Cijfers en feiten

Het is moeilijk om een helder beeld te krijgen van de precieze aantallen van nationaal en internationaal draagmoederschap.

Draagmoederschap kent twee vormen: laagtechnologisch en hoogtechnologisch draagmoederschap. Hoewel laagtechnologisch draagmoederschap zonder hulp en buiten het zicht van instanties geregeld kan worden, is het verplicht hier melding van te maken. Als deze vorm van draagmoederschap niet officieel wordt gemeld bij de Raad voor de Kinderbescherming, spreken we van illegale opneming.

Hoogtechnologisch draagmoederschap

Bij hoogtechnologisch draagmoederschap wordt een IVF-behandeling uitgevoerd waarbij het embryo wordt teruggeplaatst in de draagmoeder.

Vanaf 1997 is ideëel (niet-commercieel) hoogtechnologisch draagmoederschap in Nederland toegestaan. Hoogtechnologisch draagmoederschap werd tot 2019 in Nederland alleen uitgevoerd in het medisch centrum van de Vrije Universiteit (VUmc). Zowel eicel als zaadcel dienen hierbij afkomstig te zijn van de wensouders.

Sinds 2019 is Nij Geertgen in Elsedorp de tweede kliniek in Nederland waar IVF bij draagmoederschap mogelijk is. Hier kunnen hetero- en homoparen ook zwanger worden met hulp van een bekende eiceldonor. 

In juni 2016 heeft de NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obsterie & Gynaecologie) een Standpunt 'Geassisteerde voortplanting met gedoneerde gameten en gedoneerde embryo's en draagmoederschap' geformuleerd. Dit Standpunt geldt als advies aan de leden van de beroepsvereniging.

In de periode 1997-2004 is bij VUmc door ruim vijfhonderd stellen informatie aangevraagd over hoogtechnologisch draagmoederschap. Van hen zijn 202 paren gescreend en kregen 35 paren een IVF-behandeling die leidde tot de geboorte van zestien kinderen bij dertien vrouwen.

Het VUmc krijgt gemiddeld twintig verzoeken per jaar om in aanmerking te komen voor een draagmoederschapstraject en per jaar worden er ongeveer tien paren in behandeling genomen.

Commercieel draagmoederschap en illegale opneming

Hoe vaak er sprake is van (commercieel) draagmoederschap en illegale opneming, is niet goed vast te stellen. Evenmin als de gevolgen en problemen die deze twee praktijken met zich meebrengen. Dit komt omdat een eenduidige en doorzichtige meldingsstructuur ontbreekt.

Uit de jurisprudentie en de interviews met experts blijkt dat meerdere instanties in aanraking kunnen komen met illegale opneming en draagmoederschap. Dit zijn instanties zoals de Basisregistratie Personen, Burgerlijke Stand, de IND, de Centrale Autoriteit, Nederlandse Ambassade in het buitenland en de Raad voor de Kinderbescherming.

Uit interviews blijkt dat – als een instantie in contact komt met commercieel draagmoederschap of illegale opneming - deze melding maakt bij de Raad voor de Kinderbescherming. Soms wordt alleen de Centrale Autoriteit ingelicht. die vervolgens melding doet bij de Raad. Vanwege het ontbreken van een eenduidige meldingsstructuur is het moeilijk om het precieze aantal te achterhalen.

Bron: Boele-Woelki, K., Curry-Sumner, I., Schrama, W., Vonk, M, Draagmoederschap en illegale opneming van kinderen, Utrecht. WODC Ministerie van Veiligheid & Justitie 2011. 

Onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming

Op 20 november 2014 zijn Kamervragen over draagmoederschap beantwoord door toenmalig staatssecretaris Teeven.

Tijdens deze zitting kwamen ook het aantal onderzoeken aan bod, die de Raad voor de Kinderbescherming heeft uitgevoerd i.v.m. draagmoederschap.

  • In 2012 zijn er 12 onderzoeken gedaan door de Raad.
  • In 2013: 19 onderzoeken.
  • En in 2014 (tot oktober) 4 onderzoeken.

Het gaat hierbij om situaties van zowel hoogtechnologisch als laagtechnologisch draagmoederschap. En daarnaast om situaties waarbij een buitenlandse draagmoeder was betrokken.

Aangegeven wordt dat deze cijfers geen volledig beeld geven, omdat het vermoeden bestaat dat draagmoederschap ook buiten het zicht van (overheids)instanties plaatsvindt. Niet alle gevallen van illegale opneming komen aan het licht.