Ik heb me nooit schuldig gevoeld

Ik voelde me al een tijdje raar, ik voelde me leeg, of beter gezegd, ik voelde helemaal niks. Voor iemand die normaal gesproken heel veel voelt, voelt niks voelen heel leeg. Ik zat als een dode in de trein, als een dode in de les, en als een dode op m’n kamer. Alles maakte me niks uit. Behalve geuren, geuren waren mijn vijand. Ik werd misselijk van alles wat ook maar een beetje vettig rook. Ik zat bijvoorbeeld in de trein, en een jongen die een patatje aan het eten was, kwam aan de andere kant van de coupé te zitten en ik werd honds misselijk van een geur van 10 meter verderop.

Ik was 19 jaar oud, studeerde aan een prestigieuze kunstacademie en ik werd maar niet ongesteld. Eerst dacht ik even dat het kwam omdat ik zo onzorgvuldig met de pil om ging, ik kreeg het maar niet voor elkaar om die regelmatig te nemen. Ik vergat hem om de dag, en nam er geregeld 3/4 in één keer. Ik wist dat dat heel slecht voor me was, maar wat kun je anders doen, Ik ben gewoon een chaoot, en niet gemaakt voor een regelmatig ritme. Ik had die zomer veel onveilige sex gehad met mijn vriend, we waren onvoorzichtig en onverantwoordelijk geweest, maar dat gaf ons een kick, het werd er extra spannend door. Ik wist dat er een grote kans was dat ik zwanger was geworden. Maar toch leek het alsof dat alleen maar andere mensen overkomt.

Voor het eerst in mijn leven wou ik dolgraag ongesteld zijn. Ik zat hoopvol te wachten op het moment dat er eindelijk bloed uit mijn vagina zou stromen. Maar dat moment kwam niet, dus ik wist het zeker. Ik ben zwanger. Ik kocht een test, maar de uitslag wist ik al. Ik had -voordat ik de test deed- het telefoonnummer van de abortuskliniek al opgezocht, en ik wist precies welke behandeling ik wou, ik wou namelijk écht geen baby. Echt niet. Voor mij was er geen keuze, ik werd al misselijk van het idee dat ik moeder zou moeten worden, ik wou vrijheid en misschien zelfs nooit een kind, laat staan op mijn 19e! Bovendien zat ik op een prestigieuze kunstacademie, en dat zou ik echt niet laten varen door deze nachtmerrie waarin ik was beland.

De test deed er nog geen 5 seconden over om mij te vertellen dat mijn vermoedens klopte. Ik aarzelde geen moment en belde de abortuskliniek. Ik dacht dat ik nog maar 4 weken zwanger was, en kwam dus in aanmerking voor de abortuspil. Ik hoefde godzijdank niet ook nog eens naar de huisarts om vol schaamte te laten bevestigen wat ik al wist. Na 5 lange dagen “bedenktijd” mocht ik eindelijk naar de abortuskliniek, de plek die mijn leven weer oké zou maken. En natuurlijk was mijn vriend met mij mee. Eenmaal bij de kliniek aangekomen, zag ik dat tot mijn verbazing er niet allemaal meisjes van 19 waren, zoals ik. Maar vooral vrouwen van in de 30 of 40, die waarschijnlijk niet nóg een kind wouden.

Ik zat ondertussen allerlei redenen te bedenken waarom de andere vrouwen er waren. Er heerste een hevige stilte en ongemakkelijkheid in de wachtkamer, die ik moeilijk te verdragen vond. Ik werd er nog zenuwachtiger van dan ik al was, en ik gedroeg me als een luidruchtige kleuter samen met mijn vriend, die ook heel zenuwachtig was. Dat was vast vreselijk irritant voor de andere, ook zenuwachtige of misschien wel doodongelukkige vrouwen. Maar op dat moment ging alles even over mij, en kon mij de rest niks schelen. Toen ik eindelijk door de psychologische vragen heen was, en meerdere keren aangaf dat ik écht niet gedwongen werd, en écht heel graag abortus wou plegen, hoe raar dat ook klinkt, mocht ik naar de behandelkamer. Waar bleek dat ik niet 4 weken, maar bijna 8 weken zwanger was. Eigenlijk net te laat voor een abortuspil maar die kreeg ik wel gewoon. Ze hadden er immers niet op gerekend dat ik al bijna 8 weken zwanger zou zijn, en daardoor was er geen zuigcurettage ingepland. Dus ik had geluk.

De behandelende dokter was heel aardig en begripvol. Ze legde mij alles uit over de pillen die ik moest nemen, waarvan ik al wel veel wist, maar het was toch fijn dat zij het nog eens rustig uitlegde. Ze gaf me de pillen en zei dat ik er nu al vast één moest nemen. Dus dat deed ik, heel gehaast. Ze schrok een beetje dat ik dat zo snel deed, want het proces was nu onomkeerbaar geworden. Iets waar ik totaal niet bij stil stond. Ik wou het gewoon weg hebben, en zo snel mogelijk. Twee dagen later was het zover, ik ging een miskraam opwekken met de andere pil. Ik dacht dat omdat ik thuis was, en omdat mijn vriend er bij was, deze optie veel fijner zou zijn dan een zuigcurettage. Maar toen de pillen eenmaal z’n werk begonnen te doen, kreeg ik spijt dat ik voor deze manier had gekozen. Ik had nog nooit zo veel pijn gehad, ik was intens ziek, ik had hele hoge koorts, ik was heel erg benauwd, en ik kon geen enkele houding vinden die ook maar een klein beetje comfort gaf. Alles deed pijn, en de krampen in mijn buik voelden alsof mijn buik een soort meteoriet die vast gelijmd zat uit mijn baarmoeder probeerde te persen.

Ik wou geknuffeld en gerust gesteld worden door m’n vriend, maar op het moment dat hij me aanraakte wou ik dat 'ie meteen weer weg ging. Ik was zo benauwd. Ik denk dat het zo veel pijn deed omdat ik eigenlijk niet meer in aanmerking kwam voor die pil, en het vruchtje al te groot was. Na een hele dag van pijn, had ik eindelijk het gevoel dat het einde in zicht was. De pijn werd wel steeds heviger, maar ik voelde dat er iets naar beneden kwam glijden. Ik ging op de wc zitten, en het vruchtje kwam er uit. Ik keek er heel even naar, en spoelde het door. Klaar was het. Ik was niet meer zwanger, m’n leven was weer van mij. Ik voelde een opluchting over mijn lichaam heen komen, en ineens werd ik minder ziek. De pijn ging weg, de koorts en benauwdheid werd minder, en de krampen waren veranderd naar een soort van hevige menstruatiekramp.

Ik was ontzettend opgelucht, maar tegelijkertijd voelde ik ook een hele grote leegte. Wat moest ik nu? Gewoon doen alsof er niks gebeurd was? Nu kwam het écht moeilijke deel pas. Het deel na de abortus, het deel waar alleen maar horrorverhalen over te lezen zijn; de spijt, de schaamte, het verdriet. Bijna iedereen heeft spijt na een abortus, toch? Dus dat zal ik vast ook hebben. De dagen na de abortus wist ik even niet wat ik moest doen, Alles stond stil. Ik kon niet zomaar doorgaan met alles. Ik had even tijd nodig. Dus die nam ik. Ik ging niet naar school, ik weet niet of dat was omdat ik dat niet wou, of omdat ik niet durfde. Waarschijnlijk was het een combinatie van beiden, en al snel veranderde het naar alleen niet meer durven. Ik was al een week niet meer naar school geweest, dus die tweede week maakte toch niet uit, de derde week vond ik dat ik al wel lang niet meer naar school was geweest dus durfde ik niet te gaan, en de vierde week durfde ik al helemaal niet meer.

Ondertussen was ik op zoek naar waar de leegte in mij vandaan kwam. Ik zocht het hele internet af. Ik kon mij absoluut niet vinden in de verhalen van mensen over hun abortus, ik had geen schuldgevoel, helemaal niet zelfs, en ik had ook echt geen spijt, ik vond mijn abortus zelfs één van de betere keuzes in mijn leven. Schaamte had ik wel, maar dat kwam alleen omdat de wereld mij voor m’n gevoel in een schaamte keurslijf probeerde te proppen, en daar was ik boos over. Ik vond het namelijk alles behalve iets waarover ik me moest schamen. Waarom moet ik bang zijn voor wat mensen vinden van dat ik een abortus had gepleegd? Die abortus had namelijk mijn leven gered. Ik wou van de daken af schreeuwen dat ik een abortus had gepleegd, al was het alleen om mensen boos of ongemakkelijk te maken, ik wou het taboe kapotmaken. Ik was boos over alles wat ik las en zag over abortus. Ik was boos dat niemand er met mij over durfde praten, omdat iedereen dacht dat het een gevoelig onderwerp was, iedereen nam aan dat ik er verdrietig van was, en dat ik spijt zou hebben. Maar dat had ik niet, ik wou er grappen over maken, vertellen hoe dom het is dat het nog steeds zo’n taboe is, vertellen dat het mijn leven heeft gered, en vertellen hoe gek de abortuskliniek was.

Maar telkens als ik over mijn abortus begon, werd iedereen stil. Op een gegeven moment begon ik te denken dat er iets niet klopte met mij. Dat ik eigenlijk verdriet zou moeten hebben, en dat ik zou moeten rouwen over “het vermoorden van een mogelijk onschuldig leven”. Misschien had ik het verdriet weggestopt? Dus ik kwam tot de conclusie dat ik mijzelf moest forceren mijn verdriet te vinden en het open te breken, zodat ik er later geen last meer van zou hebben. Dus ik ging op zoek. Ik las en keek alles wat ik kon vinden over abortus. Ik zocht naar alle pro-life websites die er waren, en ging al hun propaganda nauwkeurig lezen en bekijken, op de hoop dat er een schuldgevoel op kwam zetten of dat er iets in mij brak. Maar er brak niks. het enige wat het deed was mij het gevoel geven dat ik gevoelloos was, egoïstisch en kil. Dat brak mij dan weer wel, heel erg zelfs, maar het heeft mij nooit spijt laten hebben. Sterker nog, ik ging steeds meer geloven dat mijn abortus de beste keuze ooit was.

Ik heb -denk ik- bijna een jaar gezocht naar mijn verdriet. Maar die heb ik nooit gevonden, want die was er niet. Want ik was simpelweg niet verdrietig over mijn abortus. Ik heb nooit spijt gehad. Ik heb nooit een kind gewild, en ik heb me nog nooit schuldig gevoeld. Langzaam begon ik me te beseffen dat ik een abortus niet zo hoef te ervaren als anderen, en dat als ik er geen spijt van hoef te hebben of dat ik me er niet schuldig over hoef te voelen, en dat dat alleen maar goed was. Ik mocht van geluk spreken dat ik me nooit zo heb gevoeld over mijn abortus. Het enige waar ik me ontzettend schuldig over heb gevoeld is dat ik me nooit schuldig heb gevoeld. Het feit dat mijn abortus me niet opbrak, brak mij op. Een jaar later liep ik door Den Haag heen, omdat ik iets moest kopen bij de supermarkt voor mijn schoonzus die daar woont. Ik moest een weg oversteken die bezaaid was met boze christelijke mensen. Ze waren aan het demonstreren tegen abortus. Ik moest er dwars doorheen lopen, en voelde de woede opkomen die ik direct na mijn abortus ook had gevoeld. Ik wou schreeuwen dat ik een abortus had gepleegd, en dat het de beste beslissing van mijn leven was. Ik wou dat al die mensen daarvan schrokken en me vol afschuw aankeken, en dat ik dan vervolgens trots en met opgeheven hoofd door de mensen massa heen liep. Ik wou dat er een ongemakkelijke stilte kwam. Maar dat deed ik allemaal niet. Ik durfde niet. Ik liep snel door, en keek niet meer achterom.