Praten met je kind

Waar vroeger geroepen werd ‘Wat niet weet, wat niet deert’, wordt nu geadviseerd om open te zijn over de donorconceptie. Fertiliteitsklinieken, counselors, psychologen en andere mensen met expertise in het welzijn van gezinnen onderschrijven het advies om vooral open te zijn over de donorconceptie.

Waarom zou je het vertellen? 

Ouders die ervoor kiezen om hun kind in te lichten over de donorconceptie waaruit hij of zij is ontstaan doen dat met verschillende motieven:

  • Openheid en eerlijkheid zijn een essentieel onderdeel van de ouder-kindrelatie. Bovendien is dit een noodzakelijke voorwaarde voor de uitbouw van vertrouwensrelatie.
  • Het kind heeft het recht om te weten dat hij of zij is geboren na donorconceptie. Dit feit is een onderdeel van zijn of haar geschiedenis.
  • Openheid is in het belang van het kind. Ontdekt het kind later zijn ontstaansgeschiedenis, dan kan dat het gevoel van eigenwaarde van het kind ondermijnen. Daarnaast geeft een gesloten houding tegenover het onderwerp een gevoel van schaamte, misschien zelfs schande. 
  • Geheimhouding is stressvol en ook gewoon moeilijk te handhaven. Er is altijd het risico dat het kind er toch achter komt. Door buitenstaanders die het wel weten of door de medische en technische vooruitgang. En dan is het gevoel van misleiding groot.
  • Bij donorconceptie om de overerving van een erfelijke aandoening te vermijden, kan openheid eventuele angst weg te nemen. Het kind weet dat het zich geen zorgen hoeft te maken, erfelijk belast te zijn. 
  • Op latere leeftijd kan de medische geschiedenis meegenomen worden naar artsen. Dat helpt bij een diagnose en behandeling van eventuele medische aandoeningen. 
  • Duidelijke verschillen tussen ouder en kind in uiterlijk, talenten of wat dan ook, hebben een logische verklaring.

Hoe vertel je zoiets? 

Er is niet één juiste manier om met je kind te praten over donorconceptie. Er zijn wel algemene richtlijnen, maar het is vooral zoeken naar een wijze die past bij jullie situatie. Of je het kind alleen opvoed, welke communicatiestijl je hanteert, het karakter van je kind en eigen ervaringen spelen allemaal mee. Over het algemeen kiezen ouders uit 2 strategieën bij het vertellen, namelijk de kiem-leggen-strategie of de het-juiste-moment-strategie.   

Kiem leggen 

Bij deze strategie beginnen ouders al met praten over de donorconceptie voordat het kind de leeftijd van 5 jaar heeft bereikt. Eerst heel simpel en basaal, om vervolgens het verhaal beetje bij beetje uit te bouwen, afgestemd op de leeftijd van het kind en de vragen en reacties die het kind heeft. Te lang wachten kan een vertrouwensbreuk veroorzaken. Bovendien wekt dat de indruk dat donorconceptie iets beschamends of raars is. Door open en spontaan te praten over de donorconceptie, maak je het een gewoon gespreksonderwerp en een onderdeel van het gezinsleven. 

Juist wanneer het kind nog niet helemaal begrijpt wat donorconceptie is, kun je hier je voordeel uithalen. Nu heb je de tijd om te zoeken naar de juiste woorden en om het ook voor jezelf tot een normaal gespreksonderwerp te ontwikkelen. Het is een ‘oefentijd’ om een manier te vinden over donorconceptie te praten die bij het gezin past. 

Juiste moment 

Een andere aanpak is de het-juiste-moment-strategie. Je wacht tot het optimale moment daar is. Het moment waarop het kind over de juiste informatie kan beschikken en ook al de technische en medische aspecten daadwerkelijk kan begrijpen. Dan ga je het gesprek aan met het kind. Dat ideale moment is toch een kwestie van aanvoelen. Welke vragen stelt het kind? Wat is haar of zijn begripsvermogen? En hoe volwassen is het kind? Bovendien speelt mee of dat het kind snapt wat het begrip privé inhoudt en daar dus ook op die manier mee om kan gaan. Dit ideale moment passeert doorgaans in de leeftijdscategorie van 7 tot 12 jaar, maar zeker voor de adolescentie zijn intrede doet.  

Deze aanpak gaat wel gepaard met een aantal moeilijkheden. Want zevenjarigen die ingelicht zijn, begrijpen de informatie nog maar beperkt. En hoe zet je deze strategie in als je kinderen in verschillende leeftijden hebt binnen het gezin? Bij deze methode is niet alleen het juiste moment, maar ook de juiste manier belangrijk voor ouders. Het vertellen is een speciale gebeurtenis, een keerpunt. Hierdoor ervaren deze ouders meer onzekerheid dan ouders die stapsgewijs het verhaal brengen aan hun kinderen.  

Hoe reageert je kind? 

Wat de reactie van je kind zal zijn, is natuurlijk niet te voorspellen. Wel kun je een inschatting maken. De wijze waarop je het vertelt en in welke levensfase het kind zich bevindt, hoe je kind in het leven staat, allemaal factoren die meespelen. 

Kleuters zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Ze genieten van verhaaltjes en het gezellige samenzijn tijdens het verhaaltjes vertellen. Het maakt het nog mooier wanneer de verhalen betrekking hebben op hun eigen leventjes. 

Basisschoolkinderen nemen nieuwe informatie juist op een niet-emotionele, feitelijke manier op. Deze reactie wil nog wel eens botsen met de toestand waarin de ouder zich bevindt, het is voor hen juist een emotioneel en spannend moment.

Jongeren die op vroege leeftijd zijn ingelicht, hebben doorgaans een positiever beeld van de donorconceptie. Op latere leeftijd je kind inlichten kan wel, maar dit vraagt wel een grondige voorbereiding en een goed begeleiding. 

Praten over donorconceptie is dus altijd een proces, nooit een eenmalige mededeling. Het thema duikt af en toe op, om vervolgens weer naar de achtergrond te verdwijnen. Dit is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de gebeurtenissen en/of mijlpalen rondom het kind. Bovendien is het een interactief proces. Niet alleen ouders vertellen over de donorconceptie, er komen ook vragen en reacties van de kinderen. En ook dat is bepalend voor het proces. 

Verdere hulp of informatie nodig? 

Heb je behoefte aan verdere hulp? Fiom organiseert workshops ‘Praten met je kind over donorconceptie'. Hier krijg je meer informatie en kun je ervaringen uitwisselen met andere ouders. Daarnaast zijn ouders actief bezig met handvatten en tips over het vertellen van de afkomst van je kind.  

Fiom heeft ook het boek ‘Beginnen bij het begin’ uitgegeven. Ervaringen van ouders, kinderen en donoren zijn hierin opgetekend. Het is een naslagwerk dat je verder kan helpen met aparte hoofdstukken voor de verschillende leeftijdsgroepen.  

Overweeg je je volwassen kind te vertellen over de donorconceptie, dan vraagt dit een goede voorbereiding. Hoe ga je om met eventuele eigen gemengde gevoelens rond het vertellen? Hoe kan je je het beste voorbereiden? Hoe kun je het vertellen concreet aanpakken? Welke mogelijke gevoelens en reacties kunnen volwassenen donorkinderen hebben? Wat kan na het vertellen nog steunend zijn? Fiom kan je hierbij verder helpen met informatie en handvatten. Heb je hier behoefte aan? Neem dan contact met ons op.