Kabinet zet in op een regeling voor draagmoederschap en register ontstaansgeschiedenis

15/07/2019 -

Minister Dekker (Rechtsbescherming) en minister van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) stuurden op 12 juli 2019 de kabinetsreactie op de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap over draagmoederschap, meerouderschap en meerpersoonsgezag naar de Eerste Kamer. 
Het kabinet geeft in de brief haar voornemen aan om te komen tot een regeling voor draagmoederschap, een versterking van het recht op informatie over de ontstaansgeschiedenis en tot een vorm van deelgezag. Er zal met voorrang worden gewerkt aan wetgeving op deze onderwerpen, die naar verwachting voor de zomer van 2020 aan de Tweede Kamer worden gezonden. 

Op 7 december 2016 bracht de Staatscommissie haar rapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ uit. 
Daarna zijn een aantal aanbevolen nadere onderzoeken uitgevoerd. Op 15 maart 2019 informeerde minister Dekker de kamer al over de uitkomsten van deze aanvullende onderzoeken. 

Informatie over ontstaansgeschiedenis 

De Staatscommissie adviseerde om het recht op afstammingsinformatie breed op te vatten, namelijk als een recht van kinderen op informatie over de ontstaansgeschiedenis. 
Het kabinet is met de Staatscommissie van mening dat het recht van kinderen op informatie over hun ontstaansgeschiedenis versterkt moet worden. En dat hierin een grote verantwoordelijkheid voor de ouders ligt. Het kabinet wil daarom het door ouders geven van voorlichting aan het kind over de ontstaansgeschiedenis als een positieve wettelijke verplichting opnemen. 
Met informatie over de ontstaansgeschiedenis wordt hierbij in ieder geval bedoeld: gegevens over de biologische ouders van het kind (waaronder mogelijke zaad- of eiceldonoren), en de eventuele niet-genetisch verwante geboortemoeder, waaronder contactgegevens, medische gegevens en gegevens die een beeld geven van de persoon van de betrokkene. Daarbij behoort ook informatie over de instanties die hebben bemiddeld of medische assistentie hebben verleend bij de zwangerschap. 

Register Ontstaansgeschiedenis 

Het kabinet wil de registratie van gegevens over de ontstaansgeschiedenis uitbreiden naar meer situaties waarin juridische afstamming en biologische of genetische afstamming uiteenlopen. 
Er komt één herkenbaar centraal punt waar kinderen en andere betrokkenen die op zoek zijn naar afstammingsinformatie terecht kunnen voor toegang tot beschikbare gegevens. Hier zouden in ieder geval zowel donorgegevens, gegevens over de draagmoeder of de anonieme geboortemoeder (in geval van een bevalling onder pseudoniem), binnenlandse en buitenlandse adoptiegegevens en andere eventueel beschikbare gegevens over biologische afstamming moeten kunnen worden opgeslagen. Dit voornemen ligt in lijn met de door de Staatscommissie geadviseerde aanleg van een register ontstaansgeschiedenis (ROG). 

Regeling voor Draagmoederschap 

Met een wettelijke regeling bestaat al voor de zwangerschap rechtszekerheid over wie de juridische ouders van het kind zijn en is voor wensouders duidelijk aan welke voorwaarden moet worden voldaan bij draagmoederschap. Het kabinet komt op hoofdlijnen tot de volgende regeling voor draagmoederschap: 

  • de ontstaansgeschiedenis, waaronder de persoon van de draagmoeder en eventuele zaad- of eiceldonoren, moet voor het kind op termijn te achterhalen zijn (art. 7 IVRK);  
  • de afspraken tussen de draagmoeder en de wensouders worden vóór de conceptie vastgelegd en bij het verzoek aan de rechter gevoegd;  
  • de rechter toetst of wensouders en de draagmoeder zich hebben laten voorlichten en adviseren, of de financiële risico’s van de draagmoeder zijn gedekt (via verzekeringen) en of er geen contra-indicaties bestaan voor de overdracht van het ouderschap;  
  • tenminste één van de wensouders heeft een genetische band met het kind, behoudens uitzonderlijke gevallen (bijv. medische onmogelijkheid);  
  • tenminste één van de wensouders én de draagmoeder wonen in Nederland; zij hebben de Nederlandse nationaliteit, of hebben, overeenkomstig het advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken,19 op andere grond recht op permanent verblijf in Nederland;  
  • er komt een (on)kostenvergoeding. De uitwerking hiervan wordt op korte termijn nader onderzocht, waarbij het uitgangspunt is dat van kinderkoop geen sprake mag zijn en geldelijk gewin niet de drijfveer mag zijn voor de draagmoeder;  
  • evidente vormen van kinderkoop worden strafbaar gesteld, ook als een Nederlander zich hieraan in het buitenland schuldig maakt;  
  • de wensouders (en niet de draagmoeder) komen vanaf de geboorte als ouders op de geboorteakte te staan; 
  • de draagmoeder kan tot het tijdstip van de geboorte en gedurende een korte periode daarna de rechter verzoeken om ontbinding van de overeenkomst en doorhaling van de erkenningsakte(n) van de wensouders.  

Meer lezen