De gevolgen van afstand ter adoptie voor de afstandsmoeder

In de praktijk wordt Fiom niet alleen geconfronteerd met vrouwen die voor het besluit staan hun kind af te staan. Ook met vrouwen die dat in het verleden hebben gedaan, komt Fiom in contact. Zij worden door Fiom benaderd als hun afgestane zoon of dochter een zoekactie is begonnen en contact wil. Of zij melden zichzelf omdat ze naar hun inmiddels volwassen kind willen zoeken. Daarnaast heeft Fiom jarenlang hulp geboden aan vrouwen bij de verwerking van hun verleden of voor lotgenotencontact. Bij lotgenotencontact was onderlinge herkenning heel belangrijk.

Jannie: ‘Ik was heel verbaasd toen ik voor de eerste keer andere afstandsmoeders zag. Ze zagen er zo normaal uit!’

Bij vrouwen die in het verleden een kind hebben afgestaan ter adoptie, kunnen de gevolgen soms levenslang zijn. Ze kunnen het verleden niet verwerken en hebben groot verdriet om het verlies van hun kind. Zij denken met pijn terug aan de tijd waarin zij afstand gedaan hebben.

Heb je in het verleden je kind afgestaan en heb je behoefte aan begeleiding? Fiom kan je helpen. 

Achterblijven met vragen

Vrouwen die (nog) geen contact hebben met hun afgestane kind, blijven worstelen met belangrijke vragen als: gaat het goed met hem? Is hij bij lieve ouders terecht gekomen? Was het achteraf gezien een goed besluit? Zou hij het me kwalijk nemen?

Uit angst voor veroordeling houden deze vrouwen het jarenlang geheim. Dit maakt dat zij zich eenzaam voelen. Het afstaan van hun kind is een vaak stil en enorm verdriet. Het kan leiden tot depressie, lage zelfwaardering en lichamelijke klachten.

Carolien: ‘Hoe ik me voelde? Verdrietig, schuldig, leeg, ja, eenzaam ook wel. Als de buitenwereld het niet weet dan houd je grotendeels de schijn op, waardoor je het ook zelf al iets wegdrukt. Maar als je dan alleen bent dan komt het hard terug. Dat heb ik in die periode wel veel gevoeld.’

Atina: ‘Er is tegen mij iedere keer een oordeel. Weet je wat dat oordeel is? ‘Jij hebt je kinderen weggedaan zodat jij lekker kunt feesten.’ Maar ze kijken niet naar de achterliggende gedachte. Ze kijken niet naar hoe mijn jeugddestijds is gegaan en dat ik mijn kinderen dat niet mee wil geven.’

Opeenstapeling van trauma’s

Uit onderzoek (Bos, P., Reysoo, F. & Werdmuller, A. (2011). ‘In één klap moeder, en ook weer niet’) blijkt dat er sprake kan zijn van een opeenstapeling van trauma’s. De omstandigheden waaronder een vrouw haar kind afstaat, zijn zwaar en kunnen traumatisch zijn. Omstandigheden zijn bijvoorbeeld verkrachting, prostitutie, geweld en illegaliteit . De ongewenste of ongeplande zwangerschap– die soms pas vlak voor de bevalling ontdekt wordt - komt daar dan nog bij. De scheiding van het kind maakt het trauma compleet: machteloosheid, verdriet, schaamte, schuldgevoelens, boosheid en het verzwijgen.

Toch ervaart niet iedereen het afstaan als een trauma. Sommige vrouwen zijn opgelucht dat hun kind op een goede plek terechtgekomen is. Zij pakken de draad van hun leven met niet al te veel moeite weer op. Ook jaren later, als zij door hun kind benaderd worden, kunnen zij nuchter en praktisch reageren. Zij hebben de scheiding met hun kind niet als pijnlijk ervaren of zij hebben hun verleden verwerkt.

Tineke: ‘Ik vind dat hij er recht op heeft mij een keer te zien en te horen wat de redenen waren om hem af te staan. Maar ik voel me geen moeder, hij heeft al twee ouders, die hopelijk goed voor hem gezorgd hebben. Ik heb er vrede mee.’

Daar tegenover staan de afstandsmoeders voor wie het nog zo pijnlijk is, dat zij er helemaal niet over willen praten. Ze willen geen contact met hun kind.

Thea, na een brief van Fiom dat haar dochter haar zocht: ‘Ik heb het achter me gelaten en wil er niet meer aan denken. Het was een afschuwelijke tijd. Mijn man is ziek, ik houd maar net mijn hoofd boven water en kan het er niet bij hebben. Ik wens ook geen brieven meer te ontvangen.’

Een grote groep afstandsmoeders is onzichtbaar. Zij zoeken niet en worden niet gezocht door hun kind - het is een wijdverbreid misverstand dat iedereen zou willen zoeken. Hoe het met deze vrouwen gaat is onbekend.

Lees meer in het boek ‘Eigen bloed – Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie' met acht vrouwen en een man die hun kind hebben afgestaan. Of lees verhalen online van andere vrouwen die hun kind hebben afgestaan. 

Wil jij je eigen verhaal delen? Stuur jouw verhaal in

Onderzoek naar afstand en adoptie

Er zijn langzamerhand wel aardig wat verhalen van afstandsmoeders bekend, maar er is nooit echt onderzoek gedaan naar wat er precies gebeurd is. Ook de binnenlands geadopteerden zijn jarenlang een onzichtbare groep geweest. Daar is afgelopen jaren verandering in gekomen, mede door de druk van belangengroepen voor afstandsmoeders én binnenlands geadopteerden. Dit leidde in 2016 tot een verkennend onderzoek naar afstand en adoptie door de Radboud Universiteit. De roep om een uitgebreider onderzoek naar wat er precies gebeurd is in de jaren vanaf de adoptiewet werd steeds groter. Er kwamen verhalen van misstanden naar buiten. De politiek heeft dit opgepakt en begin 2019 besloot minister Dekker tot een uitgebreid onderzoek. Hiervoor is een aanmeldpunt ingericht waar betrokkenen zich kunnen melden en hun verhaal kunnen doen. Dit heeft tot veel media-aandacht geleid. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut. In september 2019 is het onderzoek gestart en het loopt tot eind 2020.

Ben je in de periode 1956-1984 betrokken geweest bij afstand en adoptie en wil je meewerken aan het onderzoek? Dan kan je je melden bij het Aanmeldpunt.