Mochten bekende donoren in 2004 switchen naar anoniem? 

11/10/2018 -

Donorkinderen stappen naar de rechter

Donorkinderen hebben een rechtszaak aangespannen tegen het ziekenhuis Rijnstate, Medisch Centrum Kinderwens en de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Zaterdag deed Maria haar verhaal in het AD. De donor was ten tijde van de donatie een B(bekende)donor, maar switchte bij de invoering van de Wet DKB naar A(anoniem) donorschap. Ondanks de afspraken die waren gemaakt met de ouders. De donorkinderen eisen dat de persoonsgegevens van de donor alsnog aan hen verstrekt worden.

A- en B- loketten 

Vóór 2004 gebeurde spermadonatie veelal anoniem. Bij enkele spermabanken kon vanaf 1989 gekozen worden tussen een anonieme donor (A-loket) of een bekende (identificeerbare) donor (B-loket). Donoren die via het B-loket doneerden, gaven aan dat hun persoonsgegevens later verstrekt mochten worden aan hun donorkinderen. Wensouders konden vooraf aangeven of zij van een anonieme of van een bekende donor gebruik wilden maken. Sommige ouders kozen bewust voor een B-donor, zodat hun kind later meer over de donor te weten zou kunnen komen.

Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting 

Sinds 1 juni 2004 is in Nederland de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting van kracht. Sinds die datum is anonieme donatie van zaad- en eicellen bij de klinieken verboden. Donoren kunnen dus alleen doneren als zij geen bezwaar hebben tegen het registreren van hun gegevens en tegen de mogelijkheid dat deze gegevens worden verstrekt aan hun nakomelingen. In de memorie van Toelichting bij de Wet DKB wordt het belang voor het kind erkend: “Het niet weten en niet kunnen weten wie je vader en moeder zijn, grijpt velen, in het bijzonder degene die dat overkomt, zeer diep aan. Ontbreekt die basis, dan missen mensen een bouwsteen die hen dieper inzicht in zichzelf zou kunnen geven.”

Overgangsregeling tijdens de invoering van de wet

De gegevens van donoren van voor de Wet DKB, dienden ook in het (nieuwe) register te worden opgenomen. Daarvoor moesten indertijd alle anonieme donoren worden benaderd met de vraag of zij van een A-donor een B-donor wilden worden. De overgangsperiode rond 2004 werd echter verschillend ingevuld door de klinieken, zo blijkt ook uit het IGZ Rapport van 2016. Dit rapport maakt overigens geen melding van B-donoren die A-donor werden.

Nieuwsuur

Eerder dit jaar werd in een uitzending van Nieuwsuur (10 februari) al aandacht besteed aan het feit dat B-donoren in de overgangsperioden hun status veranderden in A-donor. ‘Dat gaat rechtstreeks in tegen de geest van de wet', zei hoogleraar Ethiek van de Zorg Theo Boer toen in de uitzending. 'Ik vind dat zeer schrijnend, als jij je leven lang weet dat je in contact mag treden met een donor, dan is dat voor jou iets om naar uit te zien. Dat dat jou opeens anno 2018 wordt ontnomen dat is een enorme streep door jouw rekening.'

Onrust

Voor donorkinderen is de gang van zaken erg pijnlijk en ook voor hun ouders, die destijds zeer bewust voor een bekende donor hebben gekozen. Zij waren in de veronderstelling dat hun kind vanaf het 16e jaar de gegevens van de donor kon opvragen. Jarenlang was dit het verhaal. De moeders voelen zich schuldig, boos en niet gehoord. De rechtszaak vinden sommigen een goede stap. Wat we ook merken is dat het bericht van de rechtszaak zorgt voor onrust onder donorkinderen en hun ouders. Sommigen van hen geven aan onaangenaam verrast te zijn door de manier waarop de rechtszaak onder de aandacht van de media is gebracht. Zo wordt in een artikel de code van het donorpaspoort van één van de donoren genoemd. De vrees is dat als deze donor in het nieuws zijn persoonlijke code leest, de kans op enige vorm van openheid en informatie juist kleiner wordt. 

Belangenafweging

In diverse verdragen is vastgelegd dat je als kind ‘het recht hebt om te weten van wie je afstamt’. Zo bepaalt het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (artikel 7, lid 1) onder andere dat het kind, voor zover mogelijk, het recht heeft zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd. Omdat de meeste verdragsbepalingen de invulling overlaten aan nationale wetgeving, kunnen er in de praktijk enorme verschillen per land zijn. De uitleg van deze wetgeving is dan een taak van de rechter. Uitspraken gelden vaak per specifiek geval, omdat feiten en omstandigheden per casus net weer iets anders liggen.

De Hoge Raad heeft zich hier in 1994 in het zogeheten Valkenhorstarrest als volgt over uitgelaten: ‘…dat het algemene persoonlijkheidsrecht mede omvat het recht om te weten van welke ouders men afstamt. Dit recht is niet absoluut, het moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen wanneer deze in het gegeven geval zwaarder wegen.’ Er dient in een concrete casus een belangenafweging plaats te vinden, om te bepalen of het recht om te weten van wie men afstamt zwaarder weegt dan het recht op bescherming van de privacy van de biologische moeder (en/of vader). De Hoge Raad heeft uitgesproken dat het recht van het kind prevaleert boven het recht van de biologische ouder(s). 

Rechtspraak

In de overgangsregeling van 2004 stond dat A-donoren gevraagd moest worden of ze B-donor wilden worden. Er stond niets over de mogelijkheid om B-donorschap terug te draaien. Dat zou, gezien de achtergrond van de wet, ook volstrekt onlogisch zijn. Daarbij zou dit ingaan tegen afspraken die met ouders zijn gemaakt. 

Het is mogelijk dat de klinieken destijds zelf geïnterpreteerd hebben dat er voor donoren de mogelijkheid bestond te switchen van B-donor naar A-donor. Rond de overgangsregeling waren immers meer onduidelijkheden. De vraag is nu of de overgangsregeling B-donoren destijds inderdaad ruimte bood om met terugwerkende kracht een anonieme donor te worden. In dat opzicht is het goed dat de rechter zich over deze zaak buigt. Ook Rijnstate geeft aan het een goede zaak te vinden en zegt de vraag van de donorkinderen volledig te begrijpen. Een uitspraak van de rechter schept ook voor hen duidelijkheid.

Een kind heeft recht op afstammingsinformatie  maar er bestaat niet zoiets als recht op contact of recht op een ontmoeting. Of een donor contact wil en op welke manier, is aan hem. Hij beslist of en zo ja, welke rol hij een donorkind in zijn leven en dat van zijn directe naasten wil geven. Gelukkig blijkt in de praktijk dat heel veel donoren hier geen bezwaar tegen hebben.

Meer weten?