Minister geeft groen licht voor diepgaand onderzoek afstand en adoptie binnen Nederland

sander-dekker-minister-rechtsbescherming-adoptie-nazorg-onderzoek-fiom

Op 18 januari j.l. stuurde minister Dekker van Rechtsbescherming een brief naar de Tweede Kamer waarin hij, mede namens de minister van VWS, maatregelen aankondigt met betrekking tot interlandelijke en binnenlandse adopties, rootsonderzoek en nazorg.

Meer toezicht interlandelijke adoptieprocedure

De minister zet in op versterking van de interlandelijke adoptieprocedure. Dit doet hij met name door de Centrale Autoriteit (CA) Internationale Kinderaangelegenheden meer regie te laten nemen en meer bevoegdheden te geven. Zo krijgt de CA opdracht om te onderzoeken of landen daadwerkelijk voldoen aan de uitgangspunten van het Haags Adoptieverdrag. Daarvoor wordt een normenkader opgesteld. Bij twijfel wordt de samenwerking verbroken.

De toezichthoudende rol van de CA op de vergunninghouders wordt versterkt. Zo kan de CA de vergunning van een vergunninghouder opschorten. Daarnaast wordt de kwaliteit van de matching tussen adoptiekinderen en aspirant-adoptieouders verbeterd. Het gezinsonderzoek wordt meer toegespitst op de eisen die gesteld worden aan de aspirant-adoptieouders. Een kinderarts beoordeelt het medisch- en psychosociaal rapport vóórdat een match wordt gemaakt.

Ondersteuning na interlandelijke adoptie

De minister heeft gesproken met belangenorganisaties van geadopteerden, zoals Plan Angel, DNA India Adoptees, Sri Lanka DNA en Shapla. Met Fiom is een brainstormsessie georganiseerd om samen met organisaties van geadopteerden, vergunninghouders en NGO’s te bespreken hoe de hulp verbeterd kan worden aan interlandelijk geadopteerden die zoeken naar hun roots.

De minister nodigt de organisaties uit om met een realistisch, gezamenlijk plan te komen voor een ondersteuningsaanbod, in aanvulling op het aanbod dat er nu al is.

Onderzoek naar binnenlandse adoptie

In 2017 heeft de Radboud Universiteit verkennend onderzoek gedaan naar de aard en omvang van afstand ter adoptie in Nederland over de periode 1956 tot 1984. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de minister van Veiligheid en Justitie. Fiom stelde dossiers uit het archief beschikbaar en legde contact met afstandsmoeders en (oud-)medewerkers voor interviews. Een belangrijke vraag was in hoeverre er sprake is geweest van dwang.

In de jaren ‘56 – ‘84 was ongehuwd moederschap een taboe in de samenleving. Van een echte eigen keuze was vaak geen sprake en meestal was de druk om afstand te doen groot. De onderzoekers hebben geen aanwijzingen dat er sprake zou zijn geweest van formele dwang. Wel hebben afstandsmoeders zeker informele dwang ervaren. De ervaringen van de afstandsmoeders uit de interviews laten zien dat huisartsen, maatschappelijk werkers, ouders en andere betrokkenen een moeder dusdanig onder druk konden zetten, dat zij bij het maken van de keuze haar kind af te staan geen gehoor meer kon geven aan haar eigen wens om het kind te houden.

Groen licht voor diepgaander vervolgstudie

De afgelopen periode heeft de minister meerdere keren gesproken met belangengroepen van Nederlandse afstandsmoeders, Nederlands geadopteerden en met Fiom. Duidelijk werd dat alle betrokkenen een diepgaander vervolgstudie van groot belang achten. Fiom pleitte daarbij voor een landelijke oproep aan afstandsmoeders om zich te melden, aangezien de eerder geïnterviewde vrouwen geen representatieve groep vormen. Kamerlid Vera Bergkamp (D66) maakte zich in de Tweede Kamer sterk voor nader onderzoek.
Minister Dekker geeft nu opdracht tot een diepgaander wetenschappelijk vervolgonderzoek. Met als doel de problematiek van binnenlandse adoptie in de periode 1956 tot 1984 completer in beeld te brengen en daarbij aandacht te besteden aan alle betrokkenen in de adoptiedriehoek. In dit onderzoek zal ook de rol van de betrokken actoren aan de orde komen. De belangengroepen en Fiom worden betrokken bij vormgeving van dit onderzoek. De minister zal een landelijke oproep doen uitgaan, om een grote groep afstandsouders en ‘afstandskinderen’ te bereiken.
Voor de zomer wordt bovendien een conferentie georganiseerd over dit onderwerp.

Uitbreiding van nazorg

Uit de gesprekken van de minister met belangengroepen en uit een inventarisatie van Fiom en Stichting Adoptievoorzieningen (SAV), blijkt dat er behoefte bestaat aan een breed en laagdrempelig aanbod van gespecialiseerde hulp- en dienstverlening aan volwassen (interlandelijk en binnenlands) geadopteerden en Nederlandse afstandsmoeders. De minister wil, samen met de minister van VWS, een aanvullend aanbod voor informatie, advies en ondersteuning organiseren. De dienstverlening die Fiom en SAV nu al bieden voor deze groep, wordt beter gestroomlijnd en uitgebreid.

Reactie Fiom

Fiom is verheugd met de stappen die minister Dekker, samen met de minister van VWS, maakt op het gebied van adoptie. De maatregelen dragen onder andere bij aan de erkenning en ondersteuning van de betrokkenen bij binnenlandse adopties. Lange tijd heeft Fiom zich, samen met belangenorganisaties, uitgesproken voor diepgaander onderzoek. Hierbij vonden we het belangrijk dat de oproep, om mee te werken aan het onderzoek, landelijk wordt uitgezet. We stellen het erg op prijs dat de minister deze aanbeveling overneemt. Niet alleen om afstandsmoeders te bereiken die nog niet met hun verhaal naar buiten zijn gekomen, maar ook om landelijke aandacht en erkenning voor de problematiek te vragen. 

De doorontwikkeling van de nazorg vinden wij een positieve ontwikkeling die hard nodig is.

Afstand doen van je kind is een levenslang proces, zowel voor de afstandsmoeder als voor het afgestane (geadopteerde) kind. De beschikbaarheid van een organisatie waar men terecht kan voor counseling is van groot belang. Ook tegenwoordig is afstand ter adoptie vaak nog een taboe, dus ook de vrouwen die in later jaren hun kind hebben afgestaan worden hier mee geholpen.

De directe betrokkenheid van de belangengroepen van Nederlandse afstandsmoeders en Nederlands geadopteerden bij de uitwerking van de maatregelen, vinden we een belangrijke voorwaarde voor het welslagen. Wij hopen met onze kennis en ervaring de belangen van de betrokkenen te ondersteunen.

Meer lezen