In contact met halfbroers en -zussen van dezelfde donor

Meestal doneert een donor meerdere keren en worden er met zijn donaties verschillende vrouwen behandeld. Hierdoor is het mogelijk dat je genetische halfbroers en -zussen hebt die in een ander gezin opgroeien. Sommige donorkinderen zijn heel bewust op zoek naar halfbroers en -zussen, terwijl anderen hen geheel onverwacht tegenkomen. Wat kun je verwachten als je op zoek gaat naar halfbroers en -zussen? Hoe ga je om met halfbroers en -zussen als je eerder niet van hun bestaan af wist? 

Het is nieuw, het is geweldig maar tegelijkertijd ook wel ingewikkeld. Zijn we nu familie of niet? Ik wil iedereen ontmoeten, maar hoe doe ik dat praktisch? En eerlijk gezegd merk ik dat ik niet met iedereen even dik bevriend ben… dat is normaal, toch?  Loes, 20 jaar

Toevallig vinden of zoeken naar halfbroers en -zussen? 

In je zoektocht naar informatie over de donor kun je ook anderen ontmoeten aan wie je genetisch verwant bent. Als je op zoek bent naar halfbroers en -zussen terwijl je donor (nog) niet gevonden is, dan ben je op dit moment aangewezen op DNA-tests. Zo kun je na inschrijving in de Fiom KID-DNA Databank (primair gericht op verwantschap tussen donor en kind) of in een internationale DNA-databank in contact komen met donorhalfbroers en -zussen. Ook kan het zijn dat de donor al eerder ontmoetingen heeft gehad en dat je via hem in contact komt met donorhalfbroers en -zussen. 

Donorkinderen gaan op zoek naar halfbroers en -zussen om verschillende redenen:

  • herkenning vinden van kenmerken die ze niet zien binnen de familie waarin ze opgroeien;
  • voor medische informatie;
  • voor informatie over de donor;
  • nieuwsgierigheid naar andere donorkinderen van dezelfde donor;
  • in sommige gevallen zijn donorkinderen op zoek naar genetische verwanten ter uitbreiding van de familie. 

Hoeveel halfbroers en -zussen kan ik verwachten?  

Sinds 2018 mag een donor in een kliniek aan maximaal 12 gezinnen doneren. Gelet op het gemiddeld aantal kinderen per Nederlands gezin, zal een maximum van 12 behandelde gezinnen in de praktijk ongeveer neerkomen op de richtlijn van maximaal 25 kinderen per donor. In het verleden werden er soms meer dan 25 kinderen per donor verwekt, omdat er geen richtlijn en onvoldoende toezicht was. Ook was er geen centraal register die het aantal donorkinderen per donor bijhield. In de huidige wet wordt een centraal register opgezet waardoor toezicht kan worden gehouden op het maximaal aantal kinderen per donor. 

Internationale spermabanken en thuisinseminaties
Ook met de huidige richtlijn kan je als donorkind meer halfbroers en -zussen hebben dan de vastgelegde limiet. Dit komt omdat deze limiet alleen voor Nederland geldt. Sommige Nederlandse klinieken maken gebruik van donoren die bij een internationale spermabank gedoneerd hebben (zoals bijvoorbeeld Cryos of European Sperm Bank). Het zaad van deze donoren wordt in verschillende landen gebruikt. Hierdoor is het mogelijk dat er ook in andere landen kinderen verwekt zijn van dezelfde donor. Ook wanneer ouders via thuisinseminatie hun kinderwens vervullen en zelf een donor zoeken (bijvoorbeeld online) wordt deze donatie niet vastgelegd in een register. Hierdoor is volledig toezicht op het aantal kinderen per donor niet mogelijk. Via internationale DNA-databanken en het internet is er een kans dat je elkaar in de toekomst alsnog vindt en met elkaar in contact kunt komen.  

Wat is het verschil tussen een ontmoeting met je halfbroers en -zussen en een ontmoeting met de donor? 

In het algemeen vinden donorkinderen ontmoetingen met anderen donorkinderen van dezelfde donor minder spannend dan een ontmoeting met de donor. Dit komt onder andere omdat jouw leeftijd dichter bij de leeftijd van de andere donorkinderen ligt en je onderling meer overeenkomsten deelt dan met de donor met wie een generatieverschil is. Daarnaast zijn ouders van donorkinderen soms terughoudend ten aanzien van de wens om de donor te ontmoeten, terwijl ontmoetingen met halfbroers en -zussen vaker ondersteund worden.

Hoe ga je om met (een groep) halfbroers en -zussen? 

Donorkinderen kunnen dus met meerdere donorhalfbroers en -zussen in contact komen. Dat kan heel positief en boeiend zijn, maar brengt ook andere uitdagingen met zich mee dan een ontmoeting met één persoon, de donor. Vragen die donorkinderen kunnen hebben zijn:

  • Hoe ga ik om met al deze nieuwe contacten?
  • Wat verbindt ons?
  • Hoe betrokken wil ik zijn met de anderen?
  • Wil en kan ik met iedereen contact hebben?
  • Wat als ik met sommige contact wil hebben en anderen niet?
  • Wat als ik nog niet toe ben aan stappen die de groep neemt?
  • Wat als de groep steeds groter wordt?

Fiom flyer donorkinderen groepsontmoetingen

Hoe noem je elkaar? Het ene donorkind spreekt over ‘broer of zus’, ‘halfbroer of halfzus’, ‘mijn halfjes', de ander over ‘een kind van dezelfde donor’ of houdt het bij de voornaam. Welke naam je elkaar geeft kan verschillen van persoon tot persoon. Dit hangt deels af hoe je ‘broer en zus’ definieert (bijvoorbeeld op basis van genetisch verwantschap, of op basis van samen opgroeien) maar ook in welke mate je een band voelt met anderen, of je herkenning ervaart. 

Steun en advies bij een groepsmatch

Sommige donorkinderen binnen een groep zijn al eerder aan elkaar gematcht of kennen elkaar al via social media. Voor anderen is het de eerste match. De ene ontmoet één of twee halfbroers of -zussen, de ander direct een hele groep. De fase die jij doorloopt en de beleving van de match kan daardoor heel verschillend zijn. Ook kunnen je wensen erg verschillen met die van je halfbroers en -zussen: soms zijn donorkinderen vooral op zoek naar de donor, terwijl anderen juist erg nieuwsgierig zijn naar halfbroers en -zussen. De één is alleen op zoek naar uiterlijke en karakterovereenkomsten en de ander wenst intensief contact. Een medewerker van Fiom kan je helpen bij het helder krijgen van je wensen en verwachtingen naar je halfbroers en -zussen toe. 

Meer informatie over een groepsmatch

Meer lezen

Wil je graag over ervaringen van andere donorkinderen lezen of wil je van gedachten wisselen met lotgenoten, lees dan de ervaringsverhalen of neem contact op met Stichting Donorkind. Op deze boekenlijst vind je boeken over donorkinderen, of beluister de podcast The Immaculate Deception of de podcast De Kwak Kwaakt.

Meer informatie over zoeken naar verwanten via DNA-databanken