‘Toen ik mijn donor had gevonden, kreeg ik rust’

Ilse (40) had vroeger altijd al het gevoel dat er iets niet klopte. “Ik kreeg een aantal jaar geleden van een kennis te horen dat mijn opvoedvader zei dat ik niet van hem was. Toen ik dit aan mijn moeder vertelde, moest ze hier even over nadenken.” Een half uur later staat ze bij Ilse op de stoep en vertelt dat Ilse inderdaad van een donor is. “Mijn wereld stortte in.” 

‘Ach, het is maar zaad’

“Toen ik klein was, dacht ik dat ik misschien geadopteerd was. In sommige dingen leek ik op mijn moeder, maar bepaalde karaktertrekken kon ik niet thuisbrengen. Toen mijn moeder drie jaar geleden vertelde dat ik van een donor was, viel het een en ander op zijn plek. Eerst dacht ik ‘ach, het is maar zaad’. Maar het is veel meer dan dat. Het is ontzettend belangrijk om te weten waar je vandaan komt.” Ilse omschrijft het als een gevoel van incompleet zijn. “Het vormt de helft van wie ik ben. Niet alleen mijn donor kende ik niet, ook de helft van mijn biologische familie was voor mij onbekend.”

Wie ben ik?

Het gevoel blijft knagen. “Onrust over de vraag ‘wie ben ik?’. Om anderen uit te leggen hoe het voelt, gebruik ik altijd een metafoor. Stel dat je geboren bent met één arm. Dan vraag je je waarschijnlijk toch de hele tijd af hoe het is om twee armen te hebben.” Daarom besluit Ilse om op zoek te gaan. “Ik zocht geen vader. Mijn moeder heeft op mijn achttiende een hele leuke man ontmoet, ik draag inmiddels zijn achternaam en zie hem als mijn stiefvader. Ik wilde duidelijkheid over mijn roots.” Weten op wie ze lijkt, van wie ze haar gevoel voor humor heeft, of er nog meer broers of zussen zijn. Dat zijn de vragen in het hoofd van Ilse als ze zich inschrijft bij de KID-DNA Databank van Fiom. 

Geduld, geld en geluk

“Jammer genoeg leverde dat niks op omdat mijn donor niet ingeschreven bleek te staan. Dus schreef ik me in bij de internationale databank FTDNA. Ik heb me er echt in moeten verdiepen hoe DNA werkt. Het is ingewikkelde materie en niemand in mijn omgeving kon mij hierbij helpen. Ik heb veel gelezen over DNA en online om hulp gevraagd, zelfs tot in Canada. Iedereen was bereid om te helpen, dat is zo fijn. Het is een eenzame zoektocht en tegelijkertijd heb ik heel wat contacten gelegd. Je moet veel geduld, geld en een flinke portie geluk hebben.” Uiteindelijk vindt Ilse een halfzus en een halfbroer. Ze besluit daarna om zich ook bij MyHeritage in te schrijven. “Daar ben ik zeer tevreden over. Het is een vrij simpel systeem. Na twee maanden vond ik nog een halfzus.” En zo’n twee maanden geleden verscheen een hoge match in MyHeritage. “Het was de achterneef van mijn donor. Binnen vijf dagen had ik ook de donor gevonden. Ik dacht: ik heb ‘m! En nu?”

Een brief

Ilse zocht contact met Donor Detectives. “Zij adviseerden mij onder andere bij het CBG (Centrum voor familiegeschiedenis, red.) de persoonskaart van mijn donor op te zoeken. Online vond ik zijn overlijdensadvertentie. Natuurlijk vond ik het jammer dat hij was overleden, maar ik had wel rust. Het was een ontlading die diep vanuit mijn lijf kwam. Ik heb ontzettend gehuild en was opgelucht. Het is bijna niet te omschrijven, echt bizar.” Via de overlijdensadvertentie vindt Ilse het adres van haar donor en ze besluit een brief te sturen. “Op Facebook had ik al wat rondgevraagd en toevallig contact gemaakt met mijn halfzus, de dochter die bij mijn donor was opgegroeid. Ik schreef haar dat er een brief onderweg was. Toen ik twee dagen later een vriendschapsverzoek kreeg, wist ik dat het goed zat.”

Op bezoek

Ilse heeft nu geregeld contact met haar halfbroer en halfzussen. “Vroeger wilde ik altijd graag een zus en nu heb ik er zelfs drie!” Volgend weekend gaat ze voor het eerst op bezoek bij de weduwe van haar donor en hun gezamenlijke dochter. “Ik ben ontzettend dankbaar dat zij openstaan voor contact. We gaan met zijn allen. Dat is nogal wat voor de weduwe. Ineens staan vier kinderen van je man voor je deur.” Van de dochter van haar donor kreeg ze al een foto van hem te zien. “Hopelijk kan ik wat foto’s van hem zien van toen hij jonger was. En mag ik er een meenemen voor in een fotolijstje bij mij thuis. Kennelijk had hij veel humor, dus dat heb ik in ieder geval van hem!” lacht ze.

Anoniem doneren

Ilse’s donor is pas gaan doneren nadat hij zelf kinderen had. “Hij was een trotse vader en hij wilde dat iedereen dat geluk kon ervaren.” Het doneren deed hij anoniem. “In die tijd werd alleen naar het belang van de ouders gekeken. Het was een quick fix. Aan de kinderen werd niet gedacht. Kwesties zoals Karbaat zijn verschrikkelijk. Mijn donor ging naar een kleine kliniek waar veel mensen zijn geholpen. Ik snap niet dat de artsen destijds niet aan het risico op inteelt gedacht hebben. Wat ben ik blij dat anoniem doneren nu verboden is in Nederland.”

3000 uur zoeken

“Zoeken via internationale databanken kostte mij veel moeite, tijd en geld, maar dat vond ik het allemaal waard.” Inmiddels heeft Ilse een stamboom van 7000 mensen en zo’n 3000 uur besteed aan het zoeken. “Elk vrij uurtje is erin gaan zitten. Ik was gevangen in mijn zoektocht, want ik wilde echt weten wie hij was. Ik raad iedereen aan om je bij zoveel mogelijk databanken in te schrijven. Wees zorgvuldig, check altijd nog eens extra of een match klopt. Gebruik bijvoorbeeld hulpmiddelen zoals een DNA-tool painter en hou dit goed erbij. Vraag om advies en word lid van verschillende Facebook-groepen die informatie kunnen verschaffen. En nogmaals: heb geduld.”