Staatscommissie herijking ouderschap ingesteld

22/02/2014 -

Er komt een Staatscommissie herijking ouderschap die zich de komende twee jaar zal buigen over vraagstukken rond het juridisch ouderschap, het meerouderschap, meeroudergezag en draagmoederschap. De ministerraad heeft daartoe besloten op voorstel van staatsecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie. De commissie wordt gevraagd voor 1 maart 2016 een rapport uit te brengen.

Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot nieuwe mogelijkheden en inzichten en veranderende gezinssamenstellingen. Deze ontwikkelingen leiden ook tot nieuwe vragen over de rol van ouders, de band tussen ouder en kind en de manier waarop individuen zich ontplooien. Daarom zal de Staatscommissie met het oog op de toekomst allereerst kijken naar de uitgangspunten van het afstammingsrecht en het ontstaan van juridisch ouderschap dat verschillende vormen kent, bijvoorbeeld biologisch of sociaal ouderschap. Ook brengt de commissie in kaart welke wettelijke mogelijkheden er zijn voor meerouderschap, meeroudergezag en draagmoederschap.

Daarnaast zullen de deskundigen zich uitspreken over de mogelijkheden om leefvormen naar individuele inzichten in te richten. Dit omvat de vraag of het huidige uitgangspunt dat een kind niet meer dan twee juridische ouders kan hebben en niet meer dan twee personen het gezag over het kind kunnen uitoefenen, moet veranderen. Als meerouderschap of meeroudergezag mogelijk moet worden, zal de commissie ook een voorstel doen voor de inhoud van een wettelijke regeling.

Tot slot zal worden nagegaan of er in Nederland een wettelijke regeling moet komen voor draagmoederschap en hoe die eruit zou moeten zien. Daarbij zal nadrukkelijk gekeken worden naar ontwikkelingen in het buitenland. De Staatscommissie krijgt een brede samenstelling. Naast personen met gedegen kennis van kinderrechten en het Nederlandse personen- en familierecht zullen ook een medicus, pedagoog en een ethicus deel uitmaken van de commissie.

Fiom is positief over de instelling van de Staatscommissie en met name over de centrale plaats die de rechten van het kind innemen.