Afstandsmoeder

09-04-2009 - Hier sta ik dan voor het eerst op de weblog van de Fiom als afstandsmoeder. Voel mij een beetje bloot. ‘Afstandsmoeder’, een woord dat ik haatte toen ik het enkele jaren geleden voor het eerst hoorde. Natuurlijk had ik het woord eerder gehoord, maar ik betrok dit nooit eerder op mijzelf. Het riep vele associaties bij mij op, maar met het woord zelf had ik weinig. Het woord klopte volgens mij niet. Ja, ik werd moeder. 41 jaar geleden van een zoon. Tot zover klopt dus het woord. Maar afstand? Nam ik afstand? Deed ik afstand van het kind dat uit mij geboren werd?

Toen ik op 18 jarige leeftijd zwanger thuis kwam, werden er verschillende gedachtes bij mij ingehamerd. Bovenaan de lijst stond dat ik mij moest schamen! Diep, diep schamen voor het feit dat ik ongehuwd zwanger was. Ik moest beseffen dat er nooit iets van mij terecht zou komen. Toen ik van deze gedachte overtuigd was, werd mij verteld dat ik nooit goed voor mijn kind zou kunnen zorgen. Er waren ouders die verlangde naar een kind, zij konden mijn kind bieden wat ik niet kon. En ik? Ik geloofde het.

Er zit een contradictie in het woord. Moeder en afstand het is niet aan elkaar te rijmen. Hoe kan je afstand van je kind doen? Dit kan niet! Het is tegennatuurlijk. Je moet na de geboorte en de afstand van je kind proberen te overleven. Lukt haar dat? Is er onderzoek gedaan hoe het de afstandsmoeder die jaren daarna vergaan is? Nee, er is nooit onderzoek naar haar gedaan. Niet over praten was het motto. En ik? Ik zweeg als een graf.

Dan, 36 jaar na zijn geboorte, word ik geconfronteerd met het woord afstandsmoeder. Het woord wat volgens mij niet klopte, maar door mij na 41 jaar volkomen geaccepteerd is. Het hoort bij mij.

Renée de Bode-Grollée