Afstandsmoeder 2

17-08-2009 - Afstandsmoeder?' Twee paar blauwe ogen kijken mij vragend aan. ‘Afstandsmoeder wat is dat?' vraagt hij mij. ‘Een moeder die haar kind bij de geboorte afstaat voor adoptie’ antwoord ik hem. Er verschijnt een verbaasde blik in zijn ogen.

Inwendig moet ik lachen. Nog maar zes jaar geleden dat het woord afstandsmoeder voor het eerst volledig tot mij doordrong. Ik had diegene voor mij, bij het woord afstandsmoeder niet recht aangekeken zoals deze jongen wel doet. Al kende ik het woord niet, de lading van het woord had ik begrepen, ik had weggekeken van de vraagsteller. Want alles was ik, maar geen afstandsmoeder.

Ja, ik had een kind verloren. Vele jaren geleden. Ik was jong, niet getrouwd en had een vriend die wel mij maar niet mij met een kind wilde hebben. Onder grote druk stond ik mijn kind ter adoptie af. Maar afstand… nee, dat nam ik nooit. Hij bleef mijn kind, afstand kon ik niet van hem nemen.

Zowat dagelijks nam hij bezit van mijn gedachten. Dan weer dichtbij, maar soms was hij mijlenver uit mijn gedachten verdwenen. Als een cupidootje zat hij op mijn schouder, ik had geen last van hem, merkte hem nauwelijks op. Maar soms ging ik gebukt onder de last van mijn cupido en dan woog hij zwaar.

Ineens in het jaar 2003 gleed mijn cupidootje plotseling zonder enige aanleiding zomaar van mijn schouder. Daar stond hij, rechtop, vlak voor mijn neus. Ik was verbaasd, ik had hem al een poosje niet gevoeld. De last op mijn schouder was al lang geen last meer, ik droeg hem gedurende enige tijd, vederlicht.

Daar stond hij, oog in oog met mij, zijn moeder die zijn moeder niet was. Ja, daar stond hij, mijn zoon die mijn zoon niet meer was. Toch aan alles voelde ik; ‘ik ben zijn moeder en hij is mijn zoon.' We raakten beiden verstrikt in de navelstreng waarmee ik hem bijna verstikte. Een zoon, aan wie ik dikwijls verlangend had gedacht stond ineens tastbaar voor me. Hij voldeed in alles, was mooi en lief. Hij was de perfecte zoon maar wilde niet mee in mijn verlangens. Ik wilde hem smoren met mijn liefde, hij wees mij en mijn liefde af.

Het ging niet goed niet met mij. Ik wist niet tot wie ik mezelf kon wenden. Tot wie of wat wend ik me als ik zelfs het woord afstandsmoeder niet ken? Ik wist amper hoe ik het woord afstandsmoeder schreef, waar zoek ik dan? Ik googlede, schrok me dood als ik iets vond. Wist niet hoe snel ik de site weer moest verlaten, het voelde of ik met verboden sites aan het werk was. Afstandsmoeders waren wel die ‘andere vrouwen’ maar ik hoorde daar niet bij. Zo gleed ik verder en verder af van mij gewone ik en belandde in het moeras.
Hoe krampachtig ik ook probeerde mijn zoon vast te houden, het lukte mij niet.

Een lieve vriendin wees mij op een programma op de tv, dat ik volgens haar echt moest kijken. Dus googlede ik op een middag naar ‘programma gemist’ en bekeek het programma ‘Andere Tijden’ over de afstandsmoeder. Ik keek en was verbaasd over hetgeen wat ik zag. Vrouwen, hele gewone vrouwen. Hun verhalen waren mijn verhalen! Vanaf de jaren vijftig tot aan nu toe, 25.000 afstandsmoeders. Ik was niet alleen, maar waar waren zij? Waarom kende ik deze vrouwen niet? Er was een stichting genaamd; ‘Stichting Afstandsmoeders’ met een telefoonnummer en al en ik belde!

Een stem, een afstandsmoeder, praatte tegen mij, de andere afstandsmoeder. Ze dacht dat ik hulp nodig had en wees mij op de Fiom. Ik ging naar de Fiom en ik bezocht zelfs een psycholoog. Ik werd sterker en sterker. Ik schreef mijn boek ‘De Gemiste Kans’.
De Fiom steunde mij aan alle kanten en op zondag 25 november 2007 lanceerde ik met enkele medewerkers van de Fiom mijn boek.

Mijn boek ligt er en ik dacht de wereld van afstandsmoeders binnen te stappen. Maar de Stichting Afstandsmoeders is moe en geeft even niet thuis. Te weinig moeders hebben de kar moeten trekken. Dit vraagt zijn tol. 25.000 afstandsmoeders maar waar zijn ze?

Mijn gedachten keren weer terug naar daar waar ik ben, ik kijk de jongen voor mij aan. Zijn blik zegt me, ‘welke moeder doet zoiets, wie staat haar kind af?' Een vriendelijke lach breekt door op zijn gezicht. Hij zegt ‘sorry, mevrouw dat ik dit u vraag, ik wist niet in welke categorie ik dit woord kon plaatsen maar loopt u maar mee. Het boek van de afstandsmoeder ligt hier.' Hij wijst mij de boekenplank aan waar mijn boek staat en wenst me een prettige dag!

Renée de Bode-Grollée
Auteur; Een Gemiste Kans