Ouders van donorkinderen

Als ouder(s) van een donorkind kun je veel vragen hebben. Hoe vertel ik mijn kind over zijn of haar ontstaansgeschiedenis? Wanneer begin ik erover? En wat als mijn kind de donor wil zoeken? Of het nu sperma-, eicel- of embryodonatie betreft: afstammingsvragen spelen een rol in het leven van jou en je kind. 

Openheid over donorconceptie

Als je kind is verwekt met hulp van een donor kan het best lastig zijn om dat aan je kind te vertellen. Niet voor iedere ouder is openheid over donorconceptie zo vanzelfsprekend. Bij anderen speelt vooral de vraag: wanneer vertel ik het? Er is echter niet één manier om je kind te vertellen dat het verwekt is met behulp van zaaddonatie, eiceldonatie en/of embryodonatie. Vertellen over donorconceptie is altijd een proces, nooit een mededeling. Slechts 15% van de ouders informeert hun kinderen over de donorconceptie als zij onder de 10 jaar zijn. 50% van de ouders heeft wel de intentie het te vertellen, maar uiteindelijk is de helft van de ouders niet open over de afkomst van hun kind. Dit blijkt uit onderzoek onder ouders van donorkinderen.  

Waarom is openheid zo belangrijk?

Onbeantwoorde afstammingsvragen kunnen invloed hebben op het zelfbeeld, identiteitsvorming en welzijn van je kind. Dit blijkt uit ervaringsverhalen van donorkinderen en uit onderzoeken, onder andere uit het onderzoek van Anne Schrijvers (2017). Geheimen over hun ontstaansgeschiedenis ervaren ze over het algemeen als negatief. Vanaf 2004 is het in Nederland niet meer toegestaan om anoniem te doneren, omdat het kennen van je afstammingsverhaal van essentieel belang is. Door dit besef wordt er tegenwoordig meer over verwantschap gesproken en zijn afstammingsvragen zichtbaarder dan vroeger. De manier waarop je dit bespreekt met je kind(eren), is daardoor voor veel ouders een onderwerp dat hen bezighoudt. 

Hoe vertel ik mijn kind over donorconceptie?

Wanneer is het goede moment om over donorconceptie te beginnen? Hoe sluit je aan bij de leeftijd en de ontwikkeling van je kind? En hoe ga je om met de reactie van je kind? Allemaal terechte vragen. Om ouders van donorkinderen hierbij te helpen, heeft Fiom het boek ‘Beginnen bij het begin’ uitgegeven. Dit boek bevat aparte hoofdstukken voor verschillende leeftijdsgroepen en ervaringen van ouders, kinderen en donoren. Het voorlichtingsmateriaal 'Telling and talking' van Olivia Montuschi vormt de basis. Dit hebben we aangevuld met de kennis en ervaringen van Fiom rond adoptie, donorconceptie en afstammingsvragen. 

Astrid IndeKeu schreef het boek: 'Anders, en toch gewoon' waarin zij op basis van wetenschappelijk onderzoek en getuigenissen van (wens)ouders en donorkinderen een overzichtelijk beeld van belangrijke psychosociale aspecten van donorconceptie belicht. Voor verschillende mensen kan donorconceptie een manier zijn om een kinderwens te vervullen. Je gezin vormen met de hulp van een eicel-, sperma- of embryodonor gaat echter vaak gepaard met vragen en twijfels. Dit boek gaat in op de meest gestelde vragen van (wens)ouders die hun gezin vormden na donorconceptie. Het heeft aandacht voor alle levensfasen die een gezin doorloopt. Daarbij laat het ook de families zelf aan het woord. 'Anders en toch gewoon' biedt ook informatie voor familie, vrienden en professionele hulpverleners.

In de kenniscollectie vind je een literatuur overzicht van boeken voor ouders, kleuters en kinderen in de basisschoolleeftijd. 

Workshop ‘Vertellen over donorconceptie: in gesprek met je kind'

Signalen van ouders die meer hulp willen bij het informeren van hun kinderen over hun afstamming, leidden tot het idee om hen ook op een andere manier te ondersteunen. Daarom organiseert Fiom de workshop ‘Vertellen over donorconceptie: in gesprek met je kind’. Op deze actieve dag krijgen ouders informatie en is er ruimte voor het uitwisselen van ervaringen. Ook worden hierin handvaten en tips gegeven om je kind te vertellen over zijn of haar ontstaan. 

Mijn kind wil zoeken. Wat nu?

Als je zoon of dochter weet dat hij of zij een donorkind is, kan vroeg of laat de wens ontstaan om op zoek te gaan naar de donor of naar halfbroers of -zussen. Met DNA-onderzoek heb je de mogelijkheid om toegang te krijgen tot je afstammingsinformatie als deze ontbreekt. Hiervoor zijn een aantal opties mogelijk. 

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting

Van kinderen geboren ná 2004, na behandeling in een Nederlandse kliniek, staan de gegevens van de donor geregistreerd bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Vanaf 16 jaar kan je kind daar de persoonsgegevens van de donor opvragen. 

Vóór 2004 gebeurde spermadonatie in Nederland veelal anoniem. In dat geval biedt DNA-onderzoek mogelijkheden om toch achter informatie over de donor te komen. 

Fiom KID-DNA Databank

Als je kind de donor wil zoeken, kan hij of zij zich (vanaf 12 jaar) inschrijven bij de Fiom KID-DNA Databank. Deze richt zich op de match tussen donor en donorkind, als de spermadonatie in Nederland heeft plaatsgevonden. Omdat er ook Belgische en Duitse donoren werden gebruikt in Nederlandse klinieken en Nederlandse mannen hebben gedoneerd in België en Duitsland, biedt de KID-DNA Databank ook aan Belgische en Duitse donoren en donorkinderen de mogelijkheid om zich in te schrijven.

Internationale DNA-databanken

Internationale DNA-databanken, zoals MyHeritage, Family Tree DNA, 23andMe en Ancestry, bieden DNA-testen en de mogelijkheid om gematcht te worden met verwanten. Zoals matches met halfbroers- en zussen, (anonieme) donoren en andere verwanten. 

In de kenniscollectie ‘Internationale DNA-databanken’ van Fiom vind je meer informatie over zoeken naar familie via DNA, internationale DNA-databanken en praktijkervaringen. 

Mijn kind heeft de donor gevonden. En nu?

Als er een match is via een DNA-databank met de donor of met een of meerdere halfbroers of -zussen, reageert je kind wellicht enthousiast of zenuwachtig. Maar hoe is dit voor jou als ouder? Misschien ben je blij voor je kind dat het de donor of een halfbroer of -zus heeft gevonden. Of ben je juist bang dat hierdoor jullie band verandert. Deze gevoelens verschillen per persoon. En vaak is het anders als biologische ouder dan als opvoedouder. Donorkinderen voelen zich vaak loyaal naar hun ouders. Tegelijkertijd is weten van wie je afstamt een belangrijk recht. Uiteindelijk zijn jij, je kind en de donor met elkaar verbonden. Uit ervaringsverhalen blijkt dat velen de match en de daaruit volgende informatie of vorm van contact, als positief ervaren.