Reactie Minister de Jonge op kamervragen over de situatie rondom donorkinderen

Minister Hugo de Jonge

Mede naar aanleiding van recent Nieuwsuur-onderzoek naar B-donoren die hun bekende status later wijzigden naar anoniem, heeft kamerlid Carla Dik-Faber (ChristenUnie) kamervragen gesteld aan Hugo de Jonge, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de situatie van donorkinderen. In dit nieuwsbericht een samenvatting van de reactie van Minister de Jonge

Actieplan ondersteuning donorkinderen 

Minister de Jonge geeft aan dat in het kader van het actieplan ondersteuning donorkinderen verschillende actiepunten uitgevoerd zijn. Zo hebben klinieken een brief ontvangen over het benaderen van anonieme donoren met als doel dat anonieme donoren hun status wijzigen naar ‘bekend’ en is een werkgroep opgericht om te komen tot een communicatieplan betreffende het oproepen van donoren om zich bekend te maken. Deze werkgroep richt zich ook op de ondersteuning van (wens)ouders. Daarnaast is voor zowel donoren als voor donorkinderen gratis inschrijving gerealiseerd in de Fiom KID-DNA Databank en is er een wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) in voorbereiding. Het ministerie van VWS faciliteert en ondersteunt de uitvoering van het actieplan in samenwerking met Stichting donorkind, Stichting Donor Detectives NL/BE, Defence for Children, Fiom en de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (SDKB). 

Screening en voorlichting (wens)ouders 

Er vindt in de fertiliteitskliniek medisch en psychosociaal onderzoek plaats bij wensouders voorafgaand aan een vruchtbaarheidsbehandeling. Hierbij wordt het NVOG-protocol ‘Mogelijke morele contra-indicaties bij vruchtbaarheidsbehandelingen’ gehanteerd. Voorlichting vormt ook een vast onderdeel van de counseling van wensouders in deze fase. Openheid naar het kind over donorconceptie is een van de counselingitems die hierin aan bod komt. In Nederland wordt ouders aangeraden om op jonge leeftijd te beginnen met hun kind in te lichten over donorconceptie. Na de geboorte van het kind is er ook voorlichting voor wensouders. Zo organiseert Fiom bijeenkomsten met ouders over ‘praten met je kind over donorconceptie’ en bouwt Fiom aan een netwerk van fertiliteitscounsellors met als doel een doorlopend zorgaanbod voor gezinnen na donorconceptie.  

Psychosociale begeleiding bij afstammingsvragen 

De minister erkent dat donorkinderen behoefte hebben aan psychosociale begeleiding bij afstammingsvragen. Fiom biedt begeleiding bij de verstrekking van de persoonsidentificerende gegevens van de donor en bij contact tussen donor en donorkind en donorkinderen onderling. Mochten er problemen spelen op het gebied van identiteit of hechting bij het donorkind, dan geeft de Minister aan dat het donorkind gebruik kan maken van het reguliere zorgaanbod of via de huisarts doorverwezen kan worden naar de GGZ.  
Recent is de Badok II studie gestart. In dit onderzoek wordt onder andere onderzocht of de huidige begeleiding van donorkinderen en donoren aansluit bij de behoefte van de betrokkenen en welke invloed een ontmoeting heeft op de kwaliteit van leven. Deze studie zal ook meer inzicht geven in de psychosociale ontwikkeling van donorkinderen. 

Aantal donorkinderen per donor 

De beroepsgroepen hanteren nu de norm van maximaal 12 gezinnen per donor en laten de in 1992 opgestelde norm van 25 kinderen per donor los. De nieuwe norm heeft tot doel dat dezelfde donor  meerdere kinderen binnen één gezin kan garanderen. In de praktijk komt dit neer op maximaal 25 kinderen per donor. Op verzoek van de donor kunnen er ook afspraken gemaakt worden over een lager aantal nakomelingen. Het aantal kinderen per donor in andere Europese landen wordt gepresenteerd in de reactie van de minister.  

Minimum leeftijdsgrens donorkinderen 

Vanaf het 16e levensjaar kunnen donorkinderen inzicht krijgen in persoonsidentificerende afstammingsgegevens. Deze leeftijdsgrens is aangesloten bij de Wet op geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo). De minister ziet geen aanleiding om de leeftijdsgrens van 16 jaar te verlagen, noch welke leeftijd dit dan zou moeten zijn. Nederland heeft al de jongste leeftijd waarop er informatie over afstammingsgegevens worden vrijgegeven. Duidelijk moet zijn dat het de wens van het kind zelf is en niet de wens van de ouder. 

Donorkinderen na invoering wet in 2004 worden 16 jaar 

In 2020-2021 worden de eerste donorkinderen die verwekt zijn na inwerkingtreding van Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) 16 jaar. Op dat moment kunnen zij afstammingsgegevens opvragen via de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (SDKB). De minister geeft aan dat de SDKB zich samen met belangengroepen en -organisaties voorbereid op dit moment.  

Gegevens niet toegankelijk voor donorkinderen

Naar aanleiding van het nieuwsbericht ‘donorkinderen gedupeerd, spermadonoren alsnog anoniem’ van Nieuwsuur reageert de minister dat klinieken alle aanwezige gegevens van zwangerschappen en donoren van voor 2004 aanleveren op het moment dat om de gegevens wordt verzocht door de SDKB. De enige uitzondering dat persoonsgegevens niet aangeleverd hoeven te worden, is wanneer de kliniek beschikt over een geheimhoudingsverklaring van donoren van voor 2004 die rond de inwerkingtreding van de Wdkb of later is ondertekend. De minister erkent de boosheid en teleurstelling van donorkinderen en hun ouders in de genoemde situatie. 

Donorkinderen uit het buitenland verwekt in Nederland 

Indien de inseminatie plaats heeft gevonden in een Nederlandse kliniek voor 1 juni 2004, kunnen donorkinderen uit andere landen zich ook gratis inschrijven in de Fiom KID-DNA Databank.

Wetgeving donoranonimiteit andere Europese landen 

Wereldwijd hebben slechts 13 landen donoranonimiteit opgeheven. Voor Europa geldt dit alleen voor Zweden, Oostenrijk, Nederland, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, Finland en Duitsland. Alle Europese landen erkennen het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Hoewel artikel 7 en 8 van het IVRK het recht van ieder kind op kennis van zijn/haar afstamming benadrukt wordt hier door de meeste Europese landen dus geen gehoor aan gegeven. 

Meer lezen