‘Afstand doen van je kind blijft je je hele leven achtervolgen’

Als Henny (48) nu terugkijkt op het afstaan van haar dochter lijkt het over iemand anders te gaan. Alsof ze destijds het gevoel heeft geparkeerd. “Maar als ik het er nu over heb, kom ik wel weer bij dat gevoel. Ergens vind ik dat ook mooi. Het zit in me. En ik kan het gevoel een plek geven om weer verder te gaan.”

Buikpijn

“Ik was 14 jaar en wist natuurlijk wel dat ik al een tijdje niet meer ongesteld was geworden. Maar ik praatte er met niemand over, had het weggeduwd. Totdat ik naar de huisarts ging, want ik had enorme buikpijn. Daar moest ik gaan liggen en mijn benen wijd doen. De dokter zei meteen: ‘Ik zie het koppie al’. In allerijl gingen we naar het ziekenhuis voor de bevalling.”

Koud

“In de ambulance zat mijn moeder niet bij me. Dat vond ik heel pijnlijk. Vanaf het moment dat ze het wist was ze erg teruggetrokken. Ook het ziekenhuis voelde koud. De bevalling heb ik als traumatisch ervaren. De baby werd meteen weggenomen en ik durfde er niet naar te vragen. Met mijn ouders kon ik er niet over praten, mijn broers wisten het niet. Mijn moeder was een beperkte vrouw. Ze was absoluut niet warm, niet hartelijk. Zei ‘Ga maar buiten spelen’. Er kwamen geen vriendinnetjes thuis. Aan de buitenkant moesten we er schoon en netjes uitzien, maar verder was er niets. Ik voelde me echt niet gezien in die tijd. Mijn ouders hadden niet eens door dat mijn buik groeide.” 

Weinig herinneringen

“Ik heb zelf niet over het afstand doen besloten, dat deed mijn vader. Ik wilde wel voor mijn kind zorgen. Bij de Raad voor de Kinderbescherming hoorde ik dat ik een dochter had. Ik las haar naam en zag een foto. Die mocht ik helaas niet houden. Ook mijn ex is nooit iets gevraagd. Als ik aan die periode terugdenk, kan ik me weinig herinneren. Misschien heb ik hem gezegd dat hij een kind had, misschien heb ik hem iets willen zeggen. Ik weet het niet meer.” 

Overleven

“Mijn leven na de afstand was er een van overleven. Ik maakte het MBO af, vond een lieve man. Tot twee keer toe werd ik zwanger, maar ik kon het niet. Ik schaamde me teveel en koos voor abortus. Bij mijn volgende zwangerschap besloten we het te houden, maar voelde ik me schuldig richting mijn eerste kind. Waarom mocht dit kind er wel zijn? Vlak na de bevalling maakte ik een afwerend gebaar toen ze de baby aan mij wilden geven. De arts trok zich hier gelukkig niks van aan en dat was goed. Ze wisten van de afstand, dat had ik ze vooraf verteld.”

Mijn geheim

“In 1993 werd ik depressief. Ik had mijn geheim te lang gemaskeerd. Mijn verdriet mocht er niet zijn, net zoals mijn kind er toen niet mocht zijn. Ik was ook benieuwd naar haar: zou alles goed gaan? Dat was het moment dat ik hulp zocht bij Fiom. Zij boden toen ook al hulp bij het zoeken naar afstandskinderen. Ik las mijn dossier en zag dat mijn schuldgevoel van al die jaren volledig onterecht was. Destijds had niet ik maar mijn vader het besluit tot afstand genomen. Ik praatte er met meer mensen over. Ook een keer met mijn ouders. Mijn vader reageerde begripvol, mijn moeder zei niks. Als ik denk aan wat tegenwoordig de mogelijkheden zijn… Stel dat ik vroeger een goede vertrouwenspersoon had gehad. Dan was het allemaal heel anders gelopen.”

Angsten

“In 2002 ben ik gescheiden. Dat was heftig en akelig. Ik struggelde door, had een enorm minderwaardigheidscomplex, sociale angsten en verlatingsangst. Ondertussen had ik een nieuwe relatie. Toen deze op de klippen liep, ging ik in dagtherapie. Daar ben ik ontzettend diep gegaan en heb ik veel gehuild. Vervolgens moest ik mezelf weer opbouwen. Het heeft me veel inzicht gegeven in het oordeel van mijn ouders, waarom ze zo reageerden. Maar ik zag ook de steun van mijn jongste broer. En mijn relatie kwam gelukkig weer goed.”

Ontmoeting

“Na afronding van de dagtherapie ben ik naar Fiom gegaan. Zij hielpen destijds bij ontmoetingen met biologische familie en ik wilde mijn dochter zoeken. Dat was ontzettend spannend. De ontmoeting was overweldigend. We hadden ons voorgenomen om rustig aan te doen, maar door de warme ontvangst door haar adoptieouders wilden we elkaar meteen vaker zien. Je gaat door allerlei fases, het voelt als verliefdheid. Daar heb ik wel een balans in moeten vinden. Ik vond het lastig om ‘nee’ tegen haar te zeggen, als een bezoek eigenlijk niet uit kwam. Tegelijkertijd voelde ik de schade die er is. Ze is bij nader inzien toch wat killer dan ik, dat vind ik jammer. Ik had gehoopt op een warmer contact.”

Je hele leven

“Achteraf gezien had ik het echt anders moeten doen. Dan had ik meer contact met haar gehouden. Ik heb wel eens een politicus horen zeggen dat afstand een goed alternatief is voor abortus. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Voor mij is het eigenlijk niet te doen om verder te leven met een kindje waarvan je afstand hebt gedaan. Het scheelt wel dat er nu allerlei begeleiding is en je het kan proberen te verwerken. Maar gevoelsmatig is het eigenlijk niet te doen. Het blijft mij mijn hele leven achtervolgen. Anderen hebben soms geen idee van het verdriet waaraan je dan voorbij gaat.”
 
Samenvatting van een interview uit het boek ‘Eigen Bloed. Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie’ (2012).