Nog steeds verdriet

Het is al een hele tijd geleden.  De kinderen waren boven aan het spelen met de buurmeisjes, en ik had de dag ervoor ongesteld moeten worden. Normaal ben ik heel stipt. Ik deed de test even tussendoor, puur om me geen zorgen meer te hoeven maken. Maar er verscheen een tweede streepje. Ik riep mijn vriend. We zaten op de bank en ik kon alleen maar ‘nee’ schudden, ‘nee’ zeggen.  Ik voelde en dacht alleen maar nee, nee, nee.

Mijn vriend was rustig, omdat ik de vorige twee keren ook verrast was, dacht hij dat mijn paniek wel zou overgaan. Maar dat gebeurde niet. Ik kon alleen maar denken dat ik dit niet wilde. Dat dit niet de bedoeling was. Die nacht heb ik niet geslapen. Ik heb gehyperventileerd. Want wat was dit voor duivelsdillemma. Ik wilde niet niet nog een kind, maar ook zeker geen abortus. Ik wil geen kind, ik wil geen abortus. Wat een uitzichtloze, benauwd, paniekerig gevoel.

Ik maakte een afspraak bij de huisarts. Waarom ik dat deed weet ik eigenlijk niet. Misschien om gewoon te horen hoe je zo’n keuze moet maken, hoe het in z’n werk gaat. Maar een huisarts is een arts. Geen helderziende, of een psycholoog. Dus vertelde hij hoe het werkt.  Ik had ook een afspraak bij een kliniek. Wat een nare plek is dat. Je ziet andere mensen, waarvan je weet; jij bent zwanger. Je ziet jonge meisjes en vrouwen in de veertig.  Weten zij het zeker?
Ik heb gebeld met een hulpnummer. De eerste keer zei een meisje dat ik me voor moest stellen dat ik het wel zou houden. Dat kon ik niet. Dat ik me daarna voor moest stellen als ik het niet zou houden. Dat kon ik niet. De tweede keer bellen was vervelend, ik kreeg een pro-life mevrouw aan de telefoon die me helemaal niet hielp met mijn keuze, maar me aansprak op mijn schuldgevoel en optrad voor ‘dit leven’.

Bij de kliniek bleek ik nog zo vroeg te zijn dat er nog bijna niks te zien was. Maar omdat ik nog een heel klein beetje twijfelde, raadden ze me aan om over twee dagen terug te komen. Denk nog na, je hebt  nog tijd. Diezelfde dag besloten we om er niet mee door  te gaan. Die nacht kon ik voor het eerst weer slapen. De pil deed daarna zijn werk. En het was klaar. Ik was klaar. Ik sliep, droomde wel veel en raar over de baby, zwanger zijn, het kind. Maanden later kwamen de tranen. Soms, als de kinderen even weg waren, liet ik het gaan en kon ik uren huilen. Twijfel, schuld en heel veel spijt. Nu nog, twee jaar later, huil ik terwijl ik dit schrijf.
Therapie bij een psycholoog. Het mocht niet baten. Het enige dat ik wil zeggen is..  als je twijfelt, niet doen. Niet doen.

Julia.