertelt dat een gezamenlijk standpunt in de maak is over het gebruik van buitenlandse donoren, dat bij de beroepsvereniging NVOG ter goedkeuring ligt.’
In datzelfde kader wordt ook gekeken naar een betere communicatie en samenwerking tussen de SDKB en klinieken om ervoor te zorgen dat ook donoren die zich toentertijd anoniem hebben aangemeld, nu kunnen aangeven als ze bereid zijn om zich kenbaar te maken. In 2004 blijken namelijk niet alle donoren te zijn benaderd door hun kliniek met deze vraag. Afgesproken is ook dat als een donorkind zich meldt bij de SDKB met de vraag wie de donor is, de kliniek alles in het werk zal stellen om de donor te achterhalen. 

Nederlandse situatie

Uit de zaal komen vragen. Hoe zit het met de anonimiteit als het zaad uit het buitenland komt? Het ‘donorslot’ systeem werkt per land; wereldwijd kan iemand dan nog steeds tientallen halfbroers- en zussen hebben. Het belang van Nederlandse donorwerving wordt genoemd.
Gevraagd wordt ook hoe de kliniek erachter komt of ouders geschikt zijn om op te voeden, wat als er eerder kinderen uit huis geplaatst zijn? Monique geeft aan dat het onderzoek altijd op basis van vertrouwen en een eerste vragenlijst gaat. Bij signalen volgt nader onderzoek. Geïnformeerd wordt naar het tekort aan Nederlandse spermadonoren. Monique geeft aan dat de wachttijd fluctueert. Het blijkt dat elke media-aandacht nieuwe donoren oplevert, ook als deze aandacht negatief is.

Derk Eimers Wie is de donor
Derk Eimers

De donor in zijn (on)natuurlijke omgeving

Daarna is het woord aan Derk Eimers. Hij is zelf een aantal jaren spermadonor geweest en was/is op meerdere vlakken actief bij stichting Donorkind. Momenteel is Eimers bezig met het schrijven van een boek, waarvoor hij diverse oud-spermadonoren interviewt. ‘Hoe verhoudt het recht op een kind zich tot het recht van een kind’, dat is de overall vraag die Derk zich stelt. Daarnaast komt taalgebruik, precair als het om deze thematiek gaat, naar voren. Want hoe noem je een donor nu: vader, donor, donorvader, pappie, vaderfiguur? Hij pleit in zijn presentatie voor het betrekken van alle partijen in het traject, dus naast donorkinderen en donoren ook de wensouders. En voor een respectvolle omgang met elkaar. De donor in de media heeft vaak een amusementswaarde, ‘er wordt wat besmuikt over gepraat, er is altijd een stigma’. Hij hoopt dat hier verandering in komt en wil daaraan bijdragen met zijn boek.
Hij ziet nu ook dat er moeders van donorkinderen zijn die kennis willen maken met de donor. ‘Wensouders hebben voorheen weinig te maken gehad met donoren. We komen nu in een nieuwe fase, nieuwe dimensie waarbij we wensouders ook moeten betrekken. Het is een weg van de lange adem, waar meer zorg bij nodig is. Het wettelijk kader moet bepalen welke kant we opgaan. De politiek is hierbij nodig.’

Altruïstische overwegingen 

Marja Visser brengt vervolgens met haar presentatie ‘Spermadonor in beeld’ de spermadonor letterlijk voor het voetlicht. In haar onderzoek heeft ze 25 diepte-interviews gehouden met donoren. Beweegredenen kwamen daarbij naar voren. ‘Niet iedere donor doneerde uit altruïstische overweging’, aldus Visser. Maar veel donoren ook weer wel. ‘Zij zijn tot op de dag vandaag benieuwd naar het aantal ontstane kinderen maar ook naar hun welzijn: zou het ze goed gaan? Zijn ze gezond? Hebben ze leuke ouders?’ Tegelijkertijd komt de loyaliteit van donorkinderen richting hun ouders naar voren. ‘Hoe je je opstelt naar je donor toe, maakt dat lastig.’ Algemeen genomen concludeert Visser: spermadonoren waarderen de counseling, ze zijn bezorgd over hun nageslacht, zien zichzelf als een soort vader en willen in contact blijven met de spermabank. Ze zijn vaak ook nieuwsgierig naar ervaringen van andere donoren, voor feedback en erkenning.
Marja geeft aan dat er in Nederland geen scholing of modules zijn voor begeleiding van wensouders in het fertiliteitstraject, dit is nodig. Ze hoopt de komende jaren hierin de deskundigheden te bundelen.

Fred Gundlach Annette van Hulst Wie is de donor
Fred Gundlach en Annette van Hulst

Parallellen

Ook de presentatie van Visser roept vragen en reacties op. De parallel wordt getrokken met de eicelbank van het UMC Utrecht. Daar blijkt dat moeders het lastig vinden om te accepteren dat het kind dat wordt geboren, genetisch niet van henzelf is. Een kwestie die je pas ontdekt, wanneer het kind er daadwerkelijk is. Is de onvruchtbaarheid voldoende verwerkt, wordt als vraag gesteld. Marja reageert door aan te geven dat informatie en coaching voor de gehele driehoek (donor – donorkind – wensouder) van belang is. Hoe opener de communicatie voorafgaand, hoe beter. En hoe eerder kinderen worden betrokken bij hun ontstaansgeschiedenis, hoe beter. Het installeren van een landelijk platform wordt voorgesteld, waar mensen terecht kunnen voor informatie en counseling. 

Van donor naar vader naar donor

Na de geanimeerde pauze zijn hulpverleners Fred Gundlach en Annette van Hulst van Fiom aan het woord. In hun presentatie die de titel ‘Van donor naar vader naar donor’ draagt, vertellen ze over de begeleiding rondom ontmoetingen tussen donoren en donorkinderen. Fiom begeleidt de ontmoetingen die voortkomen uit een match van donoren (van voor 2004) en donorkinderen die staan ingeschreven in de KID-DNA Databank én de ontmoetingen die plaatsvinden na een aanvraag bij de stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB). Fred: ‘Voordat er een ontmoeting is hebben we altijd eerst een gesprek met de betrokkenen om wederzijdse verwachtingen en aannames te onderzoeken. Ook de partners van de donoren worden daarbij uitgenodigd’. ‘Het doet namelijk ook iets met het familiesysteem van de donor’, aldus Annette van Hulst. Ook voor donoren is het een proces. Soms mondt dit uit in: van donor naar opa. 
Fred vertelt over de voorlopige uitkomsten van een Fiom onderzoek onder 246 ingeschreven donoren in de Fiom KID-DNA Databank. Hen is o.a. gevraagd naar: leeftijd, aantal donaties, motivatie om te doneren, ‘eigen’ kinderen, reden inschrijving in de Fiom KID-DNA Databank. De definitieve resultaten van het onderzoek zijn, na publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, te vinden op de Fiomsite en social media kanalen. 

Ferry van Elven Wie is de donor
Ferry van Elven

Blikseminslag

Vervolgens komt Ferry van Elven, zelf spermadonor geweest, aan bod. Na een aantal jaren ingeschreven te staan in de KID-DNA Databank vond hij onlangs twee donorkinderen. ‘Op dat moment veranderde mijn leven. Alsof de bliksem insloeg. De ontmoeting was voor mij heel ontroerend.’ Inmiddels heeft Ferry zich ook ingeschreven in een Amerikaanse databank, om zo de kans op een match groter te maken. En ook daar is een match uitgekomen. ‘Ik heb vier wettige kinderen en nu dus drie donordochters. Die laatsten voelen ook volledig als mijn eigen kinderen.’ Zijn partner voegt hier vanuit de zaal aan toe dat Ferry, dankzij de contacten met zijn donorkinderen, zichzelf nog beter heeft leren kennen als mens.  

panelgesprek wie is de donor
Panelgesprek. Vlnr: Derk Eimers, Monique Mochtar, Fred Gundlach, Marja Visser, Ferry van Elven en Mariëlle van Oort

Peiling in de zaal

De sprekers worden naar voren gehaald voor het onderdeel: In gesprek met elkaar. Met behulp van een online app vindt een peiling in de zaal plaats. Op de stelling ‘Een spermadonor is ook een vader’ wordt door 2/3 van de mensen positief gereageerd. Op de vraag of het aantal donorkinderen dat per donor verwekt mag worden omlaag moet, wordt door het merendeel van de aanwezigen beaamd. Derk Eimers: ‘Het is een extra rijkdom, wel een extra belasting in mijn leven. Dat vermoed je niet wanneer je 25 bent en doneert.’ Vervolgens komen de wensen van de aanwezigen vanuit een mooie wordcloud in beeld. Daar springt met kop en schouders ‘openheid’ uit. Maar ook ‘transparantie’, ‘voorlichting’ en 'geen buitenlands zaad’ zijn sterk vertegenwoordigd. Dit vormt een mooie toeleiding naar het tweede seminar, waar het zal gaan over ‘Vormgeven aan openheid over afstamming’.