Moeder die geen moeder mocht zijn

Ik was 16 jaar, en had het meest geliefde vriendje uit de buurt. Ik werd zwanger, en ik was net een maand 17 jaar toen mijn zoon werd geboren in de vroedvrouwenschool in Heerlen. Er kwam elke dag de raad voor kinderbescherming aan mijn bed met een formulier voor afstand van de baby. Ik weigerde.

Mijn zoontje lag in de couveuse, hij was te vroeg geboren. Toen ik weer thuis was en met mijn vriend de baby wilde bezoeken, was hij er niet meer. De zuster vertelde mij dat mijn zoon een ernstige hartafwijking had en niet lang zou leven, dus ik kon hem beter maar afstaan. Ik zei dat ik het niet zou doen, en ik mijn zoon die tijd wilde steunen.

De tijd kwam dat hij weg moest uit de kliniek en overgeplaatst werd naar een klooster in Maastricht. Ik vroeg aan de man van jeugdzorg die over mijn zaak ging,of ik a.u.b. mee mocht met het overbrengen van mijn kind. Gelukkig mocht het. En zo bracht ik mijn zoon toen hij zo'n half jaar oud was naar Maastricht. Ik kwam bij een arts, die hem onderzocht en mij zei dat het een gezonde baby was, en het verhaal dat hij ging sterven niet passend vond van jeugdzorg om zo te proberen mijn kind af te nemen. Ik ben toen elke week met de vader van mijn zoon naar Maastricht gegaan, ons kind opzoeken, en met hem te gaan wandelen. Later mocht hij af en toe een weekend met mij mee naar huis.

Toen ik 18 werd zijn wij getrouwd, en mochten wij ons kind, die toen al 1 jaar was, naar huis halen. Ons huwelijk liep stuk, en de band met mijn zoon is nooit goed geweest. Ik ben nu 67 jaar en heb mijn zoon al 20 jaar niet meer gezien. Dit alles is te wijten aan het onderbroken contact tussen ons in het begin van zijn leven. Dit alles heeft mijn, en ook zijn leven overhoop gehaald. Jeugdzorg heeft ons leven stukgemaakt. Ik huil er nu nog om.

 

Meer verhalen van afstandsmoeders