Mag ik er wel zijn?

Nooit zullen weten wie je ouders zijn en waarom je bent achtergelaten. Met die vragen worstelen vondelingen hun hele leven. In het KRO-NCRV-programma Gevonden volgt Joris Linssen met vondelinge Els het spoor terug. Wat doet dit met je?

Tekst: Marjolein de Jong-van Ee. Bron: NCRV Gids.

‘Het stemmetje dat zegt: “Je bent het niet waard”, ligt nog altijd op de loer’, vertelt Els de Kruijter (45) aan Joris Linssen in het KRO-NCRV-programma Gevonden. Als baby van een paar dagen oud werd zij te vondeling gelegd in de bossen van Maarn, slechts ‘gekleed’ in een plastic zak. Een gebeurtenis die haar hele leven – in negatieve zin – heeft gekleurd. Els worstelt nog steeds met de vraag: mag ik er wel zijn?

Weten waar je vandaan komt en wie je ouders zijn, is een van de rechten van het kind. Vondelingen wordt dit recht ontnomen; zij worden volledig afgesneden van hun afkomst. Wat doet dat met je? Femmie Juffer, hoogleraar aan de Universiteit Leiden op het gebied van adoptie en pleegzorg: ‘Weten waarom je op de wereld bent, is essentieel voor je identiteitsvorming. Dat vondelingen daar waarschijnlijk nooit achter zullen komen, kan hun levensgeluk in de weg staan. Het kan voelen alsof je iets kwijt bent, en het maar niet kunt vinden. Heel frustrerend. Weten waarom je niet bij je biologische ouders kon opgroeien, is daarbij vaak nog belangrijker dan de vraag wie je ouders zijn en of je op ze lijkt.’

Warm nest

Volgens Juffer betrekken sommige vondelingen hun verleden op zichzelf, zoals Els dat doet. ‘Dan voelen ze zich minder waard en vragen ze zich af of ze er wel mogen zijn. Maar dat is afhankelijk van je persoonlijkheid en de omstandigheden waarin je bent opgegroeid. Sommige vondelingen worstelen er hun hele leven mee, andere zullen er af en toe bij stilstaan. In hoeverre je de adoptie accepteert, speelt hierin een grote rol. Als je je adoptieouders als je familie beschouwt, dan heb je toch een soort nest en kun je er misschien beter mee omgaan dat je te vondeling bent gelegd.’ Els had dat niet, een warm thuis. Door een moeizame relatie met haar moeder voelde ze zich nooit gekoesterd en was vaak ze eenzaam. Uiteindelijk raakte ze in een depressie.

Wat kan helpen als je als vondeling zo met je verleden worstelt? Juffer: ‘Praten. Met partners, goede bekenden en eventueel therapeuten. Ook is het goed om de plek te bezoeken waar je gevonden bent.’ Dat is wat Els met Joris doet. Zij gaan terug naar het boswachtershuis in Maarn, waar Els 45 jaar geleden op een tuinbankje werd achtergelaten. Juffer: ‘Dat is heel belangrijk, dan heb je een beeld van de plek waar je verdere leven is begonnen.’

Wáár je te vondeling bent gelegd kan van invloed zijn op de verwerking van de gebeurtenis. ‘Als je bent gevonden op de stoep van mensen van wie je moeder hoopte dat zij voor je zouden zorgen, zoals in het geval van Els, dan is dat makkelijker te verwerken dan dat je achter bent gelaten in een weiland.’ Els vindt het heel bijzonder om op de plek terug te zijn waar zij werd gevonden: ‘Ik word er helemaal warm van. Het hoort toch bij mijn oorsprong.’  

Kleine zus

Alle tastbare herinneringen en verhalen uit de begintijd kunnen waardevol zijn, zegt Juffer. ‘Ik weet dat de verpleegsters van de vondelinge die in 2009 in Utrecht werd gevonden, bijvoorbeeld een schriftje bijhielden over haar ontwikkeling. Dat kan later van groot belang voor haar zijn, want dan heeft ze toch een invulling van haar eerste dagen. Ook een nieuwsbericht uit de krant kan bijvoorbeeld helpen. Als je mazzel hebt, heeft je moeder een briefje bij je achtergelaten met daarop een geboortedatum, naam of zelfs een afscheidsboodschap als “Ik hou van je” of “Het ga je goed”. Dat is fijn, want dan heb je toch iets van je biologische moeder, en weet je dat ze je met pijn in het hart heeft achtergelaten.’

Els heeft weinig tastbare dingen uit haar babytijd, op een krantenbericht na. Wél ontmoet ze samen met Joris de oudste dochter van het gezin waarin ze de eerste weken werd opgevangen. Deze Lia noemt haar ‘kleine zus’ en vertelt hoeveel het gezin van haar hield en laat het huis zien waar het zich allemaal heeft afgespeeld. Dit doet Els zichtbaar goed. ‘Dat iemand blij met je is, is heel fijn.’

Vondelingen in Nederland

Per jaar wordt er in Nederland één kind te vondeling gelegd. Zes baby’s worden dood gevonden. In de hoop deze aantallen terug te dringen, opende Barbara Muller van Stichting Beschermde Wieg het afgelopen jaar vier babykamers waar kinderen anoniem en in een veilige omgeving te vondeling gelegd kunnen worden (wat tot nu toe overigens niet is gebeurd). Het initiatief stuit op kritiek. Tegenstanders, onder wie Femmie Juffer, geloven in initiatieven waarmee de afkomst van het kind bewaard blijft. ‘In geheimhouding bevallen – wat via de organisatie Fiom mogelijk is – is zowel voor moeder als kind beter. Moeder krijgt voor, tijdens en na de bevalling psychologische en medische hulp en het kind weet later waar hij of zij vandaan komt. Daarbij is er kans op misbruik van de vondelingenkamers: dat de vader of een andere betrokkene het kind erin legt, tegen de wil van de moeder in.’
Isala in Zwolle opent begin volgend jaar als eerste ziekenhuis in Nederland een vondelingenkamer.