Vijf vragen aan Kate Bourne

Kate Bourne is werkzaam bij the Victorian Assisted Reproductive Treatment Authority (VARTA), VARTA is een Australische organisatie die onafhankelijke informatie en hulp biedt aan individuen, koppels en professionals met betrekking tot fertiliteit, IVF, draagmoederschap en donorconceptie.

Kate heeft in haar werk contact met donorkinderen, donoren en wensouders. Ze houdt een tweemaandelijkse praatgroep voor volwassen donorkinderen en ze heeft contacten met de fertiliteitsklinieken in Victoria om matches tussen donoren en donorkinderen mogelijk te maken. 

1. Kunnen Australische donorkinderen achter hun afstammingsgegevens komen? 

“Dat is een moeilijke vraag. Iedere staat in Australië heeft een eigen wetgeving en die wetgeving is in verschillende jaren ingegaan. Daardoor verschilt het per staat of een donorkind toegang kan krijgen tot zijn of haar afstammingsgegevens. In Victoria, de staat waar ik werk, wordt vanaf maart 2017 een nieuwe wetgeving geïmplementeerd, waardoor alle donorkinderen in Victoria hun afstammingsinformatie kunnen krijgen.”

2. Hoe staan ouders tegenover niet-anonieme donoren?

“De meeste ouders in Australië begrijpen dat het belangrijk is voor hun kinderen om te weten van wie zij afstammen. Sommige wensouders reizen naar het buitenland voor een donor (met name eiceldonoren). In veel landen is het niet mogelijk om gebruik te maken van niet-anonieme donoren, tot teleurstelling van de wensouders. Vaak hebben zij echter geen andere keus omdat zij in Australië niet geholpen kunnen worden of alleen onder zeer strikte voorwaarden.”

3. Wat is de houding van ouders tegenover het informeren van hun kinderen over het feit dat zijn verwekt met behulp van een donor?

“De ouders worden aangemoedigd om hun kinderen al vroeg hierover te vertellen. Toen ik in 1991 net met counseling van wensouders begon kostte het mij veel tijd om uit te leggen waarom het belangrijk is om donorkinderen te informeren. Dit is door de jaren heen veranderd. Nu vragen ouders mij hoe en wanneer zij  het beste hun kind erover kunnen vertellen. VARTA organiseert elk jaar een seminar getiteld ‘time to tell’ om ouders van donorkinderen te helpen bij het informeren van hun kinderen. Daarnaast kunnen zij op de website van VARTA veel informatie, films en podcasts vinden.”

4. Wat adviseren jullie ouders met betrekking tot het moment en de manier om kinderen te informeren over donorconceptie?

 “Ons advies is om er zo vroeg mogelijk mee te beginnen en om het simpel te houden, aansluitend bij de leeftijd van het kind. We moedigen ouders aan om een familieboek te maken waarin zij op een eenvoudige wijze vertellen over het proces van de conceptie tot de geboorte en het opgroeien van het kind in het gezin. We bieden ook een workshop aan om ze daarbij te helpen.”

Als je kind verwekt is via sperma-, eicel- of embriodonatie kan het best lastig zijn dat aan je kind te vertellen. Wanneer is het goede moment om erover te beginnen? Hoe sluit je aan bij de leeftijd en ontwikkeling van je kind? Antwoorden op deze vragen staan in het boek ‘Beginnen bij het begin, ouders en kinderen in gesprek over donorconceptie’, dat Fiom heeft uitgegeven om ouders van donorkinderen te helpen.

5. Je hebt vanuit je werk te maken met donoren, donorkinderen en ouders van donorkinderen. Welke vragen/wensen leven het meest?

“Bij donoren en donorkinderen die op zoek gaan naar elkaar net als bij jullie KID-DNA Databank zie ik vaak de zelfde behoeften. Ze willen graag weten of er overeenkomsten in uiterlijk, persoonlijkheid en interesses zijn. Ze zijn benieuwd naar wat de motivatie van de ander was om op zoek te gaan. En vragen zich af: Wat als we elkaar niet mogen?”