Donorkind: alsof je leven een puzzel is, met één ontbrekend stukje

Als ze in de ogen van haar ouders keek, ging Charlotte als tiener al twijfelen. Twee paar bruine ogen, anders dan die van haar. Per toeval komt ze er op latere leeftijd achter dat ze van een anonieme donor is. De behoefte om te zoeken komt pas na het overlijden van haar vader. “Door het nieuws dat ik van een donor was, viel voor mij veel op z’n plek. De ontmoeting met hem was het laatste ontbrekende stukje.” 

‘Ik had altijd al twijfels’ 

“Ik kwam er vrij laat achter dat mijn vader niet mijn biologische vader was”, vertelt Charlotte. Ze is 24 als een familielid zich laat ontvallen dat haar ouders naar een kliniek zijn geweest, voordat ze haar kregen. “Ik had altijd al twijfels, zo vanaf mijn 12e. Ik was anders, had niet dezelfde karaktertrekken als mijn vader. Op school hadden we het tijdens biologie over de kleur van je ogen en hoe bruine ogen dominant zijn. Mijn ouders hadden allebei bruine ogen en ik niet.” Als Charlotte dit thuis navraagt, wordt er lachend gereageerd. “Mijn moeder zei ‘doe niet zo gek’ en mijn vader grapte dat ik van de melkboer was.” Daarmee was de kous af. Maar de twijfels blijven. 

Het blijft stil 

Tot die bewuste middag met familie. “Het kwam toevallig ter sprake en ik heb meteen mijn moeder gebeld.” Het blijft stil aan de andere kant van de lijn. ‘Ik denk dat het goed is als wij eens praten’ klinkt het. “We planden een afspraak een week later en de hele tijd gedroeg mijn moeder zich wat vreemd en afstandelijk.

"Ik had wel het vermoeden dat het iets met een donor moest zijn. Maar was het een bekende of niet?”

Ik ging ondertussen alle opties uitpluizen en op internet zoeken. Ik had wel het vermoeden dat het iets met een donor moest zijn. Maar was het een bekende of niet?” Tijdens het gesprek vertelt haar moeder hoe graag ze kinderen wilden en dat het na jaren nog steeds niet was gelukt om zwanger te worden. Daarom hadden ze voor een anonieme donor gekozen. Voor Charlotte de bevestiging dat haar twijfels niet voor niets waren geweest. Daarna wordt er niet meer over gesproken. 

Er verandert niets 

“Eigenlijk had ik wel begrip voor de keuze van mijn ouders. Ik snap best dat - als je zo’n sterke kinderwens hebt die bijna een obsessie wordt - je voor een donor kiest.” Tegelijkertijd komt het nieuws niet als een verrassing. Wat Charlotte wel een probleem vindt is dat haar moeder haar vader niet heeft ingelicht dat ze het nieuws ging vertellen. “Mijn ouders zijn op mijn negende gescheiden en ik wist zeker dat hij het moeilijk ging vinden.” Ze gaat naar hem toe en vertelt dat ze het weet. “Hij vond het inderdaad een lastig onderwerp. Destijds werd benadrukt dat je het kind nooit moest vertellen dat het van een donor was. Anonimiteit was vanzelfsprekend.” Voor Charlotte verandert er echter niets, hij blijft haar vader. “Dat heb ik hem ook gezegd en ik ben in die tijd veel bij hem op bezoek geweest om hem hiervan te overtuigen. Uiteindelijk besefte hij wel dat hij mij niet kwijt zou raken.” 

Fantasieën komen en gaan 

Ondanks het nieuws besluit Charlotte niet te gaan zoeken naar de donor zolang haar vader leeft. “Dat vond ik te pijnlijk voor hem. In mijn omgeving heb ik het wel aan een paar vrienden verteld. Zij hebben me altijd gesteund en gezegd dat ik mijn gevoel moest volgen.” Dat doet ze.

“Wat voor iemand is het? Wil ik het wel weten? Wat als het tegenvalt? Die fantasieën komen en gaan.”

Pas als haar vader in 2015 overlijdt, komt af en toe het idee naar boven om te zoeken naar haar donor. “Wat voor iemand is het? Wil ik het wel weten? Wat als het tegenvalt? Die fantasieën komen en gaan.” Enkele jaren later trekt ze de stoute schoenen aan en schrijft zich in bij de Fiom KID-DNA Databank. “Die was ik herhaaldelijk op internet tegengekomen tijdens mijn zoektocht. Ik wist dat de kans bestond dat ik ‘m niet zou vinden, maar wilde het wel proberen. Ik wilde antwoord op mijn vragen. Hij was nog dat ene ontbrekende onderdeeltje in mijn leven. En als er een match was, wilde ik ‘m ook ontmoeten.” Dus Charlotte schrijft zich in. “Dat ging heel gemakkelijk. Ik wist alleen niet via welke kliniek het destijds gegaan was. Mijn moeder had ooit gezegd dat die niet meer bestond.” Dat is echter geen probleem bij de inschrijving en ze stuurt haar wangslijm op per post. Het is winter en het wachten op een match is begonnen. “Eerst ben je er heel veel mee bezig, maar dat ebt vervolgens langzaam weer weg.” 

Ogen 

Tot de volgende zomer. Ze krijgt een belletje van Fiom: de donor is gevonden. “Dat is zo’n bizar en heftig moment. Ik kreeg te horen dat hij nog in leven was en openstond voor een ontmoeting. Ik kon niet wachten om af te spreken.” Charlotte heeft vooraf enkele gesprekken met Fiom. “Dat was heel fijn. De hulpverlener zei terecht: laat het even bezinken, want het is nogal wat. Tijdens de gesprekken hadden we het over wat ik wilde, wat mijn verwachtingen waren en waar ik op hoopte."

“Ik was onwijs zenuwachtig van tevoren. Zo kende ik mezelf helemaal niet. Ik ging mijn biologische vader zien. Daarna weet ik hoe hij eruit ziet en hoef ik daar nooit meer over na te denken.”

Er wordt vervolgens een datum geprikt voor de ontmoeting. “Ik was onwijs zenuwachtig van tevoren. Zo kende ik mezelf helemaal niet. Ik ging mijn biologische vader zien. Daarna weet ik hoe hij eruit ziet en hoef ik daar nooit meer over na te denken." Charlotte ziet hem in de verte al lopen. “Dat moet ‘m zijn, dacht ik gelijk. In het begin herkende ik nog niets in hem, maar al naar gelang het gesprek vorderde zag ik wel wat van mezelf in hem terug. Hij denkt altijd dat het glas halfvol is, zo denk ik ook.” Vooraf heeft ze met de hulpverlener afgesproken dat hij het gesprek zal openen. “Dat vond ik namelijk wel lastig. Hoe doe je zoiets? Dus dat was erg prettig. Uiteindelijk verliep de ontmoeting goed en waren we eventjes met z’n tweeën. Het was gek om hem in zijn ogen te kijken.” Ogen met dezelfde kleur als die van Charlotte. 

Het laatste puzzelstukje 

“Voor mij was het vooral belangrijk om hem een keer te zien, zodat ik een beeld van hem had. Ik had niet de intentie om een band met hem op te bouwen. Dat heb ik vooraf aangegeven. Voor mij viel door het nieuws dat ik van een donor was de puzzel op z’n plaats, de ontmoeting was het laatste stukje.”

“Het was een hele hectische periode, ik ben blij dat ik nu rust heb.”

Charlotte heeft wel de mogelijkheid om contact op te nemen met haar donor, maar de behoefte om contact op te nemen is er niet. “Het was een hele hectische periode, ik ben blij dat ik nu rust heb.” Ze vertelt haar moeder over de zoektocht en later over de ontmoeting. ‘Dat is je goed recht’ is haar reactie. “Ik denk dat mijn moeder nooit heeft geweten hoe erg die twijfels bij mij speelden. Maar ik vond het wel netjes om haar op de hoogte te stellen.” 

Je leven op z’n kop 

Naderhand ervaart Charlotte veel steun van Fiom. “Ik heb nog regelmatig gesprekken. Zij begeleiden mij erg goed. Ik ken geen enkele organisatie die hier zoveel ervaring mee heeft. De ontmoeting voelde voor mij vooraf heel ongemakkelijk. Fiom helpt hierbij door je voor te bereiden. Hoe gaat zoiets, wat kun je verwachten? Dat helpt enorm. Het zet je leven namelijk even helemaal op z’n kop. Mede dankzij Fiom begint het nu weer wat normaler te worden.” Ze heeft niet de behoefte om zich bij een andere databank in te schrijven, zodat er wellicht matches ontstaan met halfbroers of -zussen. “Het ging mij in eerste instantie om mijn donorvader. Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt. Ik had dit veel eerder willen weten, maar heb nu de berusting gevonden.” 

Taboe 

“Als ik terugkijk dan vind ik het zo bijzonder dat er vroeger mensen op de hoogte waren dat ik van een donor was, behalve ik. Destijds was het advies om het er met niemand over te hebben, vanwege de anonimiteit. Misschien vind ik anoniem doneren nog niet zo erg, als je het maar vertelt aan het kind. Dan groeit het ermee op en dat is echt anders.” Nog steeds ervaart Charlotte het onderwerp als een taboe. “Ik weet niet zo goed waarom dat is, maar als ik naar mezelf kijk: ik praat er eveneens niet openlijk over. Het is alsof die boodschap van toen – heb het er met niemand over - nog steeds doorebt. Ook bij mij. Terwijl ik me er niet voor schaam. Het is zo normaal als we het zelf maken. Doordat het echter in mijn geval lang een geheim was, heb ik het er nu niet over, omdat ik niemand wil kwetsen. Dus praat er vanaf het begin over, dan kun je nooit iemand pijn doen.”  

Fiom KID-DNA Databank 10 jaar!

De Fiom KID-DNA Databank bestaat tien jaar. Donorkinderen verwekt met een anonieme spermadonor en spermadonoren die anoniem gedoneerd hebben kunnen via deze databank naar elkaar op zoek. Inmiddels staan er bijna 800 donoren en 2000 donorkinderen ingeschreven. In de afgelopen 10 jaar is 24% van de donoren gematcht met één of meerdere donorkinderen. Voor donorkinderen geldt dat 37% gematcht is aan een donorprofiel. Media-aandacht over het onderwerp zorgt voor een toename aan inschrijvingen. En hoe meer donorkinderen en donoren ingeschreven staan, hoe groter de kans op een match. Ben jij een anonieme donor of donorkind op zoek naar informatie over de donor; schrijf je dan in!

Inschrijven

‘Als je nieuwsgierig bent, moet je je echt inschrijven’ 

Dorien (23) heeft altijd geweten dat ze van een anonieme donor was. Er is een periode geweest waarin ze boos was op haar moeder voor het maken van die keuze. Inmiddels is die boosheid gezakt en heeft plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid. Via de Fiom KID-DNA Databank heeft ze vorig jaar twee halfzussen gevonden. “Het kwam voor mij op het juiste moment, maar dat is heel persoonlijk. Als je nieuwsgierig bent, moet je je echt inschrijven.” 

Meer lezen

Van donor naar bonusvader 

Anonimiteit was niet iets waar Wim (62), toen hij besloot om spermadonor te worden, veel over had nagedacht. Als later de mogelijkheid bestaat om toch gevonden te worden door zijn donorkinderen, grijpt hij die kans. Hij schrijft zich in bij de Fiom KID-DNA Databank. En zo wordt hij gevonden door de vrouw die hij inmiddels zijn donordochter noemt. 

 

Meer lezen