Leergeld

Toen ik enkele jaren geleden mijn afgestane zoon leerde kennen, bezat hij weinig of niets. Geen huis, gezin, vrienden of geld, slechts wat kleding en zijn gitaar, waarmee hij voor een deel in zijn levensonderhoud had voorzien. Aangezien ik dit pas tijdens de kennismaking te horen kreeg was onze start vol tegenstrijdige gevoelens .

Wat er wel was, waren schulden en verslavingsproblemen, een eenzaam leven vol chaos.
Na zijn afkicktraject kwam hij door een speling van het lot in mijn buurt wonen. Het leek me heerlijk om hem weer te laten proeven van de andere kant van het leven dan de zelfkant waar hij inmiddels (na 3 jaar op straat) in al zijn facetten kennis mee had gemaakt. En hem zo beter te leren kennen.

Mijn moedergevoelens kwamen in een stroomversnelling. Ik deed zoveel mogelijk leuke dingen met hem, film, theater, uit eten, kleren kopen, autotochtjes, liet hem een schildercursus volgen en hoopte dat het hem zou helpen los te komen van zijn verleden. Het tegendeel gebeurde. Hij liet het zich aanleunen, had dikwijls achteraf kritiek. Zijn onzekerheid maakte dat hij altijd dacht dat het anders had gemoeten of gekund. Hij bleef achterom kijken en vastzitten in de vraag waarom er zoveel mis was gegaan in zijn leven.

Het deerde mij aanvankelijk niet zo, ik kon voor mijn gevoel bergen verzetten, genoot van het samenzijn en ging voor hem door het vuur. Na een jaar begeleid wonen kwam hij op straat te staan als gevolg van het regelmatig overtreden van de huisregels en begon hij terug te vallen in oude patronen. Vanaf dat moment raakte ik verstrikt in wat ik was begonnen: hem te helpen.

Ik plukte hem van de straat, nam hem tijdelijk in huis wat hem in contact bracht met ons gezin en de welvaart die we hadden. Het maakte hem jaloers en bij tijden agressief en vernielzuchtig. Uiteindelijk lukte het mij hem aan woonruimte te helpen. Samen zochten we een complete inrichting uit in de kringloopwinkel. Een nieuwe periode met nieuwe hoop brak aan. Een eigen plek, een overzichtelijke financiële situatie, sociale hulpverlening brachten helaas geen ander gedrag teweeg.

De vertrouwdheid met het leven als underdog voelde bij hem veiliger dan de nieuwe weelde. Er werd iets van hem verwacht namelijk een andere levenswijze. Mijn telefonisch contact met zijn adoptiebroer maakte duidelijk dat hij dit gedrag herkende. Maar ik als kersverse echte moeder dacht met mijn liefde en materiële hulp het tij te keren. Echter, mijn zoon zorgde steeds voor nieuwe problemen in de vorm van boetes, ruzies en kleine vergrijpen. Zijn  kwetsbaarheid en mijn liefde hielden me lange tijd gevangen in zijn wereld.

Letterlijk met geweld kwam er een einde aan deze manier van contact. Ik moest me losscheuren uit mijn rol van moeder en allround hulpverleenster. Het tij keerde zich tegen hem/ons. Ik moest hem de toegang tot ons huis verbieden, ons gezin raakte ontwricht.

Er kwam een periode van stilte en rouw. Het had zo mooi kunnen zijn. We hielden van elkaar, hadden elkaar veel te bieden en waren absoluut blij met elkaar. Het niet in staat zijn liefde te geven maar evenmin te ontvangen, maakte duidelijk dat hier een persoonlijkheidsstoornis aan ten grondslag lag. Gebrek aan ziekte-inzicht en eigen falen maakten dat het aanvaarden van structurele hulp niet op gang kwam. We kregen niet de tijd die nodig was om voorzichtig een band op te bouwen.Mijn welvaart/geld werkte als gif in de beker van moederliefde. Een harde les.

We houden niet minder van elkaar maar ik kan en mag niet meer doen wat mijn hart me ingeeft. Dat heet 'leergeld betalen'.

Marijke Sontrop

Naschrift Fiom

Dit artikel stond als Drieluik in het Adoptiemagazine van maart 2008. Meer info over het Adoptiemagazine via adoptie.nl