Achtergrond

In 1884 vond de eerste beschreven behandeling Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad (KID) plaats in Amerika. In 1948 volgde Nederland. Pas veel recenter vonden de eerste behandelingen met eiceldonatie en embryodonatie plaats. Donaties waren aanvankelijk enkel anoniem. 

Internationaal 

Van ‘medische behandeling’ naar ‘nieuwe gezinsvorm’

Vanaf het begin werd donorconceptie gezien als een behandeling van onvruchtbaarheid. De focus van de behandeling lag daarbij op de wensouders. Het kind en de donor waren nog niet in beeld. Donorconceptie lost niet de onvruchtbaarheid op maar vervult wel de wens voor een kind en de vorming van een nieuw gezin. Geleidelijk begon men ook meer de gevolgen van donorconceptie voor het kind en de donor te zien.

Van ‘geheimhouding’ naar ‘openheid’

Aanvankelijk was spermadonatie gehuld in geheimhouding en taboe. De betrokkenheid van een derde (de donor) in de partnerrelatie, legde snel de link met ‘echtelijke ontrouw’. Het juridisch kader voor de donor en vader bestond nog niet en gaf veel onzekerheid. Geloofsovertuigingen waren gekant tegen inmenging in het ontstaan van het leven, en het ‘heilige huwelijk’. Onvruchtbaarheid van de man was een taboe. Hierdoor raadden artsen aanvankelijk aan om er met niemand over te praten, ook niet met het kind. Het zou te belastend zijn voor het kind.

In de jaren 80 namen stilaan de morele bezwaren af: IVF, eiceldonatie en embryodonatie werden als een succes gezien, lesbische paren kregen geleidelijk toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen waardoor spermadonatie ook meer zichtbaar werd. Door (internationale) adopties werd kennis opgedaan over het belang van afstammingsinformatie, en de visie van een gezinsvorm met focus op familiebanden en vertrouwen. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat er meer openheid over donorconceptie kwam. 

Hierdoor veranderde het advies van “niet vertellen’ naar 'praten met je kind' over donorconceptie.  

Van ‘anonimiteit’ naar ‘identificeerbare donoren’

Aanvankelijk was anonieme donatie de standaard. Nog steeds is anoniem doneren internationaal een discussiepunt maar meer en meer landen passen hun wetgeving aan. Zweden was in 1985 het eerste land ter wereld dat anonieme donatie wettelijk afschafte. Het welzijn van het kind werd centraal gezet en toegang hebben tot afstammingsinformatie werd als belangrijk gezien voor iemands welzijn. Sindsdien volgde verschillende landen. 

Overzicht landen waar donoranonimiteit afgeschaft is

Landen kunnen wel verschillen in vanaf wanneer het kind toegang kan hebben tot informatie over de donor en op welk manier hij/zij deze informatie kan verkrijgen. 

In landen als Spanje, Frankrijk, België en de voormalige Oostblok-landen is anonimiteit nog de basis. In Frankrijk en Spanje zijn wel discussies lopende over het behoud van anonimiteit. Mede ingegeven doordat het garanderen van aninimiteit niet meer mogelijk is door online DNA-databanken. In Denemarken, waar European Sperm Bank en Cryos Sperm Bank gesitueerd zijn, bestaat een systeem van anonieme en identificeerbare donatie naast elkaar.

De situatie in Nederland

Sinds de eerste behandeling met donorzaad in Nederland plaatsvond in 1948 bij de Amsterdamse gynecoloog L.H.Levie zijn er de volgende ontwikkelingen geweest rond donorconceptie: 

Fiom-kiddna-databank-tijdlijnVoor 1993: Eerste behandeling  - Anonimiteit

Aanvankelijk was een behandeling met donormateriaal anoniem. Pas in de jaren 80 wordt de anonimiteit steeds meer ter discussie gesteld. De ervaringen in de adoptiewereld rondom de identiteit van het kind en diens ontstaansgeschiedenis lagen hieraan ten grondslag. 

Vanaf 1988 begonnen de eerste politieke debatten over het al dan niet behoud van de anonimiteit van de donor. Het zou nog tot 2004 duren voordat de opheffing van de anonimiteit in een wet werd vastgelegd.

1993-2004: Twee-loketten systeem

Vanaf 1993 werd er in sommige klinieken gewerkt met twee loketten: volstrekt anoniem (A-loket) of op den duur voor het kind traceerbare donor (B-loket). De B-loketten waren voor 'bekende' donoren: donoren waarvan de gegevens bekend waren bij de kliniek en die verbonden werden aan de inseminaties waarvoor hun zaad gebruikt werd. Wensouders konden aangeven of zij van een anonieme of bekende donor gebruik wilden maken.

Ook volgde in 1993 het donorpaspoort: een zelfbeschrijving van de donor (maatschappelijke, sociale en fysieke kenmerken, motivatie). Wensouders ontvangen van de kliniek bij inseminatie het nummer van het donorpaspoort. Met dit nummer kan het donorkind zich dan melden bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Voor de oprichting van de SDKB werden deze gegevens vaak bij een notaris in bewaring gelegd. Inmiddels is gebleken dat de gegevens over donorpaspoorten (bijvoorbeeld de doorgegeven nummers) niet altijd juist zijn.

2004: Afschaffing anonimiteit

Sinds 1 juni 2004 bestaat de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Het betekent het einde van het anoniem donorschap in Nederland. De wet bepaalt welke donorgegevens bewaard moeten worden, hoe informatie kan opgevraagd worden en waar deze informatie wordt bijgehouden. De Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) zorgt voor de uitvoering van de Wet Donorgegevens Kunstmatige bevruchting. Vanaf dan is er een centraal register waarin behandelingen en donorgegevens worden bewaard, en waardoor we kunnen bijhouden hoeveel donorkinderen er geboren worden.

2010: Fiom KID DNA databank 

In 2005 wordt Trefpunt Donorkind opgericht, dat in 2006 Stichting Donorkind ging heten. Stichting Donorkind start met een papieren register, waar donorkinderen en spermadonoren zich kunnen inschrijven. Hoofddoel van dit register is om donorkinderen van een anonieme donor de mogelijkheid te geven om in contact te komen met de donor. In 2007 heeft Stichting Donorkind contact gezocht met Fiom voor begeleiding bij zoektochten, matches en ontmoetingen tussen donor en donorkind(eren) uit dit register. Stichting Donorkind beëindigde toen hun register en Fiom startte een nieuw KID-register waar Stichting Donorkind naar verwees. 

Naast het bestaan van het papieren KID register spraken Stichting Donorkind en Fiom destijds over de behoefte aan een DNA-databank om op die manier de match tussen een (anonieme) donor en donorkind(eren) mogelijk te maken. Op 1 december 2010 startte Fiom, in samenwerking met het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ), met de Fiom KID-DNA Databank

In de praktijk bleek dat administratieve gegevens in het KID-register (medische-, sociale-, fysieke-, persoonlijke gegevens, en gegevens rondom donatie/verwekking) niet voldoende toereikend zijn om verwantschap tussen personen aan te tonen. Het KID-register van Fiom is daarom per augustus 2018 gestopt. Om een definitieve match tot stand te brengen, is DNA-onderzoek nodig. Met de Fiom KID-DNA Databank is dit mogelijk gemaakt.