De afstandsmoeders van nu

Fiom heeft jarenlange kennis en ervaring met afstandsmoeders

Al sinds de adoptiewet in 1956 begeleidt Fiom vrouwen die hun kind afstaan ter adoptie. Fiom heeft daardoor veel kennis en informatie in huis over deze afstandsmoeders. Fiom heeft meegewerkt aan een wetenschappelijk onderzoek naar deze groep samen met de Universiteit van Nijmegen. Het onderzoek is uitgevoerd onder vrouwen die hun kind hebben afgestaan ter adoptie tussen 1998 en 2007.

Op basis van dit onderzoek, verscheen in 2011 het rapport ‘In één klap moeder, en ook weer niet’. Dit rapport geeft inzicht in de omstandigheden en motieven van afstandsmoeders. Wat zorgt ervoor dat je besluit je kind af te staan ter adoptie?

Iedere situatie is anders

Uit de praktijk van Fiom en uit de onderzoeksresultaten blijkt dat dé afstandsmoeder niet bestaat. De omstandigheden waaronder vrouwen afstand doen van hun kind zijn verschillend. In het algemeen kan gezegd worden dat veel afstandsmoeders nog jong zijn als zij ongewenst of ongepland zwanger worden. Ook hebben zij de laatste jaren steeds vaker een andere etnische achtergrond (zie kader).

In de tien jaar tussen 1998 en 2007 hebben 200 vrouwen in Nederland afstand gedaan van hun kind. Meer dan de helft van deze afstandsmoeders was 21 jaar of jonger. Ook kwam meer dan de helft uit een ander land dan Nederland of was een van de ouders elders geboren.
Bij de vrouwen met een andere etnische achtergrond zijn een paar patronen te onderscheiden. Vierentwintig van deze 200 afstandsmoeders waren vluchteling. Zij vormden gemiddeld de jongste groep en hadden vaker ervaringen met gewelddadige en traumatische situaties waaronder seksueel geweld. Tweeëntwintig vrouwen kwamen uit Oost- Europa. Een deel van hen was tijdelijk in Nederland om geld te verdienen om hun achtergebleven familieleden, waaronder achtergebleven kinderen, te onderhouden. Zesentwintig vrouwen waren van Marokkaanse of Turkse afkomst. Bij hen stond schande, eerverlies en geheimhouding centraal, al waren zij daarin niet de enigen. De omstandigheden van de overige afstandsmoeders met een andere etnische achtergrond waren even divers als van de vrouwen met Nederlandse achtergrond.

Meerdere factoren spelen een rol bij afstand ter adoptie

Meestal is de situatie van de afstandsmoeders complex en spelen meerdere factoren een rol bij de keuze voor afstand ter adoptie.

Een combinatie van:

  • Te jong.
  • Te oud (boven de veertig, heeft al bijna volwassen kinderen).
  • Geen inkomen, geen woning, geen sociaal netwerk.
  • Moeilijke jeugd (het overlijden van een ouder, mishandeling of incest).
  • Belaste thuissituatie (de zorg voor een gehandicapte partner of kind).
  • Huiselijk of seksueel geweld.
  • Zwanger door verkrachting.
  • Vluchteling (illegaal, ziet geen toekomst).
  • Geloof en cultuur (kan leiden tot schaamte, schande en soms angst voor aan eer gerelateerd geweld).
  • Drugsverslaving.
  • Prostitutie.
  • Psychiatrisch verleden.
  • Verstandelijke beperking.
  • Gehandicapt kind.
  • Oudere kinderen (moeder is uit de ouderlijke macht ontzet of redt de verzorging maar net).
  • Geen kinderwens (heeft nooit kinderen gewild en ziet zichzelf niet als moeder).
  • Opleiding (is nog met opleiding bezig of heeft andere toekomstplannen waar kind niet in past).
  • Late ontdekking zwangerschap (vlak voor of tijdens de bevalling).

De rol van de biologische vader

Naast de factoren die hierboven genoemd worden, is de rol van de biologische vader ook van invloed. Sommige moeders doen afstand omdat de biologische vader niet betrokken kan of wil zijn bij het kind. Zij willen geen alleenstaande moeder zijn en gunnen het kind een (adoptie)vader.

Andere vrouwen zijn bang voor de biologische vader. Het kind verbindt hen ongewild met deze man en dat is een reden om het af te staan. Soms is de vader van het kind een ander dan de huidige partner van de vrouw. Dit kan leiden tot een pijnlijke situatie met het risico op een scheiding als ze haar kind zou houden.

Voor de meeste vrouwen gelden meerdere van bovengenoemde redenen. In het algemeen is de moeder ervan overtuigd dat haar kind beter af is bij adoptieouders.

Voorbeelden uit onze praktijk (namen gefingeerd):

De Afghaanse Uzuri is sjiiet, de vader van haar kind soenniet. Zij willen graag samen voor hun kind gaan zorgen, maar hun relatie is onmogelijk. Niemand mag ervan weten, dat zou tot verschrikkelijke gevolgen kunnen leiden. Zij staan hun kindje met veel verdriet af. Uzuri is inmiddels uitgehuwelijkt en haar echtgenoot weet niet van het bestaan van het kind.

Andrea en Julius, beiden begin twintig , merken niet dat Andrea zwanger is. Zij krijgt steeds meer buikpijn en uiteindelijk bevalt zij onverwachts en met veel bloed in de keuken van hun huis. Een traumatische ervaring. Beiden ervaren geen enkele band met hun dochtertje en zijn nog helemaal niet toe aan het ouderschap. Zij denken dat het beter is als hun kind wordt opgevoed door mensen bij wie hun kind welkom is.

Jamila is 16 en zit in een asielzoekerscentrum. Zij is in haar thuisland verkracht en is zwanger. Haar situatie is onzeker, zij weet nog niet of zij in Nederland mag blijven. De belangrijkste reden om haar kindje af te staan is haar angst dat zij nooit van hem zal kunnen houden.

Jacintha is 23 jaar en zwanger. Haar moeder overleed toen zij dertien was. Haar vader kon dit niet verwerken en ging aan de drank. Zijn handen zaten los. Jacintha is op haar zeventiende het huis uitgegaan en heeft geen contact meer met haar vader. Zij staat er alleen voor, de vader van haar kind wil er niets mee te maken hebben. Jacintha is bang geen goede moeder te kunnen zijn en vindt het voor haar kind beter dat het geadopteerd wordt.