Rapport Staatscommissie Herijking Ouderschap ‘Kind en ouders in de 21ste eeuw’

08/12/2016 -

Gisteren ontving Minister van der Steur (V&J) het rapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van de Staatscommissie Herijking ouderschap. Het rapport bevat 68 aanbevelingen rond juridisch ouderschap, gezag, stiefouderschap en draagmoederschap.

Nog slechts de helft van de kinderen in Nederland groeit op in een gezin met een getrouwde vader en moeder. Veel ouders blijven ongehuwd, anderen voeden hun kinderen op in meerouder- of samengestelde gezinnen. De vele verschillende gezinssituaties die voorkomen, maken het nodig dat de wetgeving en beleid op het terrein van ouderschap en gezag worden aangepast. De wetgever moet de belangen van kinderen daarin beter waarborgen. Dat zegt de Commissie Herijking Ouderschap, die gisteren haar rapport uitbracht. De Commissie deed maar liefst 68 aanbevelingen. We lichten er twee uit.

Het vastleggen van het recht van een kind om te weten waar het vandaan komt 

Bij regelingen voor juridisch meerouderschap en draagmoederschap is het niet altijd meer vanzelfsprekend dat een kind met zijn ouders genetisch verwant is. De informatie over zijn ontstaansgeschiedenis wordt dan ook belangrijker. Daarmee worden bijvoorbeeld de gegevens van de eventuele zaad- of eiceldonoren of de gegevens van de eventuele draagmoeder bedoeld. Een kind heeft recht op die informatie.

Het recht van een kind op inzicht in zijn ontstaansgeschiedenis heeft de Staatscommissie verwoord in een van de zeven kernen van goed ouderschap. Samen met het Kinderrechtenverdrag vormen die de maatstaf bij de voorstellen voor het aanpassen van wet en regelgeving. De Staatscommissie geeft daarbij aan dat informatie over de ontstaansgeschiedenis van kinderen dient te worden vastgelegd.

Het instellen van een Nederlandse regeling voor draagmoederschap

De Staatscommissie wil dat er een wettelijke regeling komt, die garandeert dat het traject van draagmoederschap zorgvuldig verloopt. Deze regeling heeft als uitgangspunt dat tenminste één van de wensouders een genetische band met het kind heeft en dat tenminste één van de wensouders én de draagmoeder in Nederland wonen. De regeling moet het kind vanaf de geboorte rechtszekerheid bieden over ouders, nationaliteit, naam en gezag. Ook de draagmoeder en de wensouders krijgen zo zekerheid over hun positie en verantwoordelijkheden ten opzichte van het kind. De draagmoeder heeft er belang bij dat zij wordt begeleid en onafhankelijk wordt voorgelicht over psychologische en juridische gevolgen van het draagmoederschap.

Meer weten?