Als je nieuwsgierig bent, moet je je echt inschrijven

Dorien (23) heeft altijd geweten dat ze van een anonieme donor was. Er is een periode geweest waarin ze boos was op haar moeder voor het maken van die keuze. Inmiddels is die boosheid gezakt en heeft plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid. Via de Fiom KID-DNA Databank heeft ze vorig jaar twee halfzussen gevonden. “Het kwam voor mij op het juiste moment, maar dat is heel persoonlijk. Als je nieuwsgierig bent, moet je je echt inschrijven.” 

‘Dat is gewoon zo’ 

“Als kinderen vroegen waarom ik geen vader had zei ik: ‘dat is gewoon zo’. Ik ben niet anders gewend en mijn moeder is er altijd heel open en eerlijk over geweest.” Samen met haar tweelingzus groeit Dorien op in het oosten van het land. Ze sport graag, speelt met vriendinnetjes, het leren gaat haar prima af en opa en oma zijn altijd dichtbij. Kortom: een fijne kindertijd. Tot haar tienerjaren.  dorien

Jouw keuze, mijn leven 

“Ik kwam in de puberteit en begon toch wel last te krijgen van de keuze die mijn moeder had gemaakt. Zij had hiermee bepaald dat ik nooit zou weten waar ik vandaan kom en daar moest ik nu mee leren leven.” Ze praat er geregeld met over met haar moeder.

“Mijn moeder wilde heel graag kinderen, maar heeft nooit iemand ontmoet waarmee ze dat samen wilde."

De boosheid is inmiddels gezakt en Dorien begrijpt de keuze die destijds is gemaakt. “Mijn moeder wilde heel graag kinderen, maar heeft nooit iemand ontmoet waarmee ze dat samen wilde. Na een lang medisch traject heeft ze voor IVF met een anonieme donor gekozen. Ze heeft er over nagedacht. In het begin heeft ze nog geprobeerd om kinderen te krijgen van een bekende donor, maar dat was niet gemakkelijk in die tijd. Het ziekenhuis wilde dat geloof ik niet, omdat ze alleenstaand was. Of er waren geen donoren beschikbaar. Ze heeft er alles aan gedaan dus ik kan er nu wel begrip voor opbrengen.” 

‘Is hij wel te vinden?’ 

Haar tweelingzus is er in die tijd helemaal niet mee bezig. “Het leeft bij haar totaal niet”, vertelt Dorien. “Dat vond ik soms wel lastig. Ik voelde me dan niet begrepen en kon er niet met haar over praten.” Dan overlijdt haar opa. “Ik was een jaar of 13, 14 en hij was een belangrijk persoon in mijn leven geweest. Hij had een soort vaderrol. Vanaf die tijd ben ik er meer over gaan nadenken. Wie is mijn echte biologische vader? Hoe kom ik daar achter? En is hij eigenlijk wel te vinden?”   

Groene ogen 

Dorien begint bij de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Zij kunnen informatie opvragen in de kliniek.

“Wat ik wel heel speciaal vond was dat hij groene ogen heeft. Dat heb ik ook, als enige in de familie.”

Zo komt ze enkele gegevens van hem te weten, zoals kleur ogen, kleur haar, zijn lengte en dat hij van sport houdt. “Wat ik wel heel speciaal vond was dat hij groene ogen heeft. Dat heb ik ook, als enige in de familie.” Ze laat het nieuws bezinken. Het is even genoeg. “Ik dacht dat er niet meer mogelijk was.” Jaren gaan voorbij. In de tussentijd zoekt ze wel contact met andere donorkinderen via Facebook. “Ik kon er met mijn tweelingzus niet over praten, maar met hun wel. Ik wilde anderen ontmoeten met hetzelfde verhaal. Sommige donorkinderen waren dag en nacht bezig met het zoeken naar biologische familie. Dat triggerde mij soms wel, maar ik was er toen nog niet helemaal klaar voor.” 

Volle zussen 

Totdat ze in 2019 leest over de Fiom KID-DNA Databank. “Zodra het inschrijven gratis was, heb ik dat gelijk gedaan.” Haar tweelingzus is inmiddels toch wel nieuwsgierig geraakt en samen sturen ze hun DNA op per post. Op die manier komen ze erachter dat ze daadwerkelijk volle zussen zijn. “Mijn moeder ging er indertijd vanuit dat mijn zus en ik van dezelfde donor zouden zijn, maar je hoorde wel eens over misstanden in klinieken waarbij er toch verschillende donoren werden gebruikt. Wij lijken niet zo op elkaar, dus we hebben nog wel eens getwijfeld of we wel van dezelfde donor waren. Ik heb me ook ingeschreven zodat ik later geen spijt zou krijgen. Nu had ik in ieder geval alles geprobeerd om mijn donor te vinden.” 

Een raar moment  

Een paar maanden gaan voorbij en Dorien legt het onderwerp naast zich neer. Totdat er een telefoontje komt van Fiom. “Ik dacht natuurlijk dat er een match was met de donor, maar het bleek met twee halfzusjes*. Dat was zo’n raar moment.

“Een hulpverlener van Fiom heeft eerst met ons apart gebeld. Dat was fijn. Dan kun je het hebben over wat je zelf wilt en hoe je de ontmoeting voor je ziet.”

Ik vond het in eerste instantie zo’n gek idee: je bent verwant, omdat je dezelfde donor hebt, maar je kent elkaar niet.” De vier willen elkaar graag ontmoeten. “Een hulpverlener van Fiom heeft eerst met ons apart gebeld. Dat was fijn. Dan kun je het hebben over wat je zelf wilt en hoe je de ontmoeting voor je ziet.” De meiden schrijven vooraf een stukje over zichzelf en sturen een foto mee. “Zo krijg je alvast een eerste indruk. Dat is wel prettig, want het is al spannend genoeg.” Op de foto’s ziet Dorien enkele gelijkenissen, maar het zijn de teksten die haar raken. “We houden alle vier van dieren, een halfzus zit net als ik op paardrijden.” 

De ontmoeting 

Een paar weken later gaat ze samen met haar zus en moeder naar de afspraak bij Fiom in Den Bosch. Ze is zenuwachtig en nieuwsgierig tegelijk. “In het begin is de hulpverlener van Fiom erbij. Dat is handig, want het is allemaal zo onwennig. In het begin was het een beetje gek, maar daarna werd het vrij snel gezellig. Het klikte gelijk. We vergeleken babyfoto’s en omdat we ongeveer van dezelfde leeftijd zijn verliep het gesprek eigenlijk wel goed. We hebben ook eventjes met z’n vieren gekletst, zonder de anderen erbij.” Na afloop worden contactgegevens uitgewisseld en een foto van de vier gemaakt. Dit is nu een jaar geleden en ze hebben nog steeds contact. “Het heeft eerst wel even moeten landen, maar we zijn inmiddels al een keertje uit eten geweest en we appen regelmatig.” Naderhand krijgt Dorien nog een telefoontje van de hulpverlener van Fiom. “Hij vroeg hoe het nu ging. Fijn dat je dan nog even iets hoort.” 

Vertrouwen 

De donor is ondertussen nog niet gevonden. “Daar hoop ik natuurlijk wel op. Dat er een belletje komt en dat er een match met hem is. Die hoop is door de tijd wel wat minder geworden. Als ik hem nooit vind, is dat ook oké.” Inschrijven bij een internationale DNA-databank is iets dat soms door haar hoofd gaat. “Mijn halfzussen hebben die wens niet zo. Om zo’n stap in je eentje te zetten, vind ik lastig. En ik vertrouw een DNA-databank in het buitenland minder dan de Fiom KID-DNA Databank die in Nederland zit. Wellicht in de toekomst, ik sluit het nog niet helemaal uit.”

"Als je nieuwsgierig bent naar waar je vandaan komt, moet je je echt inschrijven.”

Voor Dorien kwam de Fiom KID-DNA Databank precies op het juiste moment. “Ik was 22. Eerder was ik er niet klaar voor. Het is een goeie leeftijd voor zoiets groots, maar dat is heel persoonlijk. Als je nieuwsgierig bent naar waar je vandaan komt, moet je je echt inschrijven.” Vanaf 2004 is het niet meer mogelijk om anoniem te doneren. “Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Je hebt het recht om te weten waar je vandaan komt. Om die ander te ontmoeten en er mee te praten. Jammer dat die wet niet eerder is aangepast.” 

*De Fiom KID-DNA Databank is primair gericht op de match tussen donor en donorkind. In sommige gevallen komt de verwantschap tussen donorkinderen onderling ook naar boven. 

Fiom KID-DNA Databank 10 jaar!

De Fiom KID-DNA Databank bestaat tien jaar. Donorkinderen verwekt met een anonieme spermadonor en spermadonoren die anoniem gedoneerd hebben kunnen via deze databank naar elkaar op zoek. Inmiddels staan er bijna 800 donoren en 2000 donorkinderen ingeschreven. In de afgelopen 10 jaar is 24% van de donoren gematcht met één of meerdere donorkinderen. Voor donorkinderen geldt dat 37% gematcht is aan een donorprofiel. Media-aandacht over het onderwerp zorgt voor een toename aan inschrijvingen. En hoe meer donorkinderen en donoren ingeschreven staan, hoe groter de kans op een match. Ben jij een anonieme donor of donorkind op zoek naar informatie over de donor; schrijf je dan in!

Inschrijven

“Vertel het je kinderen als ze van een donor zijn: het levert iets moois op” 

Francisca (38) hoorde pas op haar 29e dat ze van een donor is. “Had ik het maar eerder geweten. Dan had ik er nog een gesprek met mijn vader over kunnen hebben. Dan had ik hem kunnen vertellen dat het voor mij niks verandert. Hij is en blijft mijn vader. Ik heb nu nog meer respect voor hem gekregen dan ik al had.

Het is namelijk niet niks te leven met zo’n groot geheim.” 

Meer lezen

Een magische ontmoeting met een Mona Lisa glimlach 

Eind jaren zeventig werd John (72)donor. “Anonimiteit was destijds vanzelfsprekend. Het werd er zelfs ingehamerd. Ik had dan ook weinig gedachtes over de donorkinderen, dat was mijn pakkie an niet.” Dit verandert& volledig als John drie jaar geleden wordt gevonden door zijn donordochter. “Ik ging compleet onderuit. De wereld is sindsdien een stuk raadselachtiger geworden.” 

Meer lezen