Achtergrond

In 1884 vond de eerste beschreven behandeling Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad (KID) plaats in Amerika. In 1948 volgde Nederland. Donoren konden anoniem hun zaad doneren. Dit zaad werd gebruikt voor wensouders die niet op de natuurlijke manier zwanger konden raken. Donoren ontvingen voor hun donatie alleen een onkostenvergoeding. Van echte betaling voor hun zaad was dus geen sprake.

Internationaal

Medische aangelegenheid

Bijna honderd jaar lang was een behandeling kunstmatige inseminatie vooral een medische aangelegenheid. Betrokkenen namen daarbij een verbond tot zwijgen in acht en het op deze manier tot stand gekomen kind werd niet geïnformeerd.

Taboe

Dit verbond tot zwijgen was mede gebaseerd op het gegeven dat mannelijke onvruchtbaarheid werd gezien als een tekort aan of ontbreken van potentie. Mannelijke onvruchtbaarheid was daarmee een taboe; het werd gezien als gezichtsverlies van de man/echtgenoot. Mede door de kennis die werd opgedaan met de (internationale) adopties en vooral de identiteitsvraagstukken die hiermee gepaard gingen, kwam langzaamaan een einde aan dit taboe.

Eerste wetgeving op dit gebied

Zweden was in 1985 het eerste land ter wereld waar wettelijk werd vastgelegd dat personen die met behulp van kunstmatige inseminatie zijn geboren recht hebben op afstammingsinformatie. De informatie diende minimaal 70 jaar bewaard te worden en was toegankelijk vanaf het 18e levensjaar van het “donorkind”.
Nadien zijn vele landen gevolgd, maar de regelingen per land verschillen nogal. Vooral in de Angelsaksische landen zien we de meeste aandacht voor de “rechten van het kind”.

Europa

In Europa zijn naast Zweden, ook in Noorwegen, Finland, Oostenrijk, Zwitserland, Nederland en Engeland de rechten van het kind op afstammingsinformatie geregeld.
In Denemarken en België bestaat een systeem van anoniem / niet anoniem naast elkaar.
In landen als Spanje, Frankrijk en de voormalige Oostbloklanden is anonimiteit nog de basis.

Nederland

Fiom-kiddna-databank-tijdlijnDe eerste KID-behandeling (kunstmatige inseminatie met donorzaad) in Nederland vond in 1948 plaats. Pas in de jaren 80 wordt de anonimiteit steeds meer ter discussie gesteld. De ervaringen in de adoptiewereld rondom de identiteit van het kind en diens ontstaansgeschiedenis lagen hieraan ten grondslag. Daarbij speelde ook dat KID steeds vaker werd gebruikt bij lesbische paren en later ook bij alleenstaande vrouwen.

In 1988 leidt dit tot een wetsvoorstel om de anonimiteit van de spermadonor op te heffen. En in 1993 tot twee loketten: volstrekt anoniem (A loket) of op den duur voor het kind traceerbare donor (B loket). De B-loketten waren voor 'bekende' donoren: donoren waarvan de gegevens bekend waren bij de kliniek en die verbonden werden aan de inseminaties waarvoor hun zaad gebruikt werd. Wensouders konden aangeven of zij van een anonieme of bekende donor gebruik wilden maken. Ook volgde in 1993 het donorpaspoort: een zelfbeschrijving van de donor (maatschappelijke, sociale en fysieke kenmerken, motivatie). Wensouders ontvangen van de kliniek bij inseminatie het nummer van het donorpaspoort. Met dit nummer kan het donorkind zich dan melden bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Inmiddels is gebleken dat de gegevens over donorpaspoorten (bijvoorbeeld de doorgegeven nummers) niet altijd juist waren.

 

Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting

Sinds 1 juni 2004 bestaat de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Het betekent het einde van het anoniem donorschap in Nederland (ook eicel en embryodonatie). KID is een verzamelterm en omvat ook IUI-ID (intra uteriene inseminatie donorzaad), IVF-D (in vitro fertilisatie met donorzaad), ICSI-D (intracytoplasmatische spermatozoa injectie met donorzaad).

De Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) zorgt voor de uitvoering van de Wet Donorgegevens Kunstmatige bevruchting. Wanneer een donorkind 16 jaar is, kan het bij deze Stichting fysieke gegevens (bijvoorbeeld haarkleur, kleur van de ogen), sociale gegevens (bijvoorbeeld leefsituatie en opleiding) en persoonsgegevens over de donor opvragen. De donor moet hiervoor wel zijn toestemming geven. Ook een ontmoeting met de donor is mogelijk. Wanneer een donorkind aangeeft dit te willen, brengt de Stichting de donor hiervan op de hoogte. Daarna wordt Fiom gevraagd om contact op te nemen met de donor en het donorkind. Een hulpverlener van Fiom brengt, nadat alle verwachtingen op elkaar zijn afgestemd, het (eerste) contact tot stand. 

De donorgegevens die worden opgeslagen zijn:

  1. Medische gegevens (bv. erfelijke gegevens, bloedgroep)
  2. Fysieke gegevens (bv. kleur haar en ogen, lengte, gewicht).
  3. Sociale gegevens (bv. opleiding, karakterkenmerken, burgerlijke staat, beroep, gezinssamenstelling).
  4. Persoonsidentificerende gegevens (bv. voor- en achternaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres en woonplaats).

De bewaringstermijn van gegevens is 80 jaar. 

Wie kunnen welke gegevens opvragen?

Kinderen van: 

  • 0-11 jaar: alleen op te vragen via de ouders/voogd en alleen fysieke en sociale gegevens. 
  • 12- 15 jaar: donorkinderen mogen zelf gegevens opvragen, maar alleen fysieke en sociale gegevens.
  • 16 jaar en ouder: donorkinderen kunnen fysieke, sociale en persoon identificerende informatie opvragen.

Medische gegevens van de donor kunnen via de huisarts van het donorkind worden opgevraagd.

Aantal donorkinderen

1950 – 2004 is de schatting: ongeveer 40.000 donorkinderen in Nederland. Dit is een schatting omdat:  

  • Er geen centrale registratie werd bijgehouden en cijfers niet werden gekoppeld.
  • Naast inseminaties bij medische instellingen ook zelfinseminaties plaatsvonden. 

Gebaseerd op Engels onderzoek (Freeman & Golombok, 2012) weet 33% van de donorkinderen dat ze verwekt zijn met donorzaad.
 

Stichting Donorkind

In 2005 wordt Trefpunt Donorkind opgericht, dat in 2006 Stichting Donorkind ging heten. Stichting Donorkind start met een register, waar donorkinderen en spermadonoren zich kunnen inschrijven. Hoofddoel van dit register is om donorkinderen, van een anonieme donor, de mogelijkheid te geven om in contact te komen met deze donor. In 2007 heeft Stichting Donorkind contact gezocht met Fiom voor begeleiding bij zoektochten, matches en ontmoetingen tussen donor en donorkind(eren) uit dit register. Stichting Donorkind beëindigde toen hun register en Fiom startte een nieuw KID-register waar Stichting Donorkind naar verwees. 
Daarnaast hebben Stichting Donorkind en Fiom destijds gesproken over de behoefte aan een DNA-databank om op die manier de match tussen een (anonieme) donor en donorkind(eren) mogelijk te maken. Op 1 december 2010 startte Fiom, in samenwerking met het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ), met de Fiom KID-DNA Databank
 
In de praktijk bleek dat administratieve gegevens in het KID-register (medische-, sociale-, fysieke-, en persoonlijke gegevens, en gegevens rondom donatie/verwekking) niet voldoende toereikend zijn om verwantschap tussen personen aan te tonen. Het KID-register van Fiom is daarom per augustus 2018 gestopt. Om een definitieve match tot stand te brengen, is DNA-onderzoek nodig. Met de Fiom KID-DNA Databank is dit mogelijk gemaakt. Meer informatie over de KID-DNA Databank en inschrijving.

Stichting Donorkind richt zich op lotgenotencontact, publiciteit en belangenbehartiging van donoren, ouders van donorkinderen en donorkinderen. Meer informatie en/of in contact komen met Stichting Donorkind.