Verruiming mogelijkheden draagmoederschap in Nederland

Verruiming mogelijkheden draagmoederschap

De mogelijkheden voor draagmoederschap in Nederland worden verruimd. Momenteel is het uitsluitend mogelijk om een kinderwens met behulp van IVF-draagmoederschap te realiseren als zowel eicel als zaadcel afkomstig zijn van de wensouders. Vanaf volgend jaar komt hier verandering in. Twee Nederlandse IVF-klinieken bieden dan draagmoederschap aan waarbij slechts dna van één van de wensouders wordt gebruikt. Nieuw is dat, naast de draagmoeder, een (eicel)donor mag worden gebruikt en dat er geen medische noodzaak aan de behandeling ten grondslag hoeft te liggen. Diverse media schreven over deze ontwikkeling en KRO-NCRV besteedde er aandacht aan in het programma De Monitor.

NVOG standpunt

In het standpunt van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) uit 2016 werd al gepleit voor het bespreekbaar maken van het aanbieden van Hoog Technologisch Draagmoederschap (HTDM) aan homoparen en het uitbreiden van de indicaties voor heteroparen. Het NVOG standpunt geldt als voorlopig advies aan de leden van de beroepsvereniging en is niet dwingend. Het bleef daarna onduidelijk wat dit standpunt in de praktijk voor consequenties zou hebben. In het standpunt werd al aangekondigd dat mogelijk meer klinieken zich zouden gaan bezighouden met draagmoederschap. Tot nu toe was het VUmc het enige ziekenhuis dat draagmoederschap faciliteert in Nederland en het was geen voorstander van het loslaten van de medische indicatie voor draagmoederschap.

Gang naar buitenland verminderen

Wat Fiom betreft is het een goede zaak dat de behandelingsmogelijkheden in Nederland vanaf 2019 ruimer worden en de behandeling voor draagmoederschap niet langer beperkt blijft tot het VUmc. Dit zal in veel gevallen de gang naar een behandeling in het buitenland tegengaan. Niet alleen voor homoparen, maar ook voor heteroparen. Fiom krijgt geregeld vragen van heteroparen met vruchtbaarheidsproblemen die al een draagmoeder hebben gevonden binnen de familie en met eigen gameten een kind willen krijgen. Deze stellen kunnen momenteel niet in Nederland geholpen worden omdat het in strikte zin geen medische noodzaak betreft. De vraag is of ook voor hen de behandelindicaties verder worden opgerekt.

Recht op afstammingsgegevens

In de praktijk wordt steeds vaker de stap naar het buitenland gemaakt omdat daar meer mogelijk is op het gebied van draagmoederschap. Bij behandelingen in het buitenland wordt vaak gebruik gemaakt van anonieme donoren en draagmoeders via commerciële bureaus. Een kind heeft echter recht op informatie over zijn biologische ouders en toegang tot afstammingsgegevens. Als een draagmoeder een kinderwens mogelijk heeft gemaakt, dan heeft het kind recht om te weten van deze bijzondere ontstaansgeschiedenis. Door de verruiming van de mogelijkheden in Nederland, zijn wensouders minder afhankelijk van commerciële, ondoorzichtige en grootschalige praktijken in het buitenland. Ook kan de overheid controle uitoefenen op de werkwijze en het vastleggen van de afstammingsinformatie voor het kind.

Aandacht voor implicaties

Bij deze ontwikkeling is het goed om te blijven realiseren dat het niet voor niets is dat we in Nederland voorzichtig omgaan met de mogelijkheden omtrent draagmoederschap. Want wat betekenen deze ontwikkelingen voor de toekomstige kinderen? Geboren worden met behulp van een draagmoeder is al ingrijpend. Dat daarbij ook gebruik wordt gemaakt van een (eicel)donor is een volgende stap. Ouders komen voor extra opvoedingstaken te staan. Ook voor de wensouders zelf heeft het gebruik van een donor later dikwijls grote, soms onvoorziene, impact. Er is sprake van medische risico’s en psychische belasting. Voorlichting en begeleiding blijven dan ook van groot belang, evenals monitoring en onderzoek.

Wettelijke regeling

Het belang van het kind dient in de overwegingen van alle betrokken partijen nadrukkelijk te worden meegenomen. Alle gegevens van de betrokken personen ( donor(en) en draagmoeder) en betrokken instanties dienen centraal te worden opgeslagen en eenvoudig toegankelijk te zijn voor het kind. Daarnaast dient een draagmoeder in alle vrijheid te kiezen voor haar rol als draagmoeder en het afstaan van het door haar gedragen kind. Er mag nooit sprake zijn van uitbuiting, misbruik en/of winstbejag.

Bij deze ontwikkelingen is het instellen van een eigen wettelijke regeling voor draagmoederschap meer dan ooit belangrijk. De Staatscommissie gaf hiervoor al aanbevelingen. Volgens de huidige wetgeving kan de draagmoeder na de geboorte alsnog besluiten dat zij het kind wil houden, ook als zij straks niet de genetische moeder is. Een wettelijke regeling geeft meer juridische zekerheid aan alle betrokkenen.

Meer informatie