De Donor Detectives hebben er voor gezorgd dat wij elkaar kennen

Op 30 mei 2022 bestaan de Donor Detectives vijf jaar en is het ook het jubileum voor 'De dag van het donorkind'. Donor Detectives vinden donorvaders van donorkinderen via genetische genealogie: zoeken middels stambomen en dna-matches. Zo ook voor Rosa: door de Donor Detectives vond zij haar donorvader Bams. Rosa en Bams vertellen elk hun ervaring.

Rosa: De Donor Detectives waren echt een uitkomst

Twee moeders en geen vader

Ik had twee moeders en daar komen geen baby’s van. Daarom zijn ze uiteindelijk in 1982 bij een zaaddonorbank in Leiden uitgekomen. Met zaad van een anonieme donor is mijn biologische moeder zwanger geworden en in 1983 ben ik geboren. “We hebben zaadjes gekocht om jou te krijgen. Je vader is anoniem en daar is niets aan te doen.”

"Mijn moeders vertelden mij dus altijd dat ik er nooit achter zou komen wie mijn biologische vader was."

Vanuit mijn gezin heb ik één broer, hij is van een andere vader. Mijn moeders vertelden mij dus altijd dat ik er nooit achter zou komen wie mijn biologische vader was. Niet omdat ze het mij niet gunden, maar omdat het gewoon zo was. Dat vond ik als klein kind erg lastig, ik wist gewoon dat ik een vader miste. Dat zei ik ook tegen mijn moeders. “Ik mis een vader.” Toen ik een jaar of vier oud was en ik bij vriendinnetjes speelde, zag ik dat zij wel een vader hadden. En dat wilde ik ook, je kon met een vader lekker stoeien en andere wilde dingen doen en dat wilde ik ook.

Stichting Donorkind

Doordat mij verteld werd dat ik mijn vader nooit ging vinden, had ik niet het idee dat ik kon gaan zoeken. Mijn moeders gingen uit elkaar. Mijn biologische moeder kreeg een relatie met een man. Een paar jaar daarna is mijn niet-biologische moeder overleden.

“Oh, er bestaat dus wel iets voor iemand zoals ik.”

Mijn stiefvader trok zich mijn lot als donorkind erg aan. Hij vond het heel naar dat ik niet wist wie mijn biologische vader was. Hij had gehoord van Stichting Donorkind en vertelde mij hierover. Toen ik dat hoorde dacht ik: “Oh, er bestaat dus wel iets voor iemand zoals ik.” Want daarvoor had ik altijd het gevoel dat ik het enige donorkind was. Nadat ik mij bij die stichting had ingeschreven, heb ik heel lang niets gehoord. Op een gegeven moment stuurde bestuurslid Jelte Sondij mij een bericht. Ze waren aan het controleren of de gegevens van alle leden nog klopten. 
Ze bleken ook nieuwe vrijwilligers en nieuwe bestuursleden te zoeken. Ik heb toen een tijdje in het nieuwe bestuur gezeten van Stichting Donorkind.

Fiom KID-DNA Databank

Tegelijk met de wisseling van het bestuur werd de Fiom KID-DNA Databank opgericht. Daarvoor heb ik bloed afgestaan. Dit was in 2011, ik was toen 27 jaar oud. Helaas had ik geen matches.
Ook heb ik meegedaan met het programma ‘Wie is mijn vader’. Wat ze hebben opgenomen over mij, hebben ze helaas nooit uitgezonden. Daar baalde ik van. Ik  had hier echt heel veel hoop op gevestigd. Ik dacht vooral ‘Er gebeurt nu eindelijk iets! Er worden matches tussen donorkinderen en donorvaders gemaakt op tv. Het gaat nu wel echt leven. Ik ben niet alleen.'

“Met mijn hoofd in de tijdschriften hopend op herkenning.”

De internationale DNA-Databank 

In de tussentijd probeerde ik zoveel mogelijk met mijn hoofd in tijdschriften te komen. Met de hoop dat iemand iets zou herkennen. Maar dat gebeurde helaas niet, dus ik liep een beetje vast. Totdat eind 2018 opeens de internationale DNA-Databanken bekend werden in Nederland. Hier kwam ik achter doordat ik in de Facebookgroep zat van Stichting Donorkind en van de Donordetectives zat.

"1500 matches, tegenwoordig zijn dat het meer dan 10.000."

Ik heb mijn DNA opgestuurd naar zo'n internationale DNA-Databank; Family Tree DNA. Daar kwamen in eerste instantie niet hele interessante matches uit. Niet één hoge match met iemand die ik niet kende, maar wel onwijs veel matches van mijn moeders kant. 1500 matches, tegenwoordig zijn dat het meer dan 10.000. Mijn moeder is Joods en Joods zijn gaat via de bloedlijn. Mensen waarmee ik match. Er wonen heel veel mensen in Amerika, daar is het sowieso al langer gebruikelijk om je DNA op te laten nemen bij een DNA-Databank.

De Donor Detectives

Omdat ik zoveel matches had en door de bomen het bos niet meer zag, heeft mijn moeder ook haar DNA opgestuurd naar de DNA-Databank. Daarna kon ik zien welke matches van de kant van mijn biologische vader. Hierdoor zag ik opeens dat ik ook een hoge match had aan vaderskant. Een derdegraads neef.

"Een Donor Detective is iemand die (vaak vrijwillig) donorkinderen helpt met zoeken naar de biologische vader"

In de Donor Detectives Facebookgroep vroeg ik of iemand mij wilde helpen met zoeken via de stambomen en DNA-Matches. Een Donor Detective is iemand die (vaak vrijwillig) donorkinderen helpt met zoeken naar de biologische vader doormiddel van genetische genealogie. Zoeken doormiddel van stambomen en DNA-matches. 

Op mijn vraag reageerde Jorg Delfos; “Ik heb het nog niet eerder voor iemand anders gedaan, maar ik wil wel proberen om je te helpen.”  De derdegraads neef had een stamboom online staan, maar had deze afgeschermd. Jorg heeft hem toen overgehaald om de stamboom open te stellen.

“Mijn broers hebben nooit zaad gedoneerd, dat ik heb ik bij ze nagevraagd.”

Jorg begon met puzzelen en puzzelen en toen kwam hij bij een aantal families uit. De mensen uit die families heb ik berichten gestuurd via Facebook Messenger. Ik ben zelfs op bezoek geweest bij een vrouw uit een familietak ergens in Alphen aan de Rijn. Die vrouw stond open voor contact en het was mogelijk dat één van haar broers mijn donorvader was. Maar ze zei: “Mijn broers hebben nooit zaad gedoneerd, dat ik heb ik bij ze nagevraagd.” We bleken toch in de verkeerde tak te zoeken. We liepen helemaal vast en Jorg raakte ook gefrustreerd omdat het hem niet (snel genoeg) lukte. 

Overgrootouders gevonden

Uiteindelijk hebben we hulp gekregen van Donor Detective Wendy. Ze hebben toen samen de zoektocht naar mijn biologische vader verder opgepakt. Wendy had al snel de gemeenschappelijke voorouder gevonden van de achterneef en mijn donorvader. Daarna hadden ze binnen één week mijn grootouders (van vaderskant) gevonden en verder zoeken naar mijn donorvader was toen vrij makkelijk.  Mijn grootouders hadden twee zoons en één dochter. We hebben eerst gegoogled op de naam van de ouders van mijn donorvader, daardoor vonden we een rouwadvertentie waarop de twee zoons genoemd werden. Hierdoor hadden we de namen van de twee zoons. 

Geboortedatums die kloppen

Mijn moeders hadden eerder een donorpaspoort gekregen. Hieruit bleek dat ze destijds met de verwekpogingen zaad van drie verschillende zaaddonoren gebruikt hebben. De geboortedatum van één van deze donoren kwam overeen met het geboortejaar van één van de twee zoons. Op het donorpaspoort stond: donker haar, groene ogen. Ik heb groene ogen, één van de drie gebruikte donoren had dit ook, de andere twee donoren hadden bruine en blauwe ogen. Daardoor wist ik dat het de donor moest zijn met datzelfde jaartal als één van die zoons. Alleen het zwarte haar kon ik niet helemaal plaatsen. Want als mijn biologische vader zwart haar zou hebben, dan had mijn haar toch ook een stuk donkerder moeten zijn?

Gelukkig heeft mijn donorvader een weinig voorkomende voornaam. Na online zoeken op de naam van de zoon met het juiste geboortejaar, vonden we zijn trouwfoto. Op de foto zagen we inderdaad een man met donker haar en groene ogen. Dat gaf wel herkenning en klopte ook met hoe ik hem mij had voorgesteld. Waarop Wendy vertelde dat ze het adres van deze man had gevonden.

“Straks is hij het helemaal niet? Stuur ik hem een dringende brief en dan klopt het niet.”

Alle puzzelstukjes vielen op hun plaats. Zo had deze man op een blog geschreven dat hij aan het water woonde en het adres wat ze had gevonden lag inderdaad aan het water. Ze raadde mij aan om hem een brief te sturen. Dat vond ik heel erg spannend. Ik had geen idee wat ik in die brief moest zetten. Had allemaal doemscenario’s in mijn hoofd: “Straks is hij het helemaal niet? Stuur ik hem een dringende brief en dan klopt het niet.” Daarnaast zat ik op Curaçao hoe ging ik een brief naar Nederland sturen?” Waarop Wendy de Donor Detective zei “Schrijf een e-mail, dan print ik deze uit en doe ‘m op de post.” 

De alles bepalende brief

Dat vond ik wel heel gek, want wat ga je schrijven? Ik wilde hem vooral niet afschrikken. Daarom wilde ik zo afstandelijk mogelijk blijven in de brief, terwijl ik hem ook nieuwsgierig wilde maken. Die balans probeerde ik echt op te zoeken door wel wat over mezelf te vertellen en duidelijk aan te geven dat ik geen vader zoek, maar wel vragen beantwoord wilde hebben. 

“Dat hij mij kon helpen met het plaatsen van het laatste puzzelstukje.”

Ik had er ook een aantal foto's van mijzelf bij gedaan. Eén foto van toen ik jong was, een jaar of drie oud was en twee recente foto's: eentje met make-up en één zonder make-up. Het was mijn streven dat hij herkenning zou zien. Ik wilde hem triggeren om te reageren. Daarna is de brief op de post gegaan en toen begon het wachten. 

De dagen verstreken en ik ontving geen reactie. “Oh, hij is dood of hij wil niet.” Al dit soort gedachtes schoten door mijn hoofd. Ik had mijn mailadres in de brief vermeld, zodat hij kon reageren. Dagenlang was ik mijn mail aan het checken. Steeds verversen, ook al doet een inbox dat vanzelf, maar toch bleef ik dat doen. Mezelf mailen om te zien of het wel aankwam. De spambox controleren, ik werd helemaal gek. 

'You’ve got mail'

Opeens *ploenk*: een nieuw bericht in mijn inbox. Ik was alleen thuis, de kinderen waren op school en mijn toenmalige echtgenoot was op Sint Maarten. Mijn hart sloeg een slag over toen ik de e-mail opende. Er stond: “Hallo Rosa, hierbij het antwoord op de vragen in je brief.” Mijn hoofdvraag in de brief was: Heb jij in 1982 zaad gedoneerd in een kliniek in Leiden?” Zijn antwoord: “Ja, ik heb in 1982 zaad gedoneerd in een kliniek in Leiden.” Toen ik dat las, kon ik eigenlijk al niet meer verder lezen. Ik werd hysterisch, begon te trillen en te huilen. Ik wist niet wat ik met mezelf aan moest. Heb mezelf huilend op een fauteuil gestort. Normaal gesproken ben ik vrij nuchter, maar ik zat zo in mijn emoties. Daarna heb ik allemaal mensen gebeld. 

"Ik mocht niet te gretig zijn van mezelf."

De brief was heel positief. Hij schreef: “Ik sta open om je vragen te beantwoorden. Dus het is helemaal goed dat je contact zoekt. Maar ik vraag mij wel af hoe je bij mij bent terecht gekomen, want ik was toch anoniem?” 
Dat vond ik moeilijk om te lezen. Maar er stond ook in dat hij open stond voor contact. Ik heb wel heel even gewacht met reageren, omdat ik niet te opdringerig wilde overkomen naar hem toe. Ik mocht niet te gretig zijn van mezelf. Hier was ik heel bewust mee bezig, want ook toen wilde ik hem nog steeds niet afschrikken. Ik was echt heel erg bang dat mijn nieuw gevonden biologische donorvader opeens de deur dicht zou gooien. Dit overkwam andere donorkinderen en dat wilde ik echt niet. Ik wilde hem vasthouden. Ik dacht “rustig aan.” Daarna zijn we gaan mailen en was het al heel snel gewoon goed, interessant en vertrouwd. We waren veel aan het uitwisselen. Maar ik zat natuurlijk op Curaçao. Ik had wel besloten om terug naar Nederland te verhuizen. Door de scheiding. Maar dat zou nog vier maanden duren. Dat vond ik ook wel echt heel raar. Dan heb ik je elkaar gevonden, maar dan moet je toch nog vier maanden wachten voordat je elkaar kan zien. 

“Hoi Pap”

In die vier maanden hebben we een DNA-test gedaan. Een aantal jaren terug dacht ik namelijk ook al dat ik mijn biologische vader gevonden had. We bleken alleen niet te matchen met ons DNA. Dus nu wilde ik zeker weten dat het klopte. Dat ik mijn biologische vader echt gevonden had. 

“In de zelfde week dat ik mijn man kwijtraakte, vond ik mijn vader.”

De DNA-test deden we via MyHeritage. Het resultaat kwam al snel binnen. En het klopte: Bams was echt mijn biologische vader. In dezelfde week dat ik mijn man kwijtraakte, vond ik mijn vader.

Bams heeft op mijn verzoek ook zijn DNA laten opnemen in de Fiom KID-DNA Databank. Zodat hij ook gevonden kon worden door andere donorkinderen. Daaruit heb ik nog een halfzus gevonden. Zij bleek net zo lang als ik in de Fiom KID-DNA databank te staan, maar pas door het DNA van Bams kwam onze match naar voren. 

Ik landde op 1 juli in Nederland en op 2 juli, de volgende ochtend, stond ik bij Bams op de stoep. Ik wilde geen minuut langer wachten. Een documentairemaker had ons gevraagd of wij onze ontmoeting wilde filmen. Dat heeft de wettige dochter van Bams toen gedaan. Dus we hebben op film hoe onze eerste fysieke ontmoeting ging. Ik sta ook met mijn verhaal in het boek Schaduwfamilie, waarin ik nog meer vertel over onze ontmoeting. De ontmoeting voelde totaal niet raar. We zijn twee ontzettende knuffelberen, dus die eerste knuffel waren gewoon twee knuffelberen bij elkaar. Het was helemaal niet awkward. We zijn in de tuin gaan zitten en hebben elkaar nog beter leren kennen. Hij had onze gesprekken uitgeprint en verzameld in een map en daar zat onder andere een Whatsappgesprek in met een screenshot van onze DNA-Match. Hij stond in mijn match lijst met de benaming ‘vader’. Dat had ik hem geappt met daarbij “Hoi Pap”. Ik moest het echt eerst op zwart en wit hebben, ik moest het zeker weten. En nu komen we nooit meer van elkaar af. We hadden elkaar graag eerder gekend. We hebben een hoop gemist. Hij is er voor mij. Dat had ik graag eerder gehad. Ik stapte in het vliegtuig weg van de ellende, naar een leven toe waarvan hij ook deel uitmaakt. 

Donor Detectives waren mijn laatste hoop

Een bekende van mij heeft ooit tegen me gezegd: “Je gaat hem nooit vinden. Stop maar met zoeken, doe maar normaal.” Het voelt alsof ik haar ontzettend ongelijk heb bewezen. Ik wilde echt zeker weten dat ik er alles aan had gedaan om hem te vinden. De Donor Detectives was echt een uitkomst. Zo’n internationale DNA-test was wel echt mijn laatste beetje hoop. Als ik hem daarmee niet had kunnen vinden, dan was ik misschien op mensen afgestapt op straat die maar een beetje op mij leken. Ik ben heel blij dat het zo is gelopen, je hoort ook minder leuke verhalen. Wij hebben echt leuk contact. Ik ben zijn dochter. 

Advies aan andere donorkinderen

Andere donorkinderen die hun biologische ouder(s) willen vinden wil ik op het hart drukken zich aan te melden bij een internationale DNA-Databank en stamboomonderzoek te (laten) doen. Mocht hun biologische ouder niet zelf in de DNA-Databank staan: Geef nooit op. Vraag desnoods de Donor Detectives om hulp. Want echt, er is zoveel mogelijk!

Bams: Ik wist gewoon “Dit is mijn dochter.”

Rapenburg 5

Ik ben in 1956 geboren en in 1982 ben ik getrouwd. Voordat ik trouwde ben ik voor een korte tijd zaaddonor geweest. Ik doneerde in een spermakliniek in Leiden op Rapenburg 5. Ik was ongeveer 26 jaar oud. Ik was toen al samen met mijn toenmalige vrouw. Samen hadden wij geen kinderen, maar zij was wel positief over het feit dat ik zaad wilde doneren, wellicht dat zij mij daar ook toe gemotiveerd heeft. Ze is zelfs de eerste keer meegaan toen ik zaad ging doneren.

“Ja, we hebben 'het' wel van je gebruikt.”

Op een gegeven moment ben ik met doneren gestopt. Het was voor mij nooit een punt dat het anoniem was. Dat was gewoon zo. Ik heb er niet echt over nagedacht. Ze hebben mij ook niet verteld of er daadwerkelijk kinderen geboren waren door mijn donatie. Nadat ik het één keer vroeg, zeiden ze wel iets van: “Ja, we hebben 'het' wel van je gebruikt.” Maar meer ook niet. Wat ik nog wel heel goed weet is dat ze bij het intakegesprek zeiden: “Het is niet verstandig om op een verjaardag te vertellen dat je zaaddonor bent geweest. Stel dat er mensen zijn die bezig zijn met donorzaad om zwanger te worden en ze mogen je helemaal niet, dan schrik je deze mensen af." Ik mocht het vooral niet rond bazuinen. Of ze mij ook volledig medisch gescreend hebben, weet ik niet meer. Ze hebben wel gegevens gevraagd en dit blijkbaar gebruikt voor het opmaken van een donorpaspoort. Op het donorpaspoort stond mijn huwelijkse staat, mijn huidige beroep en reden van doneren, maar ook mijn lengte, haarkleur, oogkleur en geboortejaar. 

Nooit bij stilgestaan

In 1992 ben ik getrouwd met mijn huidige vrouw en samen hebben wij één dochter gekregen. Tijdens deze periode heb ik nooit aan eventuele donorkinderen gedacht. Die gedachte kwam alleen naar voren als ik eens iets langs zag komen in de media. Een programma op TV over donoren of over DNA. Dan vroeg ik mij wel af: “Hoe zou ik reageren, als er een donorkind voor de deur zou staat.”  Maar dat ging altijd het ene oor in en het andere oor uit. Ik heb er nooit echt bij stilgestaan of echt behoefte gehad om te gaan zoeken. 

Mijn huidige vrouw wist wel dat ik zaad gedoneerd had. Dat heb ik haar eens verteld door zo’n programma over donorkinderen. Mijn dochter heb ik het pas verteld doen ik de brief van Rosa ontving.

De brief

Deze brief ontving ik op een zaterdagmiddag. Volgens mij zat ik naar de Formule 1 te kijken toen ik de brievenbus hoorde klapperen. Ik ben meteen gaan kijken en zag één brief op de mat liggen. Het handschrift waarmee mijn adres was geschreven leek op het handschrift van één van mijn nichtjes.  Hierdoor dacht ik dat ik post had van een nichtje. Ik maakte de brief open terwijl mijn vrouw naast mij zat mee te kijken. Ik zal niet zeggen dat het schokkend was, want dat vind ik te negatief, maar ik was flink van de kaart toen ik de brief las. Wist even niet meer hoe ik het had. Ik had dit nooit aan zien komen, want ik was er echt niet mee bezig. De brief heb ik even laten bezinken.

"Alsof we een tweeling waren."

“Oh, wat leuk, je bent al opa!” Dat is het eerste wat mijn vrouw zei toen ze de brief had gelezen. Waarop ik aangaf dat ze niet meteen te hard van stapel moest lopen. Ik had echt even de tijd nodig om alles te verwerken. Dat heeft ongeveer drie á vier dagen geduurd. Ik wist meteen: “Het is raak.” Er was geen twijfel. Daarom heb ik ook een uitgebreide mail teruggestuurd, nog voordat we een DNA-match hadden. Toen ik de foto’s van Rosa zag, viel mij als eerste haar neus op. Daarna ging ik kinderfoto’s van mezelf terugzoeken. We legde een foto van mij toen ik een jaar of elf was, naast een kinderfoto van haar en het was echt identiek. Alsof we een tweeling waren. Er is nooit bij mij opgekomen: “Ik ben het niet, zoek maar lekker verder.” Ik wist meteen dat het goed zat. Misschien door hoe de brief was opgesteld. Er was meteen een klik. Ik wist gewoon “Dit is mijn dochter.” 

“Je bent mijn dochter”

De woensdag daarop heb ik gereageerd, ook wel met de vraag over hoe ze mij had gevonden. Niet dat ik het belachelijk of vervelend vond, maar ik was wel enorm nieuwsgierig hoe het haar gelukt was. Het is toch zoeken naar een speld in een hooiberg. Ik vind het schitterend, ze was mij al tien jaar aan het zoeken en op deze manier heeft zij mij toch gevonden. Terwijl Rosa en ik harstikke dichtbij zijn geweest. We hebben in dezelfde periode in hetzelfde ziekenhuis gewerkt. Ze heeft nooit opgegeven, dus het was echt een intens verlangen. Dan ga ik natuurlijk niet zeggen: “Het was leuk je gekend te hebben en veel succes met je verdere leven.” Ik heb daar nooit over nagedacht. Ik zou haar nooit willen teleurstellen. “Je bent mijn dochter,” zei ik, “vraag maar wat je wilt weten.” 

Kers op de taart

Na het eerste contact moesten we nog vier maanden wachten tot we elkaar in het echt konden zien. Dat was natuurlijk heel spannend. Ze zou met de auto komen, dus ik keek de hele tijd uit het keukenraam. Ik wist niet eens wat voor auto ze had. Mijn andere dochter heeft het voor ons gefilmd en ze is daarna naar boven gegaan, mijn vrouw was op haar werk. Iedereen in mijn gezin was enthousiast over Rosa. Maar het ontmoeten hebben we echt alleen samengedaan. Het was ons moment. 

“Ze hebben er echt een opa (en oma) bij.”

We hadden natuurlijk al een tijdje contact via de mail en Whatsapp. Ze stond niet opeens voor de deur. We groeiden al een tijdje naar elkaar toe. Je weet hoe je over elkaar denkt. Hoe iemand is. Toch was de ontmoeting de kers op de taart. Ik liet onze ontmoeting laatst ook aan een collega zien en zij zat toen ook te huilen. Rosa en ons fijne contact had ik echt voor geen goud willen missen. Ook haar kinderen niet. Ze hebben er echt een opa (en oma) bij. Ik ben er trots op dat ik kan zeggen dat Rosa mijn dochter is. We kennen elkaar nu drie jaar en we kunnen goed met elkaar opschieten. 

Ik ben ontzettend dankbaar!

Er is totaal geen wrok over het feit dat ik door de Donor Detectives ben opgespoord. Ik ben ze ontzettend dankbaar juist. De achterneef waarmee ze mij hebben gevonden ken ik niet eens. En als ik hem wel zou kennen, dan zou ik hem bedanken in plaats van kwaad op hem zijn. Die neef wilde gewoon zijn stamboom bouwen en heeft ons indirect heel erg geholpen.

Die kliniek gaf aan dat er vanuit mijn donaties nog een donorkind moet zijn. Maar die kennen we nog niet.

Als er geen Donor Detectives was geweest, had ik Rosa nooit gekend. Omdat ik er nooit mee bezig ben geweest. Ik dacht er wel eens aan, maar ik zou nooit gehandeld hebben. Als ze voor mijn deur had gestaan zonder aankondiging, had ik haar ook welkom gegeten. Ik voel gewoon "jij bent het", waar het vandaan kwam weet ik niet.

“Voor zover het mogelijk is en wanneer je er 100% achter staat: maak jezelf bekend."

Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan Rosa denk.
Het contact met Rosa is heel erg goed. We sturen elkaar geregeld een appje. Rosa is gewoon mijn dochter. Mijn oudste. Geen donordochter. Gewoon mijn dochter. Mijn vrouw is ook dol op Rosa en haar kinderen. 

Advies aan andere donoren

“Voor zover het mogelijk is en wanneer je er 100% achter staat: maak jezelf bekend. Gun je donorkind(eren) de antwoorden op hun vragen en eventueel de connectie.

5 jaar Donor Detectives

In 2017 werd op 30 mei de Dag van het Donorkind in het leven geroepen: een dag om stil te staan bij hoe belangrijk het is voor donorkinderen om hun afkomst te mogen kennen. Dit jaar viert de dag zijn eerste lustrum. 

Er wordt geschat dat er zo’n 30.000 donorkinderen in Nederland rondlopen; veel van deze donorkinderen weten zelf niet eens dat ze donorkind zijn, of denken dat ze nooit hun afkomst zullen kennen. Er heersen helaas nog steeds veel misverstanden en taboes rondom donorconceptie. Stichting Donorkind en Fiom hopen met de Dag van het Donorkind meer bewustzijn te creëren.

Vijf jaar laten ‘stambomen’ de Donor Detectives, inmiddels ondergebracht bij Stichting Donorkind, onvermoeibaar door. Dagelijks zijn ze bezig, en bijna iedere week is het raak. Ze schatten dat ze zo’n 150 donorvaders al gevonden hebben, en het komt zelden voor dat de zoektocht echt vastloopt. 

Meer lezen

Donor Detective Jorg Delfos licht de zoektocht toe

Twee keer zoveel matches

De zoektocht naar de donor van Rosa leverde de nodige problemen op. Door de Joodse achtergrond van haar moeder en de vele verwantschappen tussen de leden binnen die gemeenschap had ze ongeveer twee keer zoveel matches als bij gelijkaardige zoektochten. Het was een uitdaging om bruikbare matches uit deze enorme hoeveelheid hoge matches te filteren. We dachten zelfs enige tijd dat de donor wellicht zelf ook Joods was.

Endogamie

Uiteindelijk brachten de overgebleven matches ons naar Alphen aan de Rijn. Ook daar hadden we een probleem met endogamie, een grote hoeveelheid huwelijken binnen dezelfde kleine gemeenschap. Ik heb meerdere matches van Rosa aan twee families kunnen linken. De stambomen waren echter zo met elkaar vergroeid dat er een behoorlijk aantal mogelijkheden was. Ik staarde me blind op de meest voor de hand liggende opties en had uiteindelijk een vers paar ogen nodig om in te zien dat er net iets verder moest worden gekeken. De endogamie maakt de matches minder betrouwbaar omdat geteste personen vaak op meerdere manier met elkaar en met de zoekende verwant zijn.

Donorvader gevonden

Na de parameters wat te hebben bijgesteld vonden we Bams. Bams bleek keurig binnen het plaatje te passen, maar van de matches net een generatie verder van verwijderd dan verwacht. We vonden zijn naam in de overlijdensadvertentie van één van zijn ouders.

30 mei bestaan de Donor Detectives 5 jaar!

Donor Detectives NL/BE

In 2016 kwamen zes donorkinderen, allen vrouwen, met elkaar in contact via Stichting Donorkind. Ze zaten allemaal in de geheime Facebook groep van Stichting Donorkind, maar ook in Amerikaanse groepen, waaronder de DNA detectives. Zo kwamen ze erachter dat je met modern, goedkoop DNA onderzoek en stamboomonderzoek je donorvader kon vinden. An, Eefje, Emi, Ester, Monique en Stephke richtten met elkaar een stichting op die donorkinderen wilde helpen om familie te vinden. Broers, zussen en vaders. De stichting heet Donor Detectives NL/BE, omdat ze in zowel Nederland als België actief zijn. In 2021 is Stichting Donor Detectives opgegaan in Stichting Donorkind.

In de geheime groep van de Donor Detectives op Facebook, kunnen donorkinderen hulp krijgen bij het stambomen en speuren. 

Succes

Er zijn in Nederland op dit moment acht vrijwilligers die beschikbaar zijn om volwassen donorkinderen van anonieme donorvaders te helpen. Door de hulp van met name de zoekgroep op Facebook zijn er in de afgelopen vijf jaar tientallen donorvaders van honderden donorkinderen gevonden. Waaronder ook tien donerende artsen. De Donor Detectives hebben 231 stambomen gebouwd, daar staan bijna 80.000 mensen in. Zowel de Facebookgroep van Stichting Donorkind (845 leden) als de Facebookgroep van de Donor Detectives (363 leden) krijgen er per maand meerdere leden bij.