Wet- en regelgeving

Een kind dat te vondeling is gelegd zal niet weten wie zijn biologische ouders zijn. Dit kan leiden tot levenslange identiteitsproblemen. Weten van wie je afstamt, is een recht en inmiddels ook erkend in internationale verdragen. Dat is ook de reden waarom er nu een wetsvoorstel in behandeling is (aanpassing Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie) waarin wordt gesteld dat adoptiedossiers honderd jaar bewaard moeten blijven.

Daarnaast kennen we sinds 2004 de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) waarmee een eind is gekomen aan de anonimiteit van donoren en de afstammingsgegevens van donorkinderen worden bewaard.
Wie een kind in hulpeloze toestand aantreft, moet snel en adequaat handelen. De gezondheid van het kind komt op de eerste plaats. Dat betekent dat de vondeling meteen naar een ziekenhuis of huisarts gebracht moet worden. Direct daarna worden politie en de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Er moeten verschillende stappen worden gezet om ervoor te zorgen dat de vondeling beschermd en verzorgd kan worden. De Raad houdt hierbij het overzicht. Meer informatie over de procedure en de rol van de Raad voor de Kinderbescherming lees je op hun website.  

Vondelingen en de definitie volgens het Wetboek van Strafrecht

Het Wetboek van Strafrecht definieert het ‘te vondeling leggen’ als volgt:
  • 'Degene die een kind beneden de leeftijd van zeven jaar te vondeling legt of verlaat met het oogmerk er zich van te ontdoen. 'Het betreft het verlaten van een hulpbehoevende waarbij de dader de bedoeling heeft om de band die tussen het kind en de (natuurlijke) ouder of de wettelijke verzorger bestaat te verbreken.

Er is onderscheid te maken tussen enerzijds vondelingen en anderzijds kinderen die eerst gedood zijn of overlijden door het onthouden van zorg en daarna ergens neergelegd worden. In het laatste geval is er sprake van infanticide of kinderdoding. Meestal betreft het pasgeboren baby’s. De term neonaticide wordt gebruikt als de doding binnen 24 uur na de geboorte heeft plaatsgevonden. Slachtoffers van infanticide en doodgeboren kinderen die gevonden worden, worden niet geteld als vondeling.

Vondelingen en strafbaarheid

Het te vondeling leggen van een kind is strafbaar gesteld in het Nederlandse Wetboek voor Strafrecht, artikel 256 en artikel 259. In de artikelen 257 en 258 wordt aangegeven welke straf er op het te vondeling leggen van een kind staat. Daarnaast geeft artikel 260 aan dat een ouder die een kind te vondeling heeft gelegd, uit de ouderlijke macht ontzet kan worden door de rechtbank.

In de praktijk heeft het Openbaar Ministerie (OM) oog voor de context en de gemoedstoestand van de vrouw en wordt afgezien van strafvervolging en ingezet op hulp. Als strafbaarheid gehandhaafd wordt kan het politieapparaat ingezet worden om op zoek te gaan naar de moeder. In veel gevallen slaagt de politie erin de moeder te achterhalen. Op die manier kan de moeder passende hulp geboden worden en kan het kind later over zijn of haar afstammingsgegevens beschikken.

Beschermde Wieg en de ‘vondelingenkamers’

In 2014 opende Stichting Beschermde Wieg een eerste vondelingenkamer. Dit is een kamer waar een moeder haar kind anoniem kan achterlaten zonder iemand te zien of te spreken. Deze kamers zijn onder andere in ziekenhuizen en woonhuizen gevestigd. De moeder kan op een bel drukken als zij toch hulp wil en zij kan een puzzelstukje meenemen zodat zij later alsnog aan haar kind gekoppeld kan worden als zij dat zou willen. 

Minister Dekker laat in een Kamerbrief in april 2019 weten dat dit niet strafbaar is: ‘De vondelingenkamer heeft een aantal beveiligingsvoorzieningen waardoor de medewerkers van het ziekenhuis direct weten wanneer een kind wordt achtergelaten en er meteen zorg geboden wordt aan het kind. Onder deze omstandigheden lijkt geen sprake te kunnen zijn van “te vondeling leggen”. Dan gaat het om een eenzijdige handeling waarmee een kind hulpeloos wordt achtergelaten. In de vondelingenkamer is er onmiddellijk opvang en zorg voor het kind, waardoor er niet kan worden gesproken van “hulpeloos achterlaten”. 

Politiek