Wensvaders roepen veel vragen op

18/01/2015 -

In de Volkskrant staat het verhaal van een homostel dat met hulp van een draagmoeder en een eiceldonor een kind wil. Mag dit?

Het valt ons op dat nergens in het stuk de vraag wordt gesteld wat deze ontstaanswijze betekent voor het kind. Voor welke vragen over zijn of haar oorsprong komt het kind later te staan? Daarover is nog weinig bekend. Wel weten we dat onbeantwoorde afstammingsvragen impact hebben op zelfbeeld en identiteitsvorming. Geadopteerden en donorkinderen hebben vaak vragen over hun ontstaansgeschiedenis. ‘Er is zoveel moeite voor me gedaan, ben ik die moeite waard? Van wie heb ik toch die eigenschappen?’

Afstammingsvragen zijn existentiële vragen die levenslang van invloed kunnen zijn. Elk mens heeft recht op informatie over zijn biologische ouders en moet toegang hebben tot zijn afstammingsgegevens. Als gebruik is gemaakt van een draagmoeder heeft het kind recht op kennis over deze bijzondere ontstaansgeschiedenis.

Op de Fiom-conferentie Recht op Roots in november stond het recht op afstammingsinformatie centraal. Snelle ontwikkelingen zorgen voor nieuwe dilemma’s op verschillende terreinen.
Steeds doet zich de vraag voor: moet alles kunnen wat technisch gezien kan? Hebben mensen recht op een kind en in hoeverre mogen zij beslissen over de ontstaanswijze?
Deze vragen gaan verder dan een pleidooi voor de gelijke behandeling van homo- en heteroparen. We moeten verder kijken dan vanuit het perspectief van de wensouders. Het gaat er niet om dat zij geen goede ouders kunnen zijn. Het is nodig om te kijken naar álle betrokkenen, waarbij het belang van het kind voorop staat. Wat dat laatste betreft is er ook sprake van voortschrijdend inzicht. Geadopteerden en donorkinderen laten steeds vaker van zich horen en organiseren zich, nationaal en internationaal. Laten we in de maatschappelijke discussie vooral ook luisteren naar hun inbreng.