Recht op zelfbeschikking en keuzevrijheid bij een onbedoelde zwangerschap

Recht op zelfbeschikking en keuzevrijheid
 

11-12-2017/ Fiom en Rutgers

De afgelopen week heeft de Pro Life beweging in Nederland (waaronder SGP, CU, VBOK en Siriz), met radio spotjes opnieuw aandacht gevraagd voor bescherming van het ongeboren kind. Zij roepen op het ongeboren kind te beschermen en spreken zich hierbij uit tegen abortus. 

Als Fiom en Rutgers  zetten wij ons, samen met andere partijen, in voor seksuele rechten waaronder ook recht op toegang tot een veilige abortus voor iedereen. Sinds 1981 hebben we Nederland goede toegang tot abortus met een goede en liberale abortuswetgeving. Al decennia is het abortuscijfer in Nederland een van de laagste van de wereld in vergelijking met veel andere landen en staat het zelfbeschikkingsrecht van meisjes en vrouwen hoog in het vaandel. Een verworvenheid waar we trots op zijn.

Alhoewel iedereen vrij is om haar zijn eigen mening te uiten over abortus, zijn wij van mening dat dergelijke Pro Life acties de keuzevrijheid van vrouwen negatief beïnvloeden. Recent onderzoek heeft laten zien dat het taboe op abortus toeneemt, vrouwen zich soms schamen voor een abortus en hierover niet durven spreken met anderen. Vrouwen kunnen onder invloed van een nieuwe maatschappelijke norm, afzien van een abortus, terwijl de zwangerschap ongewenst is. Zij worden gestigmatiseerd en het taboe wordt hiermee versterkt. Dit vinden wij een onwenselijke situatie. Vrouwen moeten zich vrij voelen om hierin zelf overwogen keuzes te maken zonder zich hierin psychisch belast te voelen. 

Vanuit een Pro Choice benadering zetten Fiom en Rutgers zich in voor het recht op een vrije keuze bij ongewenste zwangerschap, inclusief het recht op abortus. Meisjes en vrouwen bepalen zelf wanneer er sprake is van een noodsituatie en handelen hierbij binnen de grenzen van de wet. In geval van  twijfels bij een onbedoelde zwangerschap hebben vrouwen recht op een neutrale, niet sturende vorm van keuzehulp. Een voorziening die Fiom lang heeft geboden, deels nog steeds biedt en inmiddels ook voor een groot deel is ondergebracht bij de Centra Seksuele Gezondheid in de 8 GGD Regio’s. 

Fiom en Rutgers pleiten tevens voor een goede toegang tot abortus waaronder ook de  overtijdbehandeling. Helaas valt de overtijdbehandeling nog steeds onder het strafrecht en is een medicamenteuze behandeling (abortuspil) bij vroege zwangerschap, niet beschikbaar via de huisarts. Deze zogenaamde abortuspil is alleen via de abortusklinieken en ziekenhuizen toegankelijk die hiervoor een speciale vergunning hebben. Bij een vroege zwangerschap (tot ruim 6 weken na de eerste dag van de laatste menstruatie ofwel 16 dagen na het uitblijven van de verwachte menstruatie) is er sprake van ‘overtijd zijn’ en zou de medicamenteuze behandeling, de zogenaamde abortuspil, ook verkrijgbaar moeten zijn bij de huisarts. Vrouwen hebben hierdoor meer zorgopties en de huisarts is voor veel vrouwen laagdrempelig en vertrouwd. 

Aan het recht op zelfbeschikking waarbij meisjes en vrouwen zelf de vrijheid hebben om over hun eigen lijf te beschikken en wel of niet te kiezen voor een abortus, mag niet getornd worden.