Openheid is een kleurenpalet

Nieuwsbericht Vormgeven aan openheid over afstamming
08/02/2018 -

Tijdens het tweede seminar van het Drieluik ‘Wie is de donor?!’ stond het thema vormgeven aan openheid over afstamming centraal. Zowel professionals als ervaringsdeskundigen bespraken op dinsdag 6 februari vragen als ‘Is openheid nog een punt van discussie?’, ’Wie is verantwoordelijk voor het vormgeven van openheid?’ en ‘hoe zijn afstammingsvraagstukken geregeld in het recht’. En wat blijkt? Er is nog veel werk aan de winkel, op zowel maatschappelijk, sociaal als juridisch vlak. Ellen Giepmans, directeur-bestuurder Fiom: ‘We zijn er nog lang niet. We moeten haast maken de geleerde lessen mee te nemen om de schade in de toekomst te beperken.’ 

Bij de start van het seminar wordt even stilgestaan bij de eerste bijeenkomst van het Drieluik. Tijdens die middag, op 27 november, stond met name het perspectief vanuit de spermadonor centraal.

Het vertellen

Daarna is het de beurt aan de eerste spreker: Astrid Indekeu. Naast psychologe, is zij ook seksuologe en doctor in de Biomedische Wetenschappen. Momenteel is ze zowel werkzaam in België (KU Leuven) als in Zweden (Karolinska Instituut). Astrid geeft aan een echte toegepaste onderzoekster te zijn die altijd de link met de praktijk wil leggen. Eerste vraag die naar voren komt: ‘Moeten we het eigenlijk nog wel hebben over openheid?

Astrid Indekeu Vormgeven aan openheid over afstamming Haar eenduidige antwoord  luidt: ja. Uit meta-onderzoek, uit 2016, blijkt dat – alhoewel ouders van donorkinderen allemaal met de beste intenties starten - slechts 15% van hen over de afkomst vertelt aan hun kind wanneer deze onder de 10 jaar is. Vijftig procent heeft wel de intentie het te vertellen maar uiteindelijk is de helft van de ouders niet open over de donorconceptie.                     

Mathis

Het verhaal van Veerle Laureyns staat vervolgens op het programma. Met behulp van een eicel van haar beste vriendin kreeg ze zoon Mathis, die inmiddels 13 jaar oud is. ‘We zaten nog volop in “de strijd” om een biologisch kind te krijgen toen we te horen kregen dat we uitbehandeld waren.’ Eiceldonatie werd als oplossing aangedragen. ‘Ik ging toentertijd vrij gemakkelijk mee in het verhaal van de arts’, vertelt Veerle. Haar zus en haar beste vriendin bieden beiden aan wel een eicel te willen afstaan. Uiteindelijk kiest ze voor de laatste en is vrij snel in verwachting. De eerste jaren heeft ze moeite om zich echt over te geven aan het moederschap, aan het echt in contact komen met haar zoon. 



Tweet Annelies Bos over Veerle Laureyns

 

Relatie vormgeven

Na de pauze neemt Ties van der Meer, voorzitter van stichting Donorkind, het woord. Hij is zelf donorkind maar heeft daarnaast ook gedoneerd als spermadonor. Hij wil met name in dit verhaal de donorkinderen een plek geven, dat hun stem gehoord wordt. Gandhi’s beroemde uitspraak “Whatever you do for me, but without me, you do against me” wordt door hem aangehaald. ‘Als we niet open zijn dan doe je iets tegen kinderen. Met alle betrokkenen samen moeten we die relatie gaan vormgeven’, aldus Ties.

tweet Stichting Donorkind Seminar 2

Hij stelt de vraag hoe mensen familie van elkaar zijn of worden. ‘Is dat door de biologische band die je met elkaar hebt of de sociale band? Of wordt die gevormd door een juridische handeling zoals trouwen of adopteren? Wat in de loop der tijd wel gebleken is: biologische en sociale banden sluiten elkaar niet uit.’ 

Recht hebben op

Naast alle ervaringsverhalen komt ook jurist Laura Bosch, die werkzaam is voor Defence for Children aan bod in het programma. Centraal in haar presentatie staan vragen als “Waar heb je als kind recht op’?”, “Wat mag je als kind vragen?” en “Wat mag je als kind afdwingen?”. ‘Mogen weten van wie je afstamt, is voor een kind heel belangrijk’, aldus Laura. ‘De aangifte bij de gemeente is echt een moment van belang. Daarmee wordt letterlijk gezegd: je hoort bij mij, stamt van mij af. Ik geef je een naam en neem mijn verantwoordelijkheid. Bij donorkinderen ontbreekt dat vaak.’ Laura vraagt zich openlijk af of het verschil dat in het rechtssysteem wordt gemaakt tussen “gewone” kinderen en donorkinderen wel zo rechtvaardig is. 

B-donor

Moeder Esther Heij vertelt daarna in een vraaggesprek over haar twee donorkinderen, die ze kreeg met behulp van de kliniek van dr. Karbaat. Ze dacht daarbij twee kinderen te krijgen van een B(bekende)-donor maar dit bleek een anonieme donor te zijn. Tot op de dag van vandaag weten haar kinderen nog niet van wie ze afstammen. Wel zijn ze in een groepsmatch betrokken met halfbroers en -zussen.  Moeder Heij Seminar 2 vormgeven aan openheid over afstamming



De dag wordt afgesloten met een paneldiscussie waarbij een aantal stellingen de ingang van het gesprek vormen. Een levendige discussie onstaat. Het afsluitende woord is aan Ellen Giepmans: ‘Wat ik vooral uit deze middag meeneem, is dat openheid een werkwoord is. Een verhaal dat je samen, met elkaar, vormgeeft. Klopt je verhaal en wat is nodig om het, met respect voor elkaar, passend te maken? We moeten nu de zaken goed regelen om mensen te informeren over de consequenties van hun handelen. Ik denk dat we daarin zo transparant mogelijk moeten zijn. En we zijn er nog lang niet. We moeten haast maken om de lessen uit het verleden mee te nemen om de schade in de toekomst te beperken.’ 

Meer informatie