Spijt, schaamte en trots

‘Mijn leven? Chaotisch. Ik ben minimaal twaalf keer verhuisd: op mijn zevende uit huis geplaatst, in een medisch kindertehuis terecht gekomen, daarna naar een instelling voor verwaarloosde kinderen, en nog veel meer.

Ik was 22 toen ik  zwanger werd. Ik had net een mbo-opleiding af en probeerde mijn leven op poten te krijgen. Het was me al snel duidelijk dat ik niet zelf voor mijn kind kon gaan zorgen. Abortuswilde ik niet, er zijn genoeg vrouwen die graag een kind willen en bij wie het niet lukt.

Degene van wie ik zwanger was, weet het niet: er waren twee jongens die de vader konden zijn. Dus ik moest het alleen uitzoeken. Mijn buurjongen is met mij mee gegaan naar Fiom. Ze vroegen me daar wat ik nou echt wilde. Het belangrijkste vond ik dat mijn kind  in een liefdevol gezin zou komen, liefst met ervaring. En dat is het geworden: lieve mensen die al een jongetje hadden geadopteerd.

Toen Roos werd geboren mocht ik haar niet vasthouden... dat is me altijd bijgebleven.  Dat mocht gewoon niet, want dan zou je een hechtingsband krijgen.  Gelukkig heb ik haar wel zelf een naam gegeven.

De eerste jaren na het afscheid was ik heel verdrietig. Ik ben toen aan de drugs gegaan, heel stom. Door de drugs kon ik alles even helemaal vergeten.  Ik ben in een diep dal terechtgekomen. Mijn ogen werden pas geopend toen ik bij kennissen was die een klein kind hadden. De heroïne lag gewoon op tafel terwijl dat jochie daar rondliep. Waar zijn we mee bezig, dacht ik. Toen ben ik gestopt met drugs en ik ben al jaren clean.

Toen Roos een jaar of drie was, kreeg ik voor het eerst foto’s van haar. Ik sprong een gat in de lucht. Ik vond haar zo ontzettend mooi. Toen ze tien werd heb ik gevraagd of ik haar mocht zien. Het was volgens de adoptieouders, de Kinderbescherming en Fiom nog te vroeg. Ik begreep het wel maar vond het zwaar. Gelukkig wilde ze op haar twaalfde zelf contact met me! Net als bij die foto’s toen ze drie was, kon ik mijn geluk niet op. Ik ontmoette haar bij Fiom, met haar adoptieouders. O, wow, zo’n mooi meisje. Het liefst was ik naar haar toe gerend en had ik haar in mijn armen genomen. We hebben elkaar allerlei vragen gesteld, en ik heb haar naar eer en geweten geantwoord. En ze bleek net als ik te zingen, dat vond ik heel leuk. Aan de ene kant was ik heel blij dat ik haar gezien had, maar het weggaan en afscheid nemen vond ik afschuwelijk.

Vier keer heb ik haar nu gezien. Vorig jaar zomer begonnen we te chatten. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Chatten, daar komen misverstanden van, je kunt elkaar niet in de ogen kijken. Roos vroeg ineens naar haar vader. Ik zei dat ik het niet kon uitleggen. Zij reageerde boos; als ik het nu niet uitlegde wilde zij nooit meer iets met mij te maken hebben. Dus liet ik me overhalen en vertelde dat ik twee vriendjes na elkaar had gehad en niet zeker wist wie de vader was. Toen werd zij heel boos en antwoordde dat ik een hoer was. Daarna hebben we geen contact meer gehad.

In het begin was ik boos en teleurgesteld. Maar achteraf dacht ik: zij zit in de puberteit, daar kan het ook mee te maken hebben. Ik probeer het te relativeren. Ik stuur geen mailtjes meer, dat zou alleen maar meer frustraties geven. Maar het is niet leuk, het voelt wel verscheurend. Voor mij weer een bewijs dat ik gefaald heb. Toch had ik het contact niet willen missen. En of ze nou met positieve of negatieve dingen komt, ze is en blijft mijn dochter, mijn vlees en bloed.

Ik heb wel spijt gehad van de afstand van mijn dochter. Maar ik heb nooit gedacht dat het niet goed voor haar zou zijn. Ik denk juist dat het heel goed voor haar is geweest. Zij gaat nu tenminste normaal naar school, op vakantie, ze doet de dingen die ik vroeger niet heb kunnen doen.

Er is tegen mij iedere keer een oordeel: ‘Jij hebt je kinderen weggedaan zodat jij lekker kunt feesten.’ Maar mensen kijken niet naar de achterliggende gedachte. Ze kijken niet naar hoe destijds mijn jeugd is gegaan en dat ik mijn kinderen dat niet mee wil geven. Ondanks dat ik me schaam ben ik ook trots dat ik het patroon van mijn ouders doorbroken heb, dat Roos wel een goed leven heeft gekregen.”

Atina, 40 jaar, moeder van twee kinderen.

Naschrift Fiom

Dit verhaal staat als Drieluik in het Adoptie Magazine van juni 2014. Het Adoptie Magazine is een onafhankelijk tijdschrift voor iedereen die zich betrokken voelt bij afstand en adoptie (verkrijgbaar via adoptie.nl)

Het complete verhaal van Atina staat in het boek  ‘Eigen bloed. Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie’ (verkrijgbaar via Fiom).