Ontmoeten in stilte

‘Ik werd spermadonor toen onze jongste negen jaar oud was. Het was eind jaren 80 en veel stellen om ons heen konden moeilijk of geen kinderen krijgen. Rond die tijd las ik een advertentie van een spermabank met de korte tekst "Spermadonoren gezocht". Ik wilde mij aanmelden, zodat ik iets kon betekenen voor kinderloze stellen. Mijn vrouw en ik waren ook al jaren bloeddonor. Ik schreef me in, werd uitvoerig getest en ik zou uiteindelijk vele jaren donor blijven. 

Voortaan ging ik, elke woensdagavond in de even weken, naar de grote stad. In verband met de bescherming van de privacy stonden NAW-gegevens (en dergelijke) van de donoren in een simpel boekje; dat werd door het personeel van de spermabank voor de donoravond uit het safeloket bij de bank gehaald. Op donderdagochtend werd het weer veilig in het safeloket opgeborgen. 

Openheid

Mijn donorschap ging in alle openheid; mijn vrouw stond erachter. Zij zorgde er iedere keer voor dat het eten vroeger klaarstond, zodat ik op tijd kon vertrekken. Ook is ze wel eens mee geweest. Je ontving een vrijwilligersvergoeding per donoravond. Tevens werden reiskosten uitbetaald. Een eis was: iedere donor moest elk half jaar getest op allerlei ziekten; speciaal SOA's. Na een gunstige uitslag van het bloedonderzoek werd het ingevroren sperma gebruikt voor KID.

Fiom spermadonor vertelt verhaal

Aantallen of maximum

Nooit werd er gecommuniceerd over aantallen. Een vraag als 'Hoeveel kinderen zijn er al geboren?' was uit den boze. Het was echt streng verboden om daarover te communiceren. Na jarenlang om de twee weken op woensdagavond naar de donoravond te zijn geweest, kreeg ik de mededeling dat ik nooit meer hoefde te komen. Ik wist dat het kon gebeuren, maar het klonk zo plompverloren; de reden was simpelweg ik had mijn maximum bereikt. Welk maximum of welke limiet? Was het het aantal geboren kinderen of het aantal rietjes? Dat is me nooit verteld. Ik weet het nog steeds niet. 
Wel kreeg ik in 2004, bij de invoering van de Wet Donorgegevens kunstmatige bevruchting, een brief van de spermabank waarin stond dat alle persoonlijke gegevens van alle donoren reeds vernietigd waren en dat - na het ontvangen van deze brief - de NAW-gegevens vernietigd zouden worden. 

Ervaringsverhaal donor Fiom

Mijn privacy

Na de eeuwwisseling ben ik er steeds meer mee bezig geweest: het donorschap van toentertijd. DNA-onderzoek was sterk in opkomst. Nu is DNA-techniek de gewoonste zaak van de wereld. En recent in het nieuws de donorkinderen, die via internationale databanken verwanten vinden (….). Begrijp me niet verkeerd. Ik wil meewerken dat eventuele donorkinderen me kunnen vinden, maar vooralsnog geheel anoniem of deels anoniem.

Daarom heb ik me, nog niet zo lang geleden, ingeschreven bij Fiom. 
Wel ben ik huiverig voor de manier waarop sommige donorkinderen omgaan met de privacy van donoren en de wijze van bekendmaking op televisie en radio, in de kranten en zeker op internet. 

In je hart sluiten

Ik sta open voor een ontmoeting, voor het uitwisselen van mijn gegevens maar ik hoop ten zeerste dat die ontmoeting in alle stilte en met de nodige discretie gebeurt. Ik wil niet met naam en toenaam en een foto op allerlei kanalen gedeeld worden. Ik vind zo'n ontmoeting en alles daaromheen iets wat een donorkind in zijn/haar hart moet sluiten en daar houdt. Dat hoeft niet de hele wereld te weten. 
Ik heb ook een gezin en een sociaal netwerk. Niet iedereen in mijn omgeving snapt het. Mensen hebben vaak een oordeel. Daar heb ik helaas negatieve ervaringen in opgedaan. Daarom houd ik het liever voor mezelf (en voor mijn gezin). Ik hoop dat eventuele donorkinderen daar ook 100% rekening mee willen houden. 

Benieuwd

Mijn kinderen heb ik circa 14 of 16 jaar geleden verteld dat ik spermadonor ben geweest. 'Waarom moeten wij dat weten', leek hun primaire reactie. Na aanmelding bij de Fiom in september 2017, heb ik hen verteld van mijn inschrijving in de Fiom KID-DNA Databank. Hun houding is ook duidelijk veranderd. Ze staan achter me. 
Zouden mijn kinderen benieuwd zijn naar eventuele halfbroers of –zussen? Ik weet het niet. De tijd zal het leren. Ik snap de behoefte van de donorkinderen aan een ontmoeting met mij. Herkenning vinden, elkaar even aanraken, ruiken en vooral weten wat er medisch speelt.

Nogmaals. Mijn privacy is achterhaald door de techniek. En nu moeten we manieren vinden om daar met elkaar een weg in te vinden. Op een discrete, menswaardige en individuele manier. Dit is zó persoonlijk. En laten we dat ook zo houden.’