Ik lijk niet op mijn moeder

Toen ik twaalf jaar was werd ik uit huis geplaatst, drie jaar na mijn zus. In de jaren ervoor was ik op verschillende manieren mishandeld. Ik kwam in een crisis gezin terecht voor 4 maanden, waarna ik naar een perspectief biedend gezin mocht.

Handelingen en gedachten die ik had waren complexer dan die van mijn moeder, en mijn moeder begreep mij ook niet meer. Ik wist dat ik mezelf niet optimaal zou kunnen ontplooien waardoor ik naar veel gebeurtenissen de moeilijke stap heb moeten nemen om mijn moeder te verlaten.

Bureau Jeugdzorg was al een lange tijd betrokken bij het gezin en had het oudste kind al uit huis geplaatst. Ze wilden mij daar ook weg hebben, maar zowel mijn moeder als ik stemden hier niet mee in. Tot het op een dag helemaal uit de hand liep en mijn moeder tegen mij zei: 'Ik hoef je nooit meer te zien'.

Ik vertrok naar mijn peettante en vroeg of ik daar mocht blijven. Het antwoord hierop was 'nee'. Diep teleurgesteld liep ik verder en belde aan bij een andere tante die in hetzelfde dorp woonde. Deze heeft meteen Bureau Jeugdzorg gebeld waardoor de volgende dag al was geregeld dat ik naar het crisisgezin zou kunnen.

Ik wist dat dit een nieuw begin voor mij was. Het perspectief biedend gezin waar ik maanden later terecht kwam, was hartverwarmend. Zulke lieve mensen had ik nog nooit ontmoet. Toen ik er aankwam werd ik direct in hun armen gesloten. Ik voelde mij écht welkom. Zo had ik mij nog nooit gevoeld.

Ik werd in het gezin opgenomen alsof ik een échte dochter van hen was. Ik wist niet wat mij overkwam, zoveel liefde en warmte was ik niet gewend. Wanneer ik iets vertelde snapte deze mensen mij ook en werden niet boos. Omdat deze mensen wilden dat ik mij op een goede manier zou ontwikkelen werd ik naar een middelbare school gestuurd die bij mij paste.

Op de Havo leerde ik leuke meiden kennen en maakte ik snel vriendinnen. Maar hoe meer ik mezelf ontwikkelde, hoe groter het verschil werd tussen mij en mijn moeder. Na een lange tijd werd mij verteld dat mijn moeder licht verstandelijk beperkt is en een laag IQ heeft. Ik vroeg mij af hoe het mogelijk was dat iemand met een licht verstandelijke beperking kinderen kon krijgen via KID met een onbekende donorvader.

Ik werd getest om te kijken of ik een normaal IQ had. Ik was ontzettend zenuwachtig, want ik wilde absoluut niet op mijn moeder lijken. Gelukkig was de uitkomst voor mij goed. Mijn zus leek echter sprekend op mijn moeder.

Op een gegeven moment was er een reclame op tv over een programma dat zou meehelpen zoeken naar donor vaders- en kinderen. Ik besloot om me op te geven voor het programma. Een paar weken later vertelde ik het aan mijn biologische zus, waarop zij mij vertelde dat zij zich ook op had gegeven.

Maar helaas, er kwam geen bericht dat er een match was. Ik begon me af te vragen of ik wel echt een bloedverwant was van mijn zus. En wie is mijn vader? En is mijn moeder wel echt mijn moeder?

Al deze vragen zullen nooit beantwoord kunnen worden. Ik heb zoveel dingen in het leven meegemaakt, en zoveel dingen willen delen met mijn vader, zoveel vragen voor mijn vader. Maar de liefde die een vader voor zijn dochter heeft, zal ik nooit kennen. De trots die vaders kunnen voelen wanneer hun dochter iets heeft bereikt, zal ik nooit kennen. Het enige wat ik wil, de grootste wens die ik heb, is om 'normaal' te zijn en om mijn vader te vinden, om trots aan iedereen te kunnen laten zien dat ik óók een vader heb. Zou die wens ooit mogen uitkomen? Om hetgeen te vinden wat mij elke dag bezighoudt, waar ik elke nacht wakker van lig?