Ik ben een donorkind, en nu?

Sommige mensen weten van jongs af aan dat zij met behulp van een eicel-/ spermadonor zijn verwekt. Anderen horen dit pas als tiener of volwassene. Hoe je dit als donorkind te weten komt, kan erg verschillen. Zo zijn er ouders die het hun kind goed voorbereid vertellen met veel aandacht en steun. Maar er zijn ook situaties waarin je plotseling geconfronteerd wordt met dat je een donorkind bent. Bijvoorbeeld tijdens een familieruzie, door een medische vraag of via iemand anders dan je ouders. 

Gevolgen 

Horen dat je een donorkind bent als je wat ouder bent, heeft vaak grote gevolgen. Je kunt je afvragen wie je nu eigenlijk precies bent en jezelf plots anders bekijken. Het kan tijd kosten en lastig zijn om te bepalen wat het nieuws precies voor jou betekent. Het kan ook zijn dat je al een vermoeden had en een bepaalde opluchting voelt, nu dit vermoeden is bevestigd. Je kunt je ook kwaad, verward of gekwetst voelen en allerlei vragen hebben zoals:  

  • Wat heb ik van mezelf en wat heb ik van de donor?
  • Wie zie ik nu allemaal als familie en waarom?
  • Wat klopt er in mijn leven en wat niet?

Waarom hebben mijn ouders het niet (eerder) verteld? 

“Pas toen ik 24 jaar was, hoorde ik dat ik was verwekt met behulp van een spermadonor. En het ergste? Het was helemaal niet de bedoeling dát ik het zou weten, maar mijn ouders verspraken zich. Dat was heel ingrijpend. Ik was in shock en wist niet wat ik moest zeggen. Ook al had ik altijd al een vermoeden dat er iets was. Dan ineens moet je je eigen verhaal gaan herschrijven. Mijn jongere zus hebben ze het wel gepland verteld.” – Annelies, 28 jaar 

Veel ouders vertellen hun kind niet over het gebruik van een donor om hun kinderwens te vervullen. Met name ouders die langer geleden deze keuze maakten, hebben dit geheim gehouden voor hun omgeving en vaak ook voor het kind zelf. Dit kan verschillende redenen hebben: 

  • Vroeger kreeg men van de dokter het advies om niets aan het kind te vertellen over de verwekking met behulp van een donor. In die tijd was het niet gebruikelijk om het advies van een arts in twijfel te trekken. 
  • Door een gevoel van schaamte omdat ze geen kinderen konden krijgen en/of schaamte over de behandeling. 
  • Ouders kunnen zich er zorgen om maken dat het ontbreken van een biologische band moeilijk zou zijn voor de relatie met je kind. 
  • Omdat ouders angst hebben om afgewezen te worden.  
  • In een poging het kind te beschermen tegen het gevoel anders te zijn. 
  • Om frustratie over het ontbreken van informatie over de donor te voorkomen. 
  • Omdat ouders niet weten hoe ze het aan kun kind kunnen vertellen en het lastig vinden om erover te praten. 
  • Omdat ouders het voor zich uitschuiven en nooit het juiste moment vinden. 

Tegenwoordig is er meer aandacht voor het belang van openheid over de ontstaansgeschiedenis van een gezin. Dit komt omdat er nu minder taboe heerst op onvruchtbaarheid en donorconceptie. En er is meer oog voor het belang van openheid voor de ontwikkeling van een eigen identiteit. Bovendien zijn er inmiddels volwassen donorkinderen die hun ervaringen delen. Ouders wordt nu aangeraden om van jongs af aan met kinderen over hun ontstaansgeschiedenis te praten.

Steun en advies 

Horen dat je een donorkind bent als je wat ouder bent, kan heel wat vragen oproepen. Deze vragen zijn heel normaal, maar kunnen erg verwarrend zijn en veel emoties oproepen. Vaak kost het tijd om alles een plekje te geven. Wil je graag over ervaringen van anderen donorkinderen lezen of wil je van gedachte wisselen met lotgenoten, kijk dan eens naar de informatie en ervaringsverhalen op deze website. Of ga naar Stichting Donorkind

Het kan fijn zijn om met iemand te praten om je gedachten op een rijtje te zetten. Je kunt contact opnemen met Fiom voor advies en ondersteuning.