Hadija, Marjan en Margreet

Hadija had een zoon. Haar man was al een lange tijd van huis toen zij een ander ontmoette en zwanger raakte van Marjan. Haar eerste man kwam plotseling weer terug. Om het huwelijk te redden gaf het dorpshoofd toestemming  om haar dochter af te staan ter adoptie. Marjan werd geadopteerd door Margreet, die met haar toenmalige echtgenoot naar Indonesië reisde om Marjan op te halen.

‘Het dorpshoofd heeft toestemming gegeven om mijn dochter af te staan ter adoptie’

Afstandsmoeder Hadija
Beroep: huisvrouw/verkoopster op de markt
Moeder van zeven kinderen, één afgestaan ter adoptie
Leeftijd: onbekend
Woonplaats: Indonesië

Wat was ik blij toen ik hoorde dat Marjan naar mij op zoek was. Medewerkers van ISS (International Social Services, red.) hadden mij gevonden en me benaderd met de vraag of ik haar wilde zien. “Ja! Graag.” Al was dat niet eenvoudig. Mijn man was er niet blij mee. Gelukkig wist hij wel van haar bestaan. Ook het dorpshoofd schrok nogal. Hij had destijds toestemming gegeven voor de adoptie en was betrokken geweest bij de formaliteiten rond de afstand. Hij was bang dat hij iets fout had gedaan en dat hij nu in de problemen zou komen. Daar was geen sprake van. De medewerkers van ISS hadden mij gevonden aan de hand van de papieren van het kindertehuis in Bogor waar Marjan door haar adoptieouders is opgehaald. Er zat ook een babyfoto bij van mijn dochter en de geboorteakte.

Onze eerste ontmoeting vond plaats in het kantoor van ISS in Jakarta. Familieleden en vrienden waren met mij meegegaan om mij bij te staan. Ik was heel emotioneel, heel verdrietig. Marjan reageerde wat terughoudend. Dat is nu al weer ruim acht jaar geleden.

Ik had al een zoon toen ik zwanger werd van Marjan. De vader van mijn zoon was op dat moment al een lange tijd van huis. In die periode leerde ik een andere man kennen. Van hem raakte ik in verwachting. Deze man verdween vervolgens ook uit beeld.

En toen kwam de vader van mijn oudste plotseling weer terug. Deze man zat niet te wachten op een kind van een ander. Om de problemen niet groter te maken heeft het dorpshoofd mij toen, bij wijze van uitzondering, toestemming gegeven om mijn dochter af te staan ter adoptie. Daardoor zou ik verder kunnen met mijn eerste man, de vader van mijn zoon. Zo is het ook gegaan. Met hem heb ik daarna nog vijf kinderen gekregen. Eerder dit jaar is hij overleden.

Mijn leven was niet altijd gemakkelijk. Ik kan niet lezen en schrijven, ik heb geen papieren van mezelf, geen legitimatiebewijs, niks. Daarom weet ik ook niet precies wanneer ik ben geboren ofwel hoe oud ik precies ben. We, mijn kinderen en ik, we hebben veel armoede gekend. Ons huis heeft geen stromend water, geen gas en geen licht. Ik heb geen eigen land om groente te verbouwen of vee op te houden. Als het kan, werk ik op de rijstvelden. Soms kook ik maaltijden of gerechten en die verkoop ik dan op de markt. Als er geen werk is en ik heb niets, dan krijg ik te eten van dorpsgenoten. We leven van dag tot dag. We helpen elkaar, wij zijn een grote familie. Twee dochters wonen niet meer op deze kampung, de rest van mijn kinderen woont hier wel.

Marjan helpt ons wel een beetje. Als ze hier is, koopt ze spullen voor ons. Rijst, groente, vlees, zeep, dat soort dingen, de eerste levensbehoeften.

Meestal spreken we ergens af op een neutrale plek, in een hotel of zo. Daar voel ik me erg ongemakkelijk. Ik ben niet gewend om met bestek te eten en dat soort dingen.Marjan, haar man en kinderen zijn wel eens op de kampung geweest. Maar dat vond Marjan nogal heftig voor de kinderen. Ik hoop wel dat ze nog een keer komt en dan wat langer blijft. Ik vind het heerlijk om haar in de buurt te hebben maar het is lastig om goed contact te hebben. We kunnen elkaar niet verstaan. Dat is wel jammer.

Hadija is de moeder van geadopteerde Marjan.
Dit artikel is tot stand gekomen op basis van antwoorden op vragen die Marjan aan haar moeder heeft gesteld.

‘Ik kom uit de bloemkolen’

Geadopteerde Marjan Ringoir
Beroep: mede-eigenaar bedrijf
Leeftijd: 35 jaar
Moeder van twee kinderen
Woonplaats: Huissen

Angst voor het onbekende hield me jarenlang tegen om op zoek te gaan naar mijn biologische ouders. Stapje voor stapje ben ik naar het moment toegegroeid waarop ik bij het kantoor van Fiom/ISS naar binnen durfde te stappen met de vraag een zoekactie te starten.

Ik was in de veronderstelling dat het minimaal enkele jaren zou duren voor mijn moeder eventueel gevonden zou worden. Nog geen twaalf maanden later belde ISS met de mededeling dat ze wisten wie en waar ze was. Dat gebeurde op een moment dat ik net met heel andere dingen bezig was: ik had juist te horen gekregen dat ik in verwachting was van een tweeling.Pas een jaar later heb ik haar opgezocht. Ze was heel emotioneel. Ik dacht: je kent mij niet, ik ken jou niet, waarom doe je zo? Zelf was ik zeer geschrokken van het aantal mensen dat ze had meegebracht: een busje vol. En iedereen wilde aan me zitten. Het waren allemaal familieleden, begreep ik, maar ik had slechts op mijn moeder gerekend. Ik had, misschien onbewust, gedacht dat ze alleen zou komen. Daar was ik op voorbereid, niet op zo’n grote groep mensen. Tijdens ons eerste gesprek hield ze haar hoofddoek op, dat vond ik jammer. Voor mijn gevoel kon ik haar daardoor niet goed zien. Alles bij elkaar werd het me al snel te veel. Ik wilde de bijeenkomst kort houden, binnen een half uur was ik er eigenlijk wel klaar mee.

Dat is nu al weer een jaar of acht geleden. Sinds de eerste kennismaking met mijn biologische moeder ben ik meerdere malen terug geweest naar Indonesië. Als het even kan, gaan we elk jaar in december, met het hele gezin: mijn man, ik en onze twee dochters. We maken er een combinatie van: familiebezoek en (strand)vakantie. Dat laatste heb ik dan ook echt nodig, want die bezoeken aan mijn familie en het geboortedorp kosten mij enorm veel energie.

Dat komt door alle emoties die het oproept maar ook omdat de communicatie heel moeilijk is. Er is een taalprobleem, mijn moeder kan niet lezen en schrijven. En ze vertelt me ook niet alles. Er worden dingen achtergehouden, dat voel ik. Aan de blikken van mensen in het dorp zie ik dat ik stukken van het verhaal mis. Er zijn dingen die mijn moeder niet wil zeggen.

Als we op de kampung zijn, ben ik voor mijn gezin eigenlijk amper aanspreekbaar, omdat ik dan de handen vol heb aan mezelf. Ik had altijd gehoopt dat mijn biologische moeder zou voelen wat ik voel en zou denken zoals ik denk. Maar dat is niet zo. Daarvoor moet je een band hebben en het is heel lastig om die op deze manier op te bouwen. Tussen ons zal een vanzelfsprekend moeder-dochtergevoel waarschijnlijk nooit ontstaan. Dat is waar ik mee te dealen heb. Ik accepteer het, het hoort bij mij. Na de eerste ontmoeting met mijn biologische moeder had ik het er ook bij kunnen laten. Zo van: ik heb haar gevonden, ik ben niet meer alleen, klaar. Maar ik wilde meer. Ik wilde ook mijn broers en zussen leren kennen. Ik wilde zien hoe ze leven. Helaas krijg ik toch niet het echte contact dat ik wil, daar probeer ik vrede mee te hebben.

Het heeft me wel rust gegeven omdat ik nu weet waar ik vandaan kom. Ieder kind heeft er recht op om dat te weten. Ik was negen maanden oud toen ik naar Nederland kwam. Als mensen vroegen waar ik vandaan kwam, zei ik altijd: “Ik kom uit de bloemkolen.” Dat hoef ik niet meer te zeggen. Nu weet ik wie ik ben omdat ik weet waar ik vandaan kom. Ik ben Marjan, ik neem de dingen zoals ze zijn en ik geniet van het leven.

Marjan is de dochter van Hadija en adoptiemoeder Margreet.

‘De scheiding heeft veel impact gehad’

Adoptieouder: Margreet Alkema
Leeftijd: 72 jaar
Moeder van een dochter en een zoon
Woonplaats: Huissen

Onze kinderwens ging niet op natuurlijke wijze in vervulling. Dan ga je een traject in... Het duurde uiteindelijk veel langer dan een gewone zwangerschap voor wij onze kinderen kregen. Ik was inmiddels 37 toen we in het voorjaar van 1979 Marjan – ruim drie maanden oud – mochten ophalen in Indonesië.

Toen we aankwamen, bleek ze niet in het kindertehuis te zijn. Ze verbleef nog bij haar pleegouders. Daar zijn we natuurlijk op bezoek gegaan maar we mochten haar niet meteen meenemen. Eerst moest er nog het een en ander geregeld worden bij de rechtbank. Dat duurde zeker een week. In die tijd zijn we nog even op reis gegaan door Indonesië. We konden toch niks doen en zo zagen we nog wat van het land, konden we daar later aan onze dochter over vertellen.

Bij de rechtbank verliep alles goed en na die week mochten we Marjan meenemen naar huis, naar Nederland. Een jaar later hebben we onze zoon opgehaald in Indonesië. Daarmee was ons gezin compleet. We woonden destijds in Hilversum. In 1987 zijn we verhuisd naar Huissen, bij Arnhem. Bij mijn weten leverde dat voor de kinderen geen noemenswaardige problemen op. Het liep destijds allemaal redelijk op rolletjes. Op een gegeven moment begon Marjan wel vragen te stellen. Bijvoorbeeld over het verschil in huidskleur tussen haar en ons. “Waarom zijn jullie anders?”, vroeg ze. Wij zijn altijd heel open geweest over de adoptie en hebben zo lang als ik me kan herinneren altijd tegen de kinderen gezegd: “Jullie zijn met het vliegtuig gekomen, niet uit de buik van mama.”

Helaas zijn mijn man en ik op een gegeven moment gescheiden. Daar heb ik me heel schuldig over gevoeld ten opzichte van de kinderen. Zoiets van: dan haal je kinderen uit een ver land om ze hier een goed thuis te bieden en dan ga je uit elkaar. Dan krijgen ze weer te maken met een soort van afscheid, dat kun je toch eigenlijk niet maken. Maar het kon niet anders. In de loop van 1991 begon ons huwelijk al mis te lopen. In 1994 zijn we uiteindelijk officieel gescheiden. De kinderen zaten midden in de puberteit, een hopeloze leeftijd om zoiets mee te moeten maken. Het was heel moeilijk. Ook financieel stonden we er plotseling heel anders voor.

Marjan is vrij jong gaan samenwonen met haar vriend. Ze was pas een jaar of zestien toen ze het huis uit ging.Voor onze zoon was het ook niet gemakkelijk. Met hem ben ik op een gegeven moment het contact zelfs helemaal kwijtgeraakt. Niet alleen door de scheiding hoor. Er speelde van alles waardoor hij mij niet meer wilde zien. In het begin heb ik gebeld, kaarten geschreven, brieven gestuurd. Zonder resultaat. Tsja, op een gegeven moment houdt het op. Hij is 34 jaar, wat doe je eraan?

Maar afgelopen jaar was hij voor het eerst – geheel onverwacht – weer op mijn verjaardag. Ik wist niet wat me overkwam toen ik hem samen met Marjan de tuin in zag komen lopen. Echt heel fijn vond ik dat. Koude rillingen.We hebben als gezin veel vreugde gekend maar helaas ook spanningen en narigheid. Het is soms wel een strijd geweest om erdoorheen te komen. Achteraf zijn de scheiding en de periode daarna voor ons drietjes wel heel zwaar geweest. Ik miste de gezelligheid van een compleet gezin. Ik denk dat het heel anders was gelopen als we niet gescheiden waren. Dat heeft heel veel impact gehad op de kinderen.

Gelukkig gaat het momenteel goed. Mijn ex en ik hebben nu redelijk goed contact. Onlangs zijn we zelfs samen een middagje op pad geweest met de kleinkinderen, de tweeling van Marjan. Ik ben blij dat dat kan. Ondanks alles wat er is gebeurd heb ik geen moment spijt gehad van de adoptie en heb ik heel veel vreugde beleef aan de kinderen en nu ook aan mijn kleindochters.

Margreet is de moeder van geadopteerde Marjan Ringoir.