‘Wat er door me heen ging toen Fiom belde, voel ik nu nog’

Eind jaren zeventig werd Jim (63) uit maatschappelijke betrokkenheid donor. Met diezelfde gedachte schreef hij zich jaren later in bij de Fiom KID-DNA Databank. “In het Kinderrechtenverdrag staat dat mensen het recht hebben om te weten waar ze vandaan komen. Dan moet je daar als ook persoon naar handelen.”

Die treinrit

Tien jaar lang ging Jim met de trein naar de Stimezo-kliniek in Leiden. “Ik was lid van een politieke partij en de vakbond, at vegetarisch en was bloeddonor. Spermadonor worden lag voor mij in het verlengde van die maatschappelijke betrokkenheid.” Hij koos bewust voor Leiden. “Ik had op mijn fiets naar het ziekenhuis in Den Haag kunnen gaan, maar in Leiden waren ze ruimhartiger. Daar konden ook lesbische stellen en alleenstaande vrouwen terecht. Hiervoor had ik graag die treinrit voor over.”

In de wachtkamer

Anonimiteit was toen iets dat erbij hoorde. In de wachtkamer tijdens de doneerdagen in de kliniek werd er soms over gesproken. “Voor sommigen was die anonimiteit een voorwaarde. Zodra dit werd opgeheven, zouden ze stoppen. Ik was daar niet zo zeker van.” Als Jim in 1988 trouwt, stopt hij met doneren. “Ik wilde destijds geen kinderen van mezelf en liet me steriliseren.” Jaren later maakt hij er - al wandelend door Leiden – wel eens grapjes over. “Als ik dan iemand van een jaar of zestien zag lopen, zei ik ‘dat is er misschien een van mij’. Door die anonimiteit was het voor mij uitgesloten dat ik ooit contact zou hebben met eventuele kinderen, maar ik vond het een leuk idee.”

Geen behoefte aan contact

“Ik vertel mensen altijd dat ik in het najaar van 2014 voor het eerst iets las over de Fiom KID-DNA Databank, maar volgens een goede vriendin heb ik het er in 2013 al eens over gehad. Er was dus wél een mogelijkheid tot ontmoeting.” Jim schrijft zich in. “Het paste volledig bij mij als persoon. Ik had gedoneerd om iets voor een ander te doen. Misschien waren er kinderen naar mij op zoek. Aan die behoefte wilde ik voldoen.” Na het inschrijven en het afstaan van zijn DNA-materiaal begint het wachten. “Toch spannend, hoor. Zo’n 25 jaar ging ik ervan uit dat er geen vervolg aan mijn doneren zou komen. Ik had zelf in principe geen behoefte aan contact, verwachtte geen ‘verloren zoon’. Maar wat als mijn kinderen intensief contact wilden? Dat was echter geen angst, meer een zorg.”

Een dag van betekenis

Het is januari 2015 en de telefoon van Jim gaat. “Het was Fiom: er was een match. Als ik het nu vertel, voel ik het nog. Er ging echt wat gebeuren!” Er is een match met drie dochters van Jim. De ontmoeting wordt gepland in Den Bosch. “In een hele fijne kamer met een huiskamersfeertje. Ze kwamen om de beurt een uurtje langs, op audiëntie” lacht Jim. “Het was aftasten, want ineens zit je tegenover een bloedverwante die tegelijkertijd een vreemde voor je is. Wat onwennig, maar ze waren alle drie nieuwsgierig en betrokken.” Hij laat trots de foto’s zien. “Het was een onvergetelijke dag. We vieren het nog steeds, want het was echt van betekenis voor ons allemaal.” Drie verschillende vrouwen, maar met veel gelijkenissen met hun donorvader. Zowel innerlijk als uiterlijk. “Ze zijn bijvoorbeeld allemaal vegetariër. Hoe krijg je dat voor elkaar?”

Goed gedaan

Eén dochter van Jim heeft een vader en moeder, één dochter groeit op bij een lesbisch stel en één dochter heeft een alleenstaande moeder. “Ik vind het zo bijzonder dat mijn abstracte eisen van toen hun concrete uitwerking hebben gehad. Voor mij een bevestiging dat ik het goed heb gedaan door voor de kliniek in Leiden te kiezen.” Inmiddels staat het contact op een laag pitje. “En dat is prima voor ons. Ik kom graag tegemoet aan hun behoeften, het initiatief ligt bij hen en ik heb totaal geen verwachtingen. Een nauw en intensief contact zou voor mij te zwaar zijn.”

Leuk, spannend en raar

Jim heeft inmiddels twee eigen wettige kinderen. “Ik heb zo’n twintig jaar geleden mijn sterilisatie laten herstellen. Het zijn ondertussen pubers en daar heb ik mijn handen vol aan.” Als hij ze vertelt dat hij spermadonor is geweest en drie donordochters heeft gevonden, reageren de twee verschillend. “Mijn zoon zei: ‘Zij zijn net zoveel jouw dochters als ik jouw zoon ben’. Hij vond het leuk en spannend. Mijn dochter vond het in het begin maar raar. Toen twee van mijn donordochters op bezoek kwamen, schoof ze meteen aan tafel en zat gezellig mee te kwekken. Nu is ze helemaal om.”  

Gooi die donoradministratie open

De dochters van Jim waren al een tijd lang op zoek naar hun donorvader. “Een dochter heeft zelfs haar donorpaspoort opgevraagd bij de kliniek in Leiden. Aan de hand daarvan heeft ze een halfbroer en halfzus gevonden. Na jaren van intensief contact bleek het donorpaspoort helemaal niet van mij te zijn. Dit heeft voor veel verwarring gezorgd.” Toch vindt Jim dat de donoradministratie opengegooid moet worden. “Ik ben daar door de jaren heen harder in geworden. Het belang van het kind, het zijn nu dertigers en veertigers, staat voorop. Omdat de administratie vaak een rommeltje is, moet je wel altijd een extra DNA-test doen om te checken of de match klopt.”

“Nu heb jij ook een papa!”

“Voor mijn dochters was het namelijk een enorme opluchting toen ze mij hadden gevonden. Ze hebben echt iets kunnen afsluiten. Ik was op de dertigste verjaardag van een van mijn dochters. Daar werd ik enorm warm onthaald, ik was nog nooit zo gewild”, lacht Jim. “Iedereen had het zoekproces van haar meegekregen en ze waren zo blij voor haar dat ze mij gevonden had. Zelf stond ze te glunderen. Een van mijn kleinkinderen zei ‘Mama, nu heb jij ook een papa!’ Dit soort ervaringen is met niets anders te vergelijken.”