Hulpverleners over zoekacties

Een blik in de praktijk van Fiom: een aantal vragen aan en antwoorden van een hulpverlener over zoekacties.

Jij begeleidt zoekacties van geadopteerden en afstandsmoeders. Hoe gaat dat en wat heb je daarin meegemaakt?

Antwoord hulpverlener: ‘Dat is zo verschillend. Wat ik in elk geval goed vind om te zeggen is dat ontmoeten een nieuw begin is, een nieuwe fase van ontdekken wie je bent van elkaar. Je bent ergens een vreemde van elkaar, je kent elkaar niet, je weet helemaal niet hoe die persoon eigenlijk is. Maar je bent ook moeder en dochter of zoon, je voelt wel, tenminste dat hoor ik van mensen die dat vertellen, dat er iets is. Daardoor ben je nieuwsgierig, wil je weten waar je vandaan komt of wil je weten hoe je kind terecht is gekomen.

En als je elkaar dan ontmoet, ja, dan begint een nieuwe fase of proces. Daarin moet ieder zoeken naar welke plek ze hebben in elkaars leven. Is dit mijn kind, voelt het als mijn kind? Mag ik dat eigenlijk wel voelen? En van de andere kant ook: is dat mijn moeder? Zeg ik mama of niet? Het is een behoorlijk complex proces.

In de meeste gevallen begint de geadopteerde met zoeken. Soms ook de afstandsmoeder, maar die heeft meer schroom: ‘Ik laat het aan hem over om te gaan zoeken, want ik wil zijn leven niet verstoren.’ Een geadopteerde heeft meer het gevoel dat hij of zij er recht op heeft. Aan de andere kant is het voor een geadopteerde weer eng om de stap te nemen vanwege de angst om afgewezen te worden. Als dat gebeurt dan kan dat voelen als een dubbele afwijzing: eerst ben je afgestaan en daarna wijst je moeder het contact af.

Bij een zoekactie benader ik degene die gezocht wordt schriftelijk met het verzoek om terug te bellen. Dat telefoongesprek is het eerste contact. Daar kan al heel veel in gebeuren maar ook heel weinig. Dat is de start van het elkaar wel of niet gaan ontmoeten, of een andere vorm van contact.’

Hoe reageren afstandsmoeders als ze gezocht worden door hun afgestane kind? Wat is jouw ervaring?

‘Moeders reageren vaak toch wel geschokt, van ‘wow’. Ik hoor dat ze er altijd wel aan gedacht hebben dat het kon gaan gebeuren. Maar ja, dan is het in één keer zo en dan is het natuurlijk heel wat. In onze brief staat nog niet wie er op zoek is, maar dat Fiom namens iemand contact zoekt en of ze willen bellen zodat wij de vraag toe kunnen lichten. Meestal weten ze dan wel dat het om het kind gaat dat ze afgestaan hebben. Dus ze zijn er wel al mee bezig geweest als ze bellen.

Sommige afstandsmoeders willen geen contact met hun kind, die vinden dat te moeilijk en pijnlijk. Heel naar, voor henzelf en ook voor hun kind. Gelukkig gaat het ook vaak anders. Ik heb onlangs meegemaakt dat een moeder echt heel blij was. Ze zei: ‘Hier heb ik dertig jaar op gewacht en nu is het zo ver.’ Ze was heel emotioneel. Zij en haar zoon gaan elkaar binnenkort ontmoeten.

De zoon wordt begeleid door een collega van een ander Fiom-bureau bij hem in de buurt. De moeder verwacht er wel ontzettend veel van. In haar beleving is het echt haar kind dat ze terug gaat zien na al die jaren. Dus dat is voor haar zoon wel een hele klus denk ik om daar aan te gaan staan. Hij weet dat wel van haar, is daar goed op voorbereid. Het is belangrijk dat voor ze elkaar ontmoeten de verwachtingen duidelijk zijn.’

Ik heb eens gehoord over een situatie waarin een moeder echt teveel wilde van haar kind en de zoon zich daarna terugtrok en een hele tijd geen contact wilde. Zoals veel geadopteerden vond hij dat hij al een moeder had, namelijk zijn adoptiemoeder. Hij vond het heel onprettig dat zijn biologische moeder zich zo opdrong.

Is die moeder waar jij over vertelde er ook op voorbereid dat het misschien anders gaat dan zij wil?

'Ja, zij weet dat, maar zij kan die verwachting toch niet echt loslaten. Dat kan dus ook wel fout gaan, in die zin dat een van de twee heel erg teleurgesteld wordt. Juist omdat er zulke hoge verwachtingen zijn. Zeker als die verwachtingen niet gelijk op gaan, dus de een wil iets anders, in een ander tempo. Het is complex om elkaar daar telkens weer in te vinden.

Een geadopteerde kan knel komen te zitten tussen de verschillende ‘ouders’. Zo vertelde een geadopteerde mij een keer dat eindelijk haar biologische vader bij haar en haar adoptieouders op bezoek was. Zij wilde koffie aangeven en wilde zeggen: ‘Asjeblieft papa’, maar dat vond ze dan weer naar voor die andere vader. Dat is maar een heel klein voorbeeldje, maar dat is dan zo’n situatie waarin duidelijk wordt hoe ingewikkeld het kan zijn.

Ik heb niet meegemaakt dat mensen elkaar bij een ontmoeting echt in de armen vlogen, zoals je wel eens ziet op televisie. Het is vaak heel voorzichtig en bijna altijd is de kwetsbaarheid van de relatie die ze proberen met elkaar aan te gaan zo zichtbaar. In hoe ze met elkaar praten, hoe ze elkaar begroeten, wel of geen hand, of een zoen, neem je iets mee of niet. Dus dat voorzichtige, dat kwetsbare, is bijna altijd aanwezig. De mate waarin het klikt is heel verschillend. Meestal ben ik er in het begin bij en als het eenmaal gaat en het gesprek op gang is, dan laat ik ze lekker alleen. Meestal sluit ik dan samen weer af. Er zijn mensen die nog even met zijn tweeën of met zijn allen ergens gaan koffie drinken. En er zijn ook mensen die eerst nog even met mij alleen willen napraten en van daaruit wel weer verder zien.

Ik maak regelmatig mee dat het contact moeilijk is, dat het stroef gaat. Soms juist heel makkelijk, dus dat wisselt. En het vervolg is ook wisselend, sommigen bouwen een goed contact op, bij anderen blijft het bij een eenmalige ontmoeting. Maar die kwetsbaarheid is tekenend, ook bij het verder aangaan van de relatie. De angst om afgewezen te worden is groot, van beide kanten.

Laatst had ik een situatie die eigenlijk wel goed is gegaan. De zoon is gaan zoeken en werd begeleid door een collega van een ander bureau. Ik begeleidde de moeder. Ze hebben elkaar hier ontmoet en het begin was onwennig. Zij heeft na de ontmoeting haar kinderen verteld van zijn bestaan. Toen die hobbel eenmaal genomen was, ging het goed. Moeder en zoon zijn goed in staat om samen af te spreken hoe ze verder willen. Allebei vrij nuchtere mensen die zoiets hebben van: niets moet, en als je het anders wil dan hebben we het daar gewoon over, no hard feelings. Dat is niet alleen maar bedacht maar dat ís ook echt zo, dat is wel mooi, in die zin lijken ze op elkaar.

Zij is een vrij stabiele vrouw, heeft een goede relatie met haar man en kinderen, staat er stabiel in. Dat geldt ook voor hem, de adoptie heeft een goede plek in zijn leven. Het is niet zo dat hij er boos over is, of verdrietig. Want dat komt natuurlijk allemaal wel mee, je beleving van het afstand hebben gedaan of de adoptie, dat neem je mee in het contact.’

Gebeurt het ook wel eens dat een afstandsmoeder heel erg teleurgesteld is over hoe het contact met haar afgestane zoon of dochter gaat?

‘Ja, zeker. Een situatie waar ik dan direct aan denk is als een afstandsmoeder meer verwacht van het contact en de zoon of dochter dat afhoudt. Onlangs begeleidde ik een zoekactie van een vrouw naar haar biologische moeder. De zoekactie verliep positief en het eerste contact was gelegd. De afstandsmoeder was zeer enthousiast. Haar omgeving wist ervan dus ze kon er open over zijn. Zij was blij haar dochter te spreken en liet haar helemaal toe in de familie.

Helaas besloot de dochter na een paar keer contact ermee te stoppen en reageerde niet meer op brieven of mailtjes. De moeder was erg teleurgesteld en ook wel boos op haar dochter: ‘Waarom is zij gaan zoeken als ze geen contact wil?’ Voor deze moeder was dit heel pijnlijk. De teleurstellingen die ik heb meegemaakt waren vooral het gevolg van verschillende verwachtingen en verschillende tempo’s. De ideeën en wensen van hoe het contact eruit zal zien en de plek die een ieder het wil geven in zijn leven kunnen soms ver uit elkaar liggen. Het kan moeilijk zijn daar samen een weg in vinden.’