Brief aan ongeboren kind

Lief klein kindje,

Wat had ik je graag in mijn armen gehad. Je zou nu bijna 5 maanden zijn geweest. Ik denk nog elke dag aan jou, aan hoe het had kunnen zijn. Helaas zijn de dingen anders gelopen dan voorzien. Ik wil je zeggen dat het me spijt dat ik jou niet in mijn leven kon laten. Dat ik het allemaal anders had gewild. Dat ik je in mijn armen had kunnen nemen en liefhebben, samen met je vader. Maar dit is niet hoe het is gegaan.. Het afscheid kwam al snel. De angst en onzekerheid namen de overhand, van het moois dat je ons had kunnen geven. Je vader wilde geen vader worden. Ook mij bleek hij niet te wensen voor een verbintenis van langere tijd. En ik? Ik hield van je, wist vanaf het eerste moment dat ik zwanger was. Ik houd nog steeds van je, maar hoe ik je toen voelde, zit nu enkel nog maar in mijn hoofd. Het spijt me dat ik je heb laten gaan... Heb moeten laten gaan. Uit liefde voor jou, om je een betere start en een liefdevoller toekomst te wensen. Met een vader èn een moeder die van je houden. Met broertjes en zusjes misschien. En geen onzekere toekomst, met enkel een moeder die van je houdt. Het spijt me. Maar één ding is zeker; ik heb je in mijn hart gesloten. Niet alleen voor nu, voor dit moment, Maar voor altijd. Waar ik ook ben, wat ik ook doe; ik neem je mee. En zal nooit stoppen van je te houden. Lief klein kindje, voor altijd een stukje van mij.

Je moeder