Interview met Linda Sprado en Vera de Lange, auteurs van het boek ‘Schaduwfamilie’

16 april 2022 is het boek ‘Schaduwfamilie’ uitgekomen. Een boek over donorkinderen en hun zoektocht naar donorverwanten. Fiom heeft de auteurs van dit boek: Linda Sprado en Vera de Lange, geïnterviewd over waarom ze het boek hebben gemaakt en waar het boek precies over gaat.

“Dan wil ik graag nog vertellen over wat ik heel bijzonder vind. Namelijk de impact die het boek nu al heeft gehad, ook op de geïnterviewden .”

Wat is je connectie met donorconceptie?

Vera: “Ik ben zelf donorkind, dit weet ik sinds mijn 13de. Ik ben opgegroeid met een alleenstaande moeder en mijn broer. Mijn moeder heeft eigenlijk tot mijn 13de altijd tegen ons gezegd dat onze vader haar ex-vriend was. Maar ik begon steeds meer te twijfelen: “Hé, ik weet wel een naam, ik weet wie hij is, maar hij is nog nooit langs geweest en hij heeft nooit interesse getoond, dus hoe zit dat nou?” Mijn moeder deed er altijd raar over, ze leek zich ergens voor te schamen. Hierdoor wist ik dat het niet klopte. Ik begon te puberen en toen ik doorvroeg over hoe het nou zat, kwam het hoge woord er uit dat ik verwekt was met donorzaad. Hierdoor had ik opeens een heel ander beeld, ik voelde mij altijd afgewezen door mijn vader. Dat ik dacht van “Waarom komt hij nou nooit op bezoek?” Toen ineens viel het op zijn plek.” auteurs-linda-vera

Linda: “Ik hoorde op mijn 27ste dat ik een donorkind ben en ik ben opgegroeid in een gezin met vader, moeder en broer. Ik had wel altijd een onbestemd gevoel dat er iets niet helemaal klopte. Wat precies wist ik natuurlijk niet, maar ik heb wel heel vaak gevraagd van: “Goh, ik lijk helemaal op niemand in de familie, hoe komt dat? Wat gek dat ik op niemand lijk!?” Iedereen had donker haar met donkere ogen en ik was blond met blauwe ogen. Er was één nicht waar ik een beetje op leek, die had ook blond haar, dus ik dacht: dan klopt het toch, dan ben ik toch wel familie. Op een gegeven moment, op mijn 27ste, was mijn vader heel erg ziek. Hij lag in het ziekenhuis en mijn moeder kon het toen eigenlijk niet meer voor zich houden, die wilde het eigenlijk al heel lang vertellen, maar mijn vader hield dat altijd tegen. Hij wilde dat niet. Toen hij in het ziekenhuis lag, heeft ze het toch verteld. Dat was wel een schok. Hij is de dag erna overleden. Mijn broer is mijn halfbroer, hij bleek van een andere donor te zijn, dat verklaart wel een hoop. Want wij leken ook helemaal niet op elkaar.
Het donorkind-zijn ging eigenlijk pas echt spelen toen ik één jaar later mijn zoon kreeg. Het was eerst een soort roes, al viel wel alles op zijn plek. Daarna heb ik het laten rusten, totdat ik mijn zoontje zag opgroeien. Hij had ook blauwe ogen en blond haar, dus hij leek wel op mij, maar op wie leek hij dan nog meer van mijn kant van de familie? Maar pas toen ik mijn tweede kind kreeg, ben ik mij er echt meer in gaan verdiepen. Pas 10 jaar later ben ik er echt mee aan de slag gegaan. Toen ontstond de Fiom KID DNA-Databank en heb ik mijn DNA afgegeven en ben ik met het boek begonnen. 10 jaar later kwam voor mij eigenlijk ook pas een soort van klap. Het heeft best lang geduurd voor ik het allemaal een plek kon geven.” 

Je hebt het over een boek, dat je hebt geschreven, want dit is niet je eerste boek? 

“12 jaar geleden, in 2010, ben ik daar mee begonnen. Ik had mijn DNA opgestuurd en het programma ‘Wie is mijn vader?’ werd toen opgenomen. Ik wilde informatie hebben over het donorkind-zijn. “Ik zal toch niet de enige zijn, en er zal toch wel wat over te lezen zijn?” Maar dat was er niet. Niet in de bibliotheek, niet online. Ik zat door het ‘Wie is mijn vader?’ programma in een Hyvesgroep met andere donorkinderen en daar heb ik een oproep in geplaatst of er mensen waren die hun verhaal met mij wilden delen. Hier kwamen toen best wel wat reacties op. Hierna ben ik met deze mensen af gaan spreken en heb ik ze geïnterviewd. Alle verhalen heb ik gebundeld. Het gaf erkenning, dat er meer mensen zijn die met hetzelfde worstelen. Ik had 16 verhalen, van verschillende donorkinderen die op het startpunt stonden van hun zoektocht. Het schrijven van het boek was een soort verwerkingsmethode voor mij. Ook Fiom heeft destijds geholpen. Ik heb alles zelf gefinancierd en geregeld, want uitgevers hadden toen geen interesse in dit onderwerp. Veel mensen hebben mij toen aangesproken: “Fijn dat dit er nu is.” Ook donoren en wensouders, dus het leefde wel, in een beperkte groep, maar er werd wel aan een behoefte voldaan.”

Waarom zijn jullie dit tweede boek gaan schrijven?

“Ik was zo onder de indruk van het eerste boek. Ik wist meteen dat hier een vervolg op moest komen, over hoe het nu gaat.”

Linda: "In 2019 hadden Vera en ik een match. Nadat we ons bij een internationale DNA-Databank hadden ingeschreven; Family Tree DNA. We hebben elkaar gesproken en ontmoet. Vera had gezien dat ik een boek had geschreven over donorkinderen. De vraag of er een vervolg kwam, want het was 10 jaar geleden, had ik al vaker gehad, ik had er wel over nagedacht, maar zag er toen geen ruimte voor. Toen we het over het boek hadden, zei ik tegen Vera “Jij houdt toch ook van schrijven? We kunnen het samen doen?” Dat vonden we een mooi project en we hadden elkaar toen pas voor de tweede keer ontmoet."   

Vera: “Ik was zo onder de indruk van het eerste boek. Ik wist meteen dat hier een vervolg op moest komen, over hoe het nu gaat, ook omdat ik het zo fascinerend vind dat mensen zo lang op zoek gaan. Zelf heb ik nooit op zoek hoeven gaan, omdat mijn donorvader niet anoniem was – mijn moeder vond hem via een advertentie – en ik had ook heel lang geen interesse in mijn donorvader. Omdat ik altijd dacht “Ik ken die man helemaal niet en hij heeft nooit interesse in mij getoond, dus waarom zou ik in hem geïnteresseerd zijn? Dus zo’n zoektocht vond ik zo’n een ver-van-mijn-bed-show, dat het voor mij interessant was om mij hierin te verdiepen. Ik heb mij ingeschreven bij een DNA-Databank nadat er berichten over Karbaat in de media kwamen. Opeens besefte ik dat ik ook halfbroers/zussen kon hebben. Ik wilde hen helpen, omdat ik wist wie hun vader was.

Een jaar later, in 2020, hebben we het eerste interview gedaan met Marjanne, die nu zo mooi op de cover van ons boek staat. 
We hebben eerst naar alle geïnterviewden van het eerste boek gezocht. Omdat destijds bijna iedereen anoniem meedeed, was het niet makkelijk om ze terug te vinden. We hebben 10 van de 15 mensen terug gevonden.”  

Waar gaat het boek over en wat is het verschil met het eerste boek? 

Vera: “Het zijn dezelfde geïnterviewden als in het eerste boek, maar dan 10 jaar later. Het is ook heel bijzonder dat er in die 10 jaar heel veel is gebeurd. De opkomst van de DNA-databanken, wat heel belangrijk is geweest. Hierdoor hebben heel veel donorkinderen hun donorvader gevonden. Wij waren heel benieuwd naar het resultaat van de zoektocht en hoe het contact verloopt met de nieuw gevonden familie. Zes van de tien donorkinderen hadden hun donorvader gevonden. Drie zijn nog aan het zoeken. Eén persoon is gestopt met zoeken.”

Linda: “Het boek is zo geschreven dat je niet het eerste boek hoeft te lezen om de verhalen te snappen, maar het kan wel. Mensen zijn in dit boek openhartiger dan toen. In veel families is donorconceptie een taboe, nog steeds een ongemakkelijk onderwerp. Naast vier gastauteurs komen alleen donorkinderen aan het woord. We willen over donorconceptie niet alleen de verhalen van donorkinderen vertellen, maar ook het kader eromheen. Ontwikkelingen, zowel qua geschiedenis, maar ook maar ook ethisch, medisch en in de media, om er echt een compleet beeld van te maken. Dus we hebben gastauteur Rob van Drie van het CBG gevraagd een compleet stappenplan te ontwikkelen ‘Hoe vind je in 8 stappen je donorvader’. Hierin legt hij uit wat je moet doen wanneer je als donorkind op zoek wilt gaan. Dit is een hele praktische aanvulling. Sandra van Loon van Fiom is ook een gastauteur, zij heeft een overzicht gemaakt van wat er allemaal is gebeurd rondom donorconceptie van 1948 tot nu. Hierdoor zie je heel de ontwikkeling op donorconceptie gebied. Maureen Davis (psychosociale begeleiding & coachingstrajecten) vertelt als gastauteur over de problematiek die ze tegenkomt in de praktijk, waar donorkinderen tegen aanlopen. En een familiefilosoof Tanny Dobbelaar, over nature en nurture.”

Wat hoop je dat mensen leren van het boek?  

"Van te voren denken wensouders: “Dit is fijn, we kunnen nu toch onze kinderwens vervullen. ” Maar er ontstaat een hele grote ongelijkheid tussen de moeder en de vader en dat komt dan toch nog uit."

Linda: “Het is een boek voor alle doelgroepen. Je krijgt een inkijkje in het hoofd van donorkinderen. Dit is interessant voor donorkinderen. Maar ook voor (wens)ouders, voor donoren, maatschappelijk werkers en hulpverleners. Donorkinderen vinden moeilijk hulp en de hulpverleners die er zijn, begrijpen vaak niet de complexiteit en waar donorkinderen tegen aan lopen.” 

Vera: “Het voornaamste doel is openheid creëren en ervoor zorgen dat donorkind zijn geen taboe meer is. Dat mensen gaan nadenken. We hebben geen oordeel. Het is ons doel om weg te blijven van de sensatie en juist meer de “gewonere” verhalen te vertellen.”

Linda: “Mensen moeten er over gaan praten. Het is minder een taboe dan 10 jaar geleden, maar het is er nog wel. Veel mensen denken dat ik het over orgaandonatie heb, als ik vertel over het thema van het boek dat we schreven. Mensen schrikken er van als ik de donorconceptiecijfers noem. We willen meer bekendheid en dat er voor donorkinderen meer hulp komt. Wij ondersteunen ook de oproep van Stichting Donorkind: We pleiten voor subsidie van de overheid voor het inzetten, vanuit Stichting Donorkind, van professionele hulp door ervaringsdeskundigen. Omdat blijkt dat de hulpverleners niet altijd even goed begrijpen wat de problematiek rondom donorconceptie is. We hebben veel mensen gesproken en in bijna alle verhalen zie je heel duidelijk terug dat een geheim in een familie altijd problematiek met zich mee brengt. Scheidingen komen heel veel voor, vind ik, alcoholmisbruik, ruzies. Zo’n geheim is niet gezond.

Er zijn opvoedvaders die een afstand voelen tot hun kind. Dat was bijvoorbeeld zo bij Iris, die zich altijd afvroeg waarom haar vader niet van haar hield. Pas op haar 14de hoorde ze dat ze een donorkind is. Zulke schrijnende situaties. Dat lijkt nu bovenmatig veel en is eigenlijk een extra onderzoek waard. Van te voren denken wensouders: “Dit is fijn, we kunnen nu toch onze kinderwens vervullen.” Maar er ontstaat een hele grote ongelijkheid tussen de moeder en de vader en dat komt dan toch nog uit. René Hoksbergen heeft het voorwoord van ons boek geschreven en hij weet heel veel over de gevolgen van adoptie. Hier is veel onderzoek naar gedaan. Het zou mooi zijn als dit soort onderzoeken ook rondom donorconceptie worden gedaan. Hoe kijken gezinsleden bijvoorbeeld naar elkaar en ook vele jaren later? Hoe zit het met loyaliteitsgevoel van donorkinderen naar hun opvoedouders? Opvoedvaders zijn soms bang dat ze, als de donor gevonden is, niet meer mee tellen. Stel, je vindt je donorvader. Die heeft ook soms al familie en een vrouw en kinderen, en die zitten er ook niet altijd op te wachten. Dus daar zie je soms ook veel tegenwerking. Aan beide kanten kan er veel ellende ontstaan. Maar soms valt het ook helemaal op zijn plek, zoals bij Rosa, die bij haar donorvader aanbelt en ze krijgt gelijk een knuffel van hem en hij zegt: “Je bent gewoon mijn dochter en ik ben je vader en je hoort erbij.” 

Er is ook een tentoonstelling die gelinkt is aan het boek Schaduwfamilie. Kun je hier meer over vertellen? 

Donorkinderen uit de schaduw van het taboe halen. In de spotlights. Om te laten zien van: “Kijk! Je mag er zijn, je hoeft je niet te schamen voor je afkomst, je mag laten zien wie je bent!”

Linda: "De tentoonstelling bestaat uit portretfoto’s uit het boek. Vanaf het begin wilden we een tentoonstelling maken. Omdat donorconceptie een taboe is, wilden we donorkinderen uit de schaduw halen. In de spotlights. Om te laten zien van: “Kijk! Je mag er zijn, je hoeft je niet te schamen voor je afkomst, je mag laten zien wie je bent!” Dat is ook heel bijzonder omdat 10 jaar geleden eigenlijk iedereen anoniem meewerkte aan het boek en alleen met voornaam. Ook omdat ze onder andere bang waren om familieleden te kwetsen. En nu wilden ze gelijk met hun volledige naam in het boek en vonden ze het ook leuk om op de foto te gaan. We hadden een hele leuke fotograaf: Kate Ford. Zij komt uit Amerika, is familiefotograaf en verwekt via donorconceptie. Zij had op Facebook een oproep geplaatst dat ze net ontdekt had dat ze een donorkind was. Ze was helemaal in shock, omdat haar ouders dit altijd voor haar geheim hadden gehouden. Ze besloot toen om alle donorkinderen ter wereld te fotograferen, om het meer out in the open te brengen. Zij was toen zelf heel creatief met het project bezig met het fotograferen van donorkinderen. Het project heet ‘Halves’, als in helften. We hebben haar benaderd en zij heeft foto’s gemaakt van de donorkinderen die meededen aan het boek. De tentoonstelling die bij Museum IJsselstein te zien is, is hieruit voortgekomen.” 

Stel er komt nog een boek, wat hoop je dat je dan kunt schrijven?

Linda: “We krijgen nu al wel eens de vraag “Over 10 jaar weer?” Maar daar moet ik nog niet aan denken. Ik zou het ook nu nog niet zo goed weten. Wat ik wel interessant vind, en dat is niet iets wat wij perse willen schrijven, is een boek met onderzoekresultaten rondom donorconceptie. Wat komt er uit? Wat zijn de rode draden? Wij hebben hier wel een idee van op kleine schaal. In de verhalen die we horen, zit ook vaak een rode draad. Ik zou nieuwsgierig zijn naar onderzoek naar donorkinderen en gezinnen van donorkinderen. 

Vera: “Dat je meer op grotere schaal kan zien wat de impact is, van op deze manier een gezin vormen. Donorconceptie bestaat nu bijna 75 jaar,, dus er is een redelijk grote groep mensen die je kan onderzoeken. En dan denken we aan cijfers: hoeveel donorkinderen vinden nu echt hun donorvader en in hoeveel gevallen is dit succesvol? Maar ook: wat voor problematiek zie je bij donorkinderen, hun gezin en bij donoren? En wat kunnen we dan met z’n allen hieruit concluderen?
Er is weinig controle geweest door de overheid op de donorpraktijk, zoveel gesjoemel. Hopelijk is er over 10 jaar voldoende wetgeving, zodat dat soort praktijken niet meer voorkomen. De situatie van vroeger en nu beangstigt mij. Al die wildgroei van manieren om een gezin te stichten. Als we hier bewuster mee om zouden gaan. In plaats van “jij een zaadje, jij een celletje” zonder dat het bekend is van wie dit dan afkomt en zonder de mogelijkheid voor de donorkinderen die hieruit voort komen om contact te hebben met hun biologische ouders.” 

Toen we dit hoorden was voor ons het boek eigenlijk al geslaagd. Nog niemand had het boek gekocht, maar dit vonden wij al zo waardevol.

Welke vraag heb ik nog niet gesteld maar wil je wel nog beantwoorden?

Vera: “Dan wil ik graag nog vertellen over wat ik heel bijzonder vind. Namelijk de impact die het boek nu al heeft gehad, ook op de deelnemers. Bijvoorbeeld wat we na het interview terug hoorden van Bram. Hij komt  uit een heel leuk gezin, maar het was toch heel moeilijk voor hem om met zijn opvoedvader het gesprek aan te gaan. En aan hem te vragen hoe het voor hem was geweest; voelden Bram en zijn zus wel als zijn kinderen? Naar aanleiding van ons interview met hem is hij het gesprek toch aangegaan. Toen we dit hoorden was voor ons het boek eigenlijk al geslaagd. Nog niemand had het boek gekocht, maar dit vonden wij al zo waardevol.

Linda: “Ja, en bijvoorbeeld Marjanne. Ze zag dat ze op de cover stond van het boek en dit maakte haar heel emotioneel. Dat ze gezien mag worden. Daar draait het boek ook om: Donorkind- zijn en het belang van donorkinderen in de spotlights zetten.”

Bestel het boek

  

Tentoonstelling: Schaduwfamilie. De zoektocht van donorkinderen

In het Vestingplantsoen te IJsselstein is van 16 april t/m 3 juli 2022 de buitententoonstelling Schaduwfamilie. De zoektocht van donorkinderen te zien. De expositie maakt deel uit van het MIJ project over Verwantschap. De tentoonstelling bestaat uit portretfoto’s uit het boek.

Meer lezen

schaduwfamilie-cove

Boek: Schaduwfamilie

Wat gebeurt er met je als je opeens krijgt te horen dat je vader een anonieme donor is, en de helft van je DNA dus als het ware onzichtbaar is? Dat je altijd al iets vermoedde, maar wat?  Of dat je na een jarenlange vergeefse zoektocht naar je donorvader er opeens ongevraagd een handvol zussen en broers bij krijgt? In Schaduwfamilie vertellen donorkinderen over hun jeugd, hun verlangens, hun zoektocht naar en het contact met hun nieuwe familie.
Op donorconceptie rust een taboe. Daardoor komen donorkinderen er vaak pas laat achter hoe ze zijn verwekt. Na deze onthutsende ontdekking gaan veel van hen op zoek naar hun biologische vader. Zij missen hun schaduwfamilie, de verborgen helft van hun stamboom. Met de enorme groei van DNA-databanken komen steeds meer donorkinderen hun biologische vader en vaak tientallen halfzussen en -broers op het spoor. Maar wat gebeurt er daarna? Twaalf donorkinderen vertellen in Schaduwfamilie over hun leven en vier gastauteurs pakken een wetenschappelijke draad op. 
 
De auteurs van dit boek, Linda Sprado en Vera de Lange, zijn halfzussen van elkaar. Daar kwamen ze achter in 2019 via een Amerikaanse dna-databank. Het klikte meteen en samen maakten ze al snel plannen hun ervaringen en die van anderen te delen. Hun belangrijkste doel is meer openheid creëren over dit onderwerp, dat nog steeds in veel families een ongepast onderwerp is. De meeste donorkinderen zijn hierdoor niet van hun afkomst op de hoogte. 

€ 20,00 176 bladzijden • 170 × 230 mm • paperback

Bestellen