Zaken waar je rekening mee moet houden

Kies je ervoor om de zwangerschap uit te dragen en overweeg je het kind af te staan ter adoptie? Dan zijn er een aantal zaken waar je rekening mee moet houden.

Drie maanden bedenktijd

Na je bevalling heb je drie maanden de tijd om te beslissen wat je wilt. De Jeugdzorginstelling schakelt Pleegzorg in, zodat je kind tijdelijk in een opvanggezin geplaatst kan worden. Dit gezin heet een neutraal-terrein-gezin. In overleg met Fiom en via de medewerker van de jeugdzorginstelling kun je, als je dat wilt, je kind bezoeken.

Soms is het direct duidelijk dat je echt afstand wilt doen en heb je geen twijfels. Soms weet je het misschien (nog) niet zeker. In de periode dat je kind in het neutraal-terrein-gezin verblijft, heb jij bedenktijd. Je kunt dan samen met de hulpverlener van Fiom nog eens heel goed na te denken over je besluit om afstand te doen:

  • Is dit wat je wilt?
  • Heb je alle alternatieven goed bekeken?
  • Is het anders nu de bevalling voorbij is?

Rechtszitting

Binnen 14 dagen na de geboorte ontvang je, eventueel via Fiom, een brief van de officier van justitie. In die brief wordt je gevraagd te verschijnen op een rechtszitting over de voogdij van je kind. Dit is niet verplicht hoewel sommige rechters er wel op aandringen of het noodzakelijk vinden dat ze je een keer zelf spreken. Tijdens de zitting krijg je de gelegenheid om te vertellen waarom je afstand ter adoptie overweegt. 

De informatie over jou heeft de rechter gekregen van Fiom en de Raad voor de Kinderbescherming. Fiom vraagt altijd toestemming aan je om informatie te geven aan anderen, in dit geval de Kinderbescherming en de rechter. 

Afstandsverklaring

Besluit je aan het einde van de drie maanden bedenktijd dat je je kind wilt afstaan?
Dan onderteken je een verklaring, de zogenaamde afstandsverklaring. Als je getrouwd bent, moet je echtgenoot ook tekenen. Je kind gaat van het neutraal-terrein-gezin, naar de ouders die het willen adopteren: de aspirant adoptieouders. Zij krijgen na verloop van tijd de voogdij.

Als je wilt, kun je laten weten wat je wensen en voorkeuren zijn voor een adoptiegezin. Bijvoorbeeld over de leeftijd van de ouders, hun geloofsovertuiging, etnische afkomst, of het gezin wel of geen andere kinderen heeft en of de ouders van hetzelfde of verschillend van geslacht zijn.

Besluit je tijdens de drie maanden bedenktijd dat je toch zelf voor je kind wilt zorgen? De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt dan of dat mogelijk is. Als zij de rechter positief adviseert en de rechter gaat akkoord, dan worden jij en je kind zo snel mogelijk bij elkaar gebracht.
Je kunt ook kiezen voor een (tijdelijke) pleegplaatsing.

Na 1 jaar

Als de aspirant adoptieouders het kind een jaar hebben verzorgd, kunnen ze bij de rechter een adoptieverzoek indienen. Je kind kan dan definitief door hen worden geadopteerd. Ook voor deze rechtszitting ontvangt je een uitnodiging.

Je kunt op dat moment je toestemming tot adoptie nog intrekken. Toch is het in deze fase van de procedure erg moeilijk om nog op je besluit terug te komen. De rechter kan dan evengoed besluiten de adoptie door te laten gaan, als hij dat in het belang van het kind acht. Hij kan de adoptie ook uitstellen en een onderzoek instellen.

Als je nog niet volwassen bent

Jij kan pas toestemming geven tot adoptie als je zelf volwassen bent. Voor die tijd kan je kind wel geplaatst worden in een pleeggezin, maar nog niet worden geadopteerd.

De biologische vader

De verwekker, dus biologische vader van het kind, heeft volgens de wet recht op inspraak bij de besluitvorming en is er de laatste jaren steeds vaker bij betrokken. Toch kan dat niet altijd. Soms wil een vrouw niet dat hij op de hoogte is van de zwangerschap. Er kan sprake zijn van geweld of bedreiging. De vrouw kan ook zwanger zijn van een ander dan de partner. 

Het er wel of niet bij betrekken van de biologische vader is een belangrijk onderwerp van gesprek tijdens de drie maanden bedenktijd. Altijd zal de afweging gemaakt moeten worden welk belang waarmee gediend wordt en wat de beste stappen zijn.

De rechten en plichten van de biologische vader hangen af van de situatie. De hulpverlener van Fiom kan je hier meer over vertellen.

Contact met je kind

Het komt wel eens voor dat een afstandsouder haar kind af en toe ziet, maar dat komt niet veel voor. Vaker is er contact met de adoptieouders via het over en weer sturen van brieven en foto’s. Dit gaat via Fiom. Dit is altijd afhankelijk van de adoptieouders. Zij zijn de juridische ouders van het kind, dus zij beslissen of ze dit wel of niet willen. Op deze manier contact met elkaar houden, kan door Fiom worden georganiseerd.

Dossier

Als je afstand doet van een kind, wordt er een dossier gemaakt, een map waarin alle formulieren en informatie wordt opgeslagen. Fiom bewaart je dossier honderd jaar. Dit heeft te maken met het recht van het kind op afstammingsgegevens en de mogelijkheid om later naar elkaar op zoek te kunnen gaan.