Doding van een pasgeborene - een verborgen delict

Onderwerp

Koenraadt, F. (2003). Doding van een pasgeborene - een verborgen delict In M.S. Groenhuijsen & T.I. Oei (red.), Actuele ontwikkelingen in de forensische psychiatrie (pp. 201-226). Deventer: Kluwer

Literatuur- en kwalitatief dossieronderzoek naar neonaticide, het doden van een pasgeboren baby binnen 24 uur na de geboorte, door Forensisch psycholoog en criminoloog prof. dr. Frans Koenraadt.

Uitgave

2003

Samenvatting

Het literatuuronderzoek geeft een beeld van de beschikbare literatuur op dit gebied. Het betreft onderzoeken die gepubliceerd zijn tussen 1970 en 2002 en die gaan over neonaticide tussen 1751 en 2001. De moeders die neonaticide hebben gepleegd worden in de vakliteratuur beschreven als naïef, emotioneel en seksueel onvolwassen, psychisch afhankelijk, en onder sterke invloed van de eigen ouder(s). Ze vertonen teruggetrokken en passief gedrag. Het zijn vaak adolescenten of jong volwassenen die tamelijk onzelfstandig functioneren. In enkele gevallen bracht de vader de pasgeborene om. Begingen de moeders de doding voornamelijk impulsief of vanuit een opwelling, vaders lijken het meer beraamd of met voorbedachten rade te doen.
De zwangerschap is voor de meeste moeders de eerste, ongepland en ongewenst. Zij houden de zwangerschap verborgen en er is sprake van verdringing, ontkenning en negering. Als de bevalling zich aandient maakt de verdringing plaats voor intense vrees en paniek. In sommige gevallen doodt de moeder haar baby actief door verdrinking of geweld. Wanneer het kind overlijdt door het achterwege laten van verzorging spreken we van passieve neonaticide.
Vervolgens rapporteert Koenraadt over zijn dossieronderzoek. Het betreft hier 15 vrouwen en één man die vanwege het doden van hun pasgeboren baby vastzaten in een kliniek voor forensische psychiatrie. De angst voor ontdekking van zwangerschap en bevalling was het alom heersend motief tot neonaticide. Het ingrijpende en overrompelende van de bevalling maakte dat veel vrouwen niet goed beseften wat ze deden. Een groot deel van de vrouwen werd als verminderd of sterk verminderd toerekeningsvatbaar verklaard en anders dan eerdere bevindingen werd in dit onderzoek in de helft van de gevallen dissociatieve problematiek gediagnosticeerd.

Auteur

Dr. Frans Koenraadt is forensisch psycholoog en criminoloog, als universitair docent werkzaam bij de sectie forensische psychiatrie en psychologie van het Willem Pompe instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en als rapporterend psycholoog verbonden aan het Pieter Baan Centrum, de Psychiatrische Observatiekliniek van het Ministerie van Justitie te Utrecht. Hij doet research onder meer naar doding in gezinsverband en schreef een proefschrift over ouderdoding.

Opdrachtgever

Onbekend.