Abortuscijfers 2020: vrouwen tussen de 25-30 jaar opnieuw grootste groep

23/12/2021 -
Categorie: Abortus

In 2020 is het aantal abortussen in Nederland licht gedaald. Er werden 31.364 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd, dit zijn 869 zwangerschapsafbrekingen minder dan in 2019. Ook het aantal zwangerschapsafbrekingen bij buitenlandse vrouwen nam af, met uitzondering van Poolse vrouwen. De meeste zwangerschapsafbrekingen vonden net als in 2019 plaats onder 25- tot 30-jarigen, gevolgd door 30- tot 35-jarigen. Dit blijkt uit de Jaarrapportage Wet Afbreking Zwangerschap 2020

De belangrijkste abortuscijfers van 2020 op een rij 

Meeste zwangerschapsafbrekingen in de leeftijdscategorie 25-30 jaar 

Voor 2015 vonden de meeste zwangerschapsafbrekingen plaatst bij vrouwen tussen de 20 en 25 jaar. In 2015 verschoof dit naar de leeftijdscategorie 25 tot 30 jaar. Ook in 2020 vonden de meeste zwangerschapsafbrekingen plaats bij vrouwen tussen de 25 en 30 jaar, gevolgd door 30-35 jarigen. Toch zien we bij de leeftijdscategorieën tot 35 jaar een lichte daling van het absolute aantal zwangerschapsafbrekingen. De leeftijdscategorieën vanaf 35 jaar kennen juist een lichte stijging. 

Sinds 2002 daalt het aantal afbrekingen bij tienerzwangerschappen. Gekeken naar de groep vrouwen onder de 20 jaar, zien we een verdere daling van het aantal zwangerschapsafbrekingen bij tieners in 2020. 2.355 abortussen vonden in 2020 plaats bij vrouwen tot 20 jaar. Dat is 7,5% van alle afbrekingen. 

Stijging bij Poolse vrouwen

In 2020 is 9% van de behandelingen uitgevoerd bij vrouwen woonachtig in het buitenland. Een daling ten opzichte van 2019 die hoogstwaarschijnlijk wordt veroorzaakt door de reisbeperkingen tijdens de coronapandemie. De meeste buitenlandse vrouwen zijn afkomstig uit Duitsland en Frankrijk. De enige groep buitenlandse vrouwen waar in 2020 een stijging te zien is zijn Poolse vrouwen. Het aantal Poolse vrouwen dat naar Nederland komt voor een abortus, is van 266 in 2019 naar 308 in 2020 gestegen. De strenge abortuswetgeving in het land zou hierin een rol kunnen spelen.

Rol van de huisarts

52% van de vrouwen meldt zich voor een verwijzing naar de abortuskliniek bij de huisarts. Dit percentage ligt iets lager dan de jaren ervoor. Ruim een derde van de vrouwen (39%) gaat rechtstreeks naar de abortuskliniek. Sinds 2018 is een flinke stijging te zien van het percentage vrouwen dat direct naar een kliniek gaat voor een overtijdbehandeling. In 2018 was dit nog 41%, in 2019 51% en in 2020 56%.
Naast de verwijzing hebben huisartsen ook regelmatig een rol in de nacontrole. Na de abortusbehandeling wordt met de vrouw een afspraak gemaakt voor een medische nacontrole. Van de vrouwen die in 2020 waren behandeld in een abortuskliniek had 37% een afspraak voor nacontrole in de kliniek, terwijl 53% hiervoor terugging naar de verwijzer. Dit is nog in de meeste gevallen de huisarts, maar hierin is een verdere verschuiving van de nacontrole terug naar de kliniek te zien. Voor de anticonceptie werd daarentegen meer verwezen naar de huisarts dan in 2019, wat wellicht de complexiteit van anticonceptiecounseling weergeeft.
 

Bekijk meer recente cijfers in de kenniscollectie