Limiting offspring numbers. Can we justify regulation?

Artikel

Wright, K. (2016). Limiting offspring numbers. In: Golombok S., and Wilkinson S. (Eds.) (2016). Regulating reproductive donation. Cambridge University Press: 185-204.

Titel 

Limiting offspring numbers. Can we justify regulation?

Onderwerp

Regelgeving rondom het maximum aantal donorkinderen per donor.

Samenvatting

Hoofdstuk 9 uit het boek Regulating reproductive donation gaat net als hoofdstuk 8 uit dit boek in op het debat over het stellen van een limiet op het aantal donorkinderen dat verwekt mag worden via één sperma of eicel donor. De auteur noemt drie angsten die in dit debat naar voren komen. Ten eerste de angst dat donorkinderen incestueuze relaties met elkaar aangaan. Ten tweede de angst voor de psychosociale gevolgen van het contact met een groot aantal donorkinderen die onderling verwant zijn. Ten derde noemt ze de angst voor een negatief beeld van de donor die heeft meegewerkt aan het tot stand komen van een groot aantal donorkinderen. De auteur plaats een aantal kanttekeningen bij veronderstellingen over niet-anonieme donatie. Wensouders kunnen naar het buitenland gaan voor een anonieme donor en dat er een niet-anonieme donatie heeft plaatsgevonden, betekent niet automatisch dat ouders de donorverwekking bekend maken bij de donorkinderen. 

Angst voor incestueuze relaties
De angst voor incestueuze relaties is allereerst gebaseerd op medische gronden en het risico dat er kinderen geboren worden met genetische afwijkingen. De kans op deze afwijking verschilt echter in elk specifiek geval. Onderzoek heeft laten zien dat de kans op afwijkingen groter is naarmate de ouders meer genen delen. Het voorkomen van genetische afwijkingen is vaker terug te zien binnen families waarin patronen zijn van incestueuze relaties, zoals families waarbinnen neef-nicht huwelijken regelmatig voorkomen. De onderzoeker denkt echter dat medische gronden soms een andere angst verbergen en dat is het universele taboe op seksuele relaties tussen broers en zussen.

Omgaan met meerdere relaties
De onderzoeker geeft aan dat de mate waarin mensen belang hechten aan genetische verwantschap zo verschillend is dat het geen uitgangspunt kan zijn in de discussie over een limiet op het aantal donorkinderen per donor.  Ze maakt een onderscheid tussen het idee dat de genetische verwantschap een trigger is om in contact te komen en dat de relaties die daaruit voortkomen gebaseerd zijn op een wederzijdse keuze. Het kan echter ook worden opgevat als een verplichting om een betekenisvolle relatie aan te gaan. In het laatste geval kan een groot aantal donorkinderen met wie je verwant bent een potentiele last zijn, vooral voor de donorkinderen die in tegenstelling tot hun ouders geen keuze hebben gehad om in deze situatie te belanden.  Daarnaast kan het voor de donor problematisch zijn om met een groot aantal donorkinderen contact te onderhouden. Naast de voordelen en nadelen van het contact tussen donorkinderen die onderling verwant zijn, speelt er een andere kwestie. Donorkinderen kunnen negatieve gevoelens krijgen bij het idee dat er grote aantal donorkinderen zijn met wie ze verwant zijn.

Implicaties voor regelgeving
De auteur beargumenteert dat regelgeving zich zou moeten richten op het voorkomen van schade en het balanceren van verschillende belangen. Regelgeving rondom donatie kan echter niet tot stand kan komen zonder normatieve ideeën over verwantschapsrelaties. De auteur geeft aan dat er tot nu toe weinig wetenschappelijk bewijs is dat de huidige lage regelgeving rondom aantal donorkinderen per donor nadelig is voor de betrokkenen. De meer recente argumenten die worden aangedragen om een limiet te legitimeren noemt de ze zwak, omdat blijkt dat mensen zelf een keuze maken in met welke verwanten ze een sociale relatie aangaan. Ze waarschuwt dat een verandering in regelgeving impliciet een boodschap uitzendt over hoe mensen genetisch verwantschap behoren te begrijpen.

Auteurs

Wright, K.

Opdrachtgever

Auteur heeft het hoofdstuk op persoonlijke titel geschreven.